Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2004:AR4691

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-01-2004
Datum publicatie
28-10-2004
Zaaknummer
C0300044-BR
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het gaat in dit hoger beroep om het volgende. Bij schriftelijke huurovereenkomst van 20 augustus 1999 heeft Arwon aan [geïntimeerde] en aan [relatie van geïntimeerde] verhuurd de woning aan de [straatnaam + huisnummer] te [plaatsnaam] tegen een huurprijs van ƒ 834,70 per maand, telkens voor de achtste van iedere maand te voldoen. Op het moment van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding bedroeg de huurprijs € 417,98 per maand. [geïntimeerde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Arwon heeft [geïntimeerde] op 12 september 2002 gedagvaard voor de kantonrechter. Zij heeft, kort gezegd, ontbinding van de huurovereenkomst gevorderd, ontruiming van het gehuurde en betaling van een bedrag van € 1.118,67 ter zake van onbetaald gelaten huurpenningen en buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede vermeerderd met € 417,98 voor iedere maand dat [geïntimeerde] het pand na 30 september 2002 in bezit mocht houden, voor zover [geïntimeerde] het ter zake het gebruik van de woning verschuldigde niet tijdig eigener beweging mocht voldoen en voor zover deze kosten ook daadwerkelijk zijn gemaakt. Tevens heeft zij de veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten gevorderd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. MB

rolnr. C0300044/BR

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH,

zesde kamer, van 27 januari 2004,

gewezen in de zaak van:

de stichting WONINGSTICHTING ARWON,

gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam],

appellante bij exploot van dagvaarding

van 5 december 2002,

geïntimeerde in het incidenteel appel,

procureur: mr. H. Post,

tegen:

[GEÏNTIMEERDE],

wonende te [plaatsnaam],

geïntimeerde bij gemeld exploot,

appellant in het incidenteel appel,

procureur: mr. J.E. Lenglet,

op het hoger beroep van het door de rechtbank te Breda, sector kanton, locatie Bergen op Zoom, gewezen verstekvonnis van 25 september 2002 tussen appellante - Arwon - als eiseres en geïntimeerde - [geïntimeerde] - als gedaagde.

1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 241824 CV EXPL 02-3924)

Voor het verloop van het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij memorie van grieven heeft Arwon twee grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, opnieuw rechtdoende, tot ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst, tot veroordeling van [geïntimeerde] om de woning aan de [straatnaam + huisnummer] te [plaatsnaam] te ontruimen met machtiging van Arwon om zo nodig de ontruiming zelf te doen bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke macht, tot veroordeling van [geïntimeerde] om aan Arwon te betalen het bedrag van € 1.188,67, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de inleidende dagvaarding, 12 september 2002, tot aan de dag der algehele voldoening en voorts vermeerderd met een bedrag van € 417,98 voor iedere maand dat [geïntimeerde] het onderwerpelijke pand na 30 september 2002 nog in zijn bezit, althans in gebruik, heeft gehouden en zal houden, een en ander met verwijzing van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties.

2.2. Bij memorie van antwoord in het principaal appel, tevens memorie van grieven in het incidenteel appel heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden en zijnerzijds in het incidenteel appel één grief aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en tot afwijzing van de vordering met veroordeling van Arwon in de kosten van deze procedure.

2.3. Arwon heeft bij memorie van antwoord in incidenteel appel de incidentele grief bestreden.

2.4. Partijen hebben de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst hiervoor naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.

Bij schriftelijke huurovereenkomst van 20 augustus 1999 heeft Arwon aan [geïntimeerde] en aan [relatie van geïntimeerde] verhuurd de woning aan de [straatnaam + huisnummer] te [plaatsnaam] tegen een huurprijs van ƒ 834,70 per maand, telkens voor de achtste van iedere maand te voldoen. Op het moment van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding bedroeg de huurprijs € 417,98 per maand. [geïntimeerde] heeft een huurachterstand laten ontstaan.

4.2. Arwon heeft [geïntimeerde] op 12 september 2002 gedagvaard voor de kantonrechter. Zij heeft, kort gezegd, ontbinding van de huurovereenkomst gevorderd, ontruiming van het gehuurde en betaling van een bedrag van € 1.118,67 ter zake van onbetaald gelaten huurpenningen en buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 september 2002 tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede vermeerderd met € 417,98 voor iedere maand dat [geïntimeerde] het pand na 30 september 2002 in bezit mocht houden, voor zover [geïntimeerde] het ter zake het gebruik van de woning verschuldigde niet tijdig eigener beweging mocht voldoen en voor zover deze kosten ook daadwerkelijk zijn gemaakt. Tevens heeft zij de veroordeling van [geïntimeerde] in de proceskosten gevorderd.

4.3. [geïntimeerde] is bij de kantonrechter niet in rechte verschenen, waarna deze de vordering bij verstek heeft toegewezen, met uitzondering van de vordering tot ontbinding en ontruiming. De kantonrechter heeft de proceskosten gecompenseerd.

4.4. Arwon en [geïntimeerde] kunnen zich met deze beslissing niet verenigen en hebben hiertegen appel ingesteld.

4.5. Bij memorie van grieven in het principaal appel heeft Arwon de schriftelijke huurovereenkomst van 20 augustus 1999 in het geding gebracht. Daaruit blijkt dat de huurovereenkomst niet alleen met [geïntimeerde] is gesloten, maar ook met [relatie van geïntimeerde]. [Relatie van geïntimeerde], die tevens als mederekeninghouder staat vermeld op het bankafschrift van 26 juli 2002 dat door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord in het principaal appel is overgelegd, is door Arwon niet in deze procedure betrokken. Alvorens over te gaan tot bespreking van de grieven, heeft het hof behoefte aan nadere inlichtingen omtrent het (voort)bestaan van het huurrecht van [relatie van geïntimeerde]. Arwon zal in de gelegenheid worden gesteld bij akte de volgende vragen te beantwoorden:

- Is de huurovereenkomst met [relatie van geïntimeerde] geëindigd?

- Zo ja, wanneer en op welke wijze?

- Zo nee, wat betekent het feit dat de onderhavige huurovereenkomst tevens met [relatie van geïntimeerde] is gesloten in de visie van Arwon voor de in deze procedure jegens [geïntimeerde] gevorderde ontbinding en ontruiming?

Arwon wordt tevens in de gelegenheid gesteld bij haar akte een actueel betalingsoverzicht in het geding te brengen. [geïntimeerde] zal bij antwoordakte op een en ander kunnen reageren.

4.6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De uitspraak

Het hof:

alvorens verder te beslissen:

stelt Arwon in de gelegenheid tot het nemen van een akte zoals hiervoor onder rechtsoverweging 4.5 bedoeld en verwijst de zaak daartoe naar de rolzitting van dit hof van 24 februari 2004;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Drijkoningen en Den Hartog Jager en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 27 januari 2004.