Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2004:AR7495

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
16-11-2004
Datum publicatie
14-12-2004
Zaaknummer
KG C0400509-HE
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep kort geding
Inhoudsindicatie

Geen hoger beroep mogelijk , wel verzet. Niet ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. MBR

rolnr. KG C0400509/HE

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH,

eerste kamer, van 16 november 2004.

gewezen in de zaak van:

[APPELLANTE],

wonende te [plaats],

appellante,

procureur: mr. J.J.J.M. van Ruth,

tegen:

[GEÏNTIMEERDE],

wonende te [plaats],

geïntimeerde,

procureur: mr. M.H. Kroon,

op het hoger beroep van appellante tegen het vonnis van de voorzieningenrechter te 's-Hertogenbosch van 2 maart 2004, onder rolnr. 106611/KG ZA 04-94 bij verstek gewezen tussen geïntimeerde als eiser en appellante als niet verschenen gedaagde.

1. Het geding in eerste aanleg

Daarvoor verwijst het hof naar het vonnis, waarvan beroep.

2. Het geding in hoger beroep

Appellante heeft bij exploot van 30 maart 2004 hoger beroep ingesteld van voormeld vonnis.

Bij memorie van grieven heeft zij gesteld dat zij tegen het vonnis grieven aanvoert, zoals vervat in het exploot van dagvaarding in hoger beroep. In dat exploot concludeert appellante tot vernietiging van het vonnis, waarvan beroep, en het alsnog afwijzen van de vorderingen van geïntimeerde met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties.

Geïntimeerde heeft een "verzoek niet ontvankelijkverklaring in hoger beroep" genomen waarin hij concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van appellante in haar hoger beroep, en in geval het hof haar wel ontvankelijk zal verklaren, tot het bepalen van een termijn waarbinnen geïntimeerde een memorie van antwoord kan indienen.

Appellante heeft ervan afgezien hierop te antwoorden.

Daarna hebben partijen de stukken voor uitspraak aan het hof overgelegd.

3. De beoordeling van de ontvankelijkheid

Geïntimeerde heeft alvorens principaal verweer te voeren een incidentele conclusie genomen en aangevoerd dat appellante niet ontvankelijk is in haar hoger beroep.

Geïntimeerde heeft dat terecht aangevoerd. Ingevolge art. 335 in verbinding met art. 143 lid 1 Rv staat van een bij verstek gewezen vonnis voor de niet verschenen gedaagde niet het rechtsmiddel van hoger beroep, doch enkel dat van verzet, open.

Appellante moet derhalve niet ontvankelijk worden verklaard.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal appellante worden veroordeeld in de proceskosten.

4. Uitspraak

Het hof:

verklaart appellante niet ontvankelijk in het door haar ingestelde hoger beroep;

veroordeelt appellante in de proceskosten in hoger beroep, voor zover tot op heden aan de zijde van geïntimeerde gevallen en begroot op € 288,- voor verschotten en € 894,- voor salaris procureur, beide bedragen op de voet van art. 243 lid 1 Rv te betalen aan de griffier van dit gerechtshof.

Dit arrest is gewezen door mrs. Feith, De Groot-van Dijken en Hendriks-Jansen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 16 november 2004.