Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2004:AR4591

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-10-2004
Datum publicatie
27-10-2004
Zaaknummer
20.000093.04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met zijn partner [betrokkene 2] getracht om de hem bekende [betrokkene 1] te bewegen een drietal personen om het leven te brengen. De daarbij beoogde slachtoffers betroffen de broer van verdachte, met wie hij in onmin leefde, en een tweetal andere personen, waarmee verdachte kennelijk een rekening wilde vereffenen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 20.000093.04

datum uitspraak: 27 oktober 2004

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

meervoudige kamer voor strafzaken

A R R E S T

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 15 december 2003 in de strafzaak onder parketnummer 01/089138-02 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1969,

wonende te [adres],

thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting De Torentijd te Middelburg.

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.

Blijkens mededeling van de [benadeelde partij] tijdens de behandeling in hoger beroep, ziet hij af van zijn vordering. De vordering van de benadeelde partij is daardoor in hoger beroep niet meer aan de orde.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis kan verenigen. Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

De tenlastelegging

Het hof neemt hier uit het beroepen vonnis de weergave van de tenlastelegging over.

De bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 december 2000 tot en met 10 oktober 2002 in de gemeente Arnhem en/of Oss, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, heeft gepoogd om een persoon genaamd [betrokkene 1], door meer van de in artikel 47, eerste lid onder 2 van het Wetboek van Strafrecht vermelde middelen, te weten door giften en/of beloften en/of het verschaffen van inlichtingen en/of middelen, te bewegen om opzettelijk en met voorbedachten rade anderen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3], van het leven te beroven, bestaande

- die belofte in de toezegging aan genoemde [betrokkene 1] tot het betalen van enig geldbedrag en/of tot het als geschenk geven van een Mercedes personenauto

en/of

- die gift in het aan genoemde [betrokkene 1] als voorschot geven van enig geldbedrag,

en/of

- het verschaffen van inlichtingen in het geven van aanwijzingen en/of het doen van mededelingen aan genoemde [betrokkene 1] over de wijze waarop die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 3], van het leven zou(den) dienen te worden beroofd en/of over de wijze waarop genoemde [betrokkene 1] in het bezit kon komen van een of meer wapen(s)

en/of

- het verschaffen van middelen in het aan genoemde [betrokkene 1] ter beschikking stellen van een wapen, te weten een machinepistool, en munitie.

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen

PRO MEMORIE

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Door de raadsman is ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd betoogd -zakelijk weergegeven- dat:

- de door [betrokkene 1] vervaardigde en op een CD-rom gebrande geluidsopname van een ontmoeting tussen [betrokkene 1] en verdachte nabij het treinstation te Oss in november 2001, opzettelijk door [betrokkene 1] is gemanipuleerd met als doel de belangen van verdachte te schenden, welke stelling de raadsman heeft onderbouwd met een aantal feiten en omstandigheden zoals weergegeven in zijn in hoger beroep overgelegde pleitnota;

- de verdediging derhalve in de gelegenheid dient te worden gesteld de betwiste opname op de juistheid te controleren middels vergelijking daarvan met de originele opname;

- nu echter deze originele opname is vernietigd en niet meer kan worden vastgesteld in hoeverre de gewraakte CD-rom een juiste weergave bevat van voormeld gesprek, de belangen van de verdediging worden geschaad,

hetgeen een zodanige schending van beginselen van behoorlijke procesorde of veronachtzaming van de rechten van de verdediging tot gevolg heeft, dat bedoelde opname van het bewijs dient te worden uitgesloten.

Het hof overweegt dienaangaande als volgt.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de originele opname van voormeld gesprek is vernietigd dan wel gewist, zodat de door de verdediging verlangde controle niet meer kan plaatsvinden. Door de raadsman is in verband daarmee ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat - vanwege het feit dat de originele opname niet meer voorhanden is - ook middels technisch onderzoek het niet mogelijk is nog te controleren of de betwiste opname inderdaad is gemanipuleerd.

De weergave van de gewraakte opname houdt -zakelijk weergegeven- het volgende in.

(vide de pagina's 355 t/m 359 van het proces-verbaal van regiopolitie Brabant Noord, nr. PL2100/02-018838, inhoudende de schriftelijke weergave van zich op bedoelde CD-rom bevindende geluidsopnames, betrekking hebbend op voormelde ontmoeting tussen [betrokkene 1] en [verdachte])

[betrokkene 1]: Als ik hem nou wegmaak en hij is spoorloos verdwenen en als ik jou dat bewijs zou leveren.

[verdachte]: Dat is toch goed.

[verdachte]: Luister nou eens. [betrokkene 2] mag het helemaal niet weten.

[betrokkene 1]: nee oké, goed. Over als ik nou bij jou op bezoek kom en ik laat je die foto's zien en daarna gaan ze weg. Het is namelijk gemakkelijk voor mij om hem te laten verdwijnen.

[verdachte]: Ja.

[betrokkene 1]: Dat is veel gemakkelijker.

[verdachte]: Ken je hem niet ergens naar toe laten komen.

[betrokkene 1]: Luister, ik heb het volgende bedacht. Ja ik laat hem ergens naar toe komen, ja ik maak hem mol.

[verdachte]: Maar hij is meestal met twee he.

[betrokkene 1]: Maakt niet uit dat gaan ze alle twee.

[betrokkene 1]: Ze gaan alle twee weg. Ik maak ze alle twee weg. Spoorloos.

[verdachte]: Ik ben al wat aan het regelen voor je.

[betrokkene 1]: Ja.

[verdachte]: Luister nou, ik weet niet of je het zelf al geregeld hebt?

[betrokkene 1]: Ja.

[verdachte]: Je heb blafferd zelf of nie.

[betrokkene 1]: Ik heb zelf iets wat geregeld, heb je al? Ik heb al gereedschap.

[verdachte]: Maar voor de volgende hoef je niet te regelen want daar heb ik er al eentje voor.

[verdachte]: Ik heb er nog liggen met demper.

[betrokkene 1]: Oké.

[verdachte]: Standaard demper.

[verdachte]: Hedde h'm ook, moet vol.

[betrokkene 1]: Ja met kwikkogels. Ja twee dozen met kwikkogels. Ik ga der van de week mee oefenen en ik "speed" hem gewoon van dichtbij bam, bam twee in de borstkas en een in de kop en die erbij is die gaat ook.

[verdachte]: Oké.

[verdachte]: Je hebt meer (drietal onverstaanbare woorden) "opdrachten" (fonetisch).

[verdachte]: Die auto krijg je gewoon cadeau, maar dan moet je die andere even doen.

[betrokkene 1]: Ja ja.

[verdachte]: Honderd procent.

[verdachte]: Luister even goed. Heb je een spoed klus die heb je op de foto's geschoten hebt. Dan die kop eraf schieten zeg. Schiet je gewoon een paar keer.

[betrokkene 1]: Ga alvast maar een mooie krans voor [slachtoffer 2] bestellen. [slachtoffer 2] is weg.

[verdachte]: Luister even wat ik je vertel. Zo, schiet h'm een paar flink door zijn kop hene. Geeft die foto's aan [betrokkene 2]. Die weet ervan. Geef die foto aan [betrokkene 2] laat mij die foto zien.

Uit de inhoud van de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in het bijzonder de (weergave van de) door Peter R. de Vries vervaardigde video- en geluidsopnamen, blijkt dat de inhoud van de gewraakte geluidsopname op essentiële onderdelen zijn bevestiging vindt in de verschillende gesprekken tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] en een telefonisch gesprek tussen [betrokkene 1] en verdachte, alsmede in de loop van de gebeurtenissen, die hebben hebben plaatsgevonden in de maanden juni tot en met september 2002- in het bijzonder waar het betreft:

de afspraak tussen [betrokkene 1] en verdachte, dat [betrokkene 1] een zekere [slachtoffer 2] "mol zal maken" (het hof begrijpt: zal doden) door - volgens de woorden van verdachte - zijn "kop eraf te schieten" en hem paar keer flink "door zijn kop hene" te schieten, aan welke afspraak meerdere keren wordt gerefereerd tijdens de gesprekken tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1];

de omstandigheid dat verdachte bij het gesprek in november 2001 aan [betrokkene 1] mededeelt dat "hij altijd met zijn tweeën is", waarna [betrokkene 1] toezegt dat dat geen probleem is en dat hij "ze dan alletwee spoorloos weg maakt", hetgeen in de gesprekken tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] wordt toegespitst op de broers "[slachtoffer 2]" en "[slachtoffer 3]";

de belofte door verdachte aan [betrokkene 1] dat [betrokkene 1] "die auto gewoon cadeau" krijgt, als hij die ander ook "even doet", welke belofte tijdens de gesprekken tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] een personenauto van het merk Mercedes blijkt te betreffen;

de toezegging door verdachte aan [betrokkene 1] dat hij hem een "blafferd" (het hof begrijpt: een vuurwapen) zal leveren, welke toezegging - na een telefonisch gesprek tussen [betrokkene 1] en verdachte op 4 juli 2002, waarbij in kennelijk verhullend taalgebruik is gesproken - wordt gerealiseerd middels de levering van een pistoolmitrailleur van het type Scorpion, kaliber 7.65 mm, door [betrokkene 2] aan [betrokkene 1], op 8 juli 2002 te Best.

Op grond daarvan is het hof van oordeel dat niet aannemelijk is dat de betwiste opname wat betreft de inhoud zodanig is gemanipuleerd, dat het oorspronkelijke gesprek daardoor in zijn kern zou zijn gedenatureerd en van een geheel andere strekking zou zijn geweest dan op bedoelde CD-rom te beluisteren is.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is bovendien niet aannemelijk geworden dat - voor zover bedoelde opname al zou zijn gemanipuleerd - zulks opzettelijk zou zijn gebeurd met als doel de verdachte in zijn belangen te schaden of dat de opsporingsinstanties daarin de hand zouden hebben gehad.

Bijgevolg wordt het verweer verworpen.

Het hof heeft tot het bewijs dat de verdachte het feit heeft begaan zoals in de bewezenverklaring is vermeld, tevens laten bijdragen de zich in het dossier bevindende verklaringen afgelegd door [betrokkene 1], welke verklaringen het hof - gelet op de omstandigheid dat de inhoud daarvan volledig steun vindt in de hierboven aangehaalde gesprekken en gebeurtenissen, die op geheel objectieve wijze zijn vastgelegd op video- en geluidsdragers en waarvan overigens ter terechtzitting is gebleken dat zij in onbewerkte staat zijn overhandigd aan de politie - betrouwbaar acht.

De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit.

Het bewezen verklaarde is telkens als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 46a junctis de artikelen 289 en 47 van het Wetboek van Strafrecht. Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Wat betreft de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, heeft het hof in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met zijn partner [betrokkene 2] getracht om de hem bekende [betrokkene 1] te bewegen een drietal personen om het leven te brengen. De daarbij beoogde slachtoffers betroffen de broer van verdachte, met wie hij in onmin leefde, en een tweetal andere personen, waarmee verdachte kennelijk een rekening wilde vereffenen.

Daartoe heeft verdachte - gedeeltelijk middels tussenkomst van genoemde [betrokkene 2] - aan deze [betrokkene 1] onder meer als voorschot een geldbedrag gegeven, grote geldbedragen en een personenauto als geschenk in het vooruitzicht gesteld, hem een pistoolmitrailleur met bijbehorende munitie doen bezorgen, en hem aanwijzingen gegeven over de wijze waarop de moorden zouden moeten plaatsvinden.

Verdachte heeft niet geschroomd de voorgenomen moorden te plannen en te regisseren vanuit het Huis van Bewaring waar hij was gedetineerd, en tijdens proefverloven. Bovendien heeft verdachte - door de detentie in zijn bewegingsvrijheid beperkt - zonder enige terughoudendheid zijn partner en (indirect) zijn minderjarige kinderen betrokken bij het plegen van de feiten.

Dergelijke feiten leiden tot gevoelens van onrust en onveiligheid, niet alleen in de samenleving, maar ook binnen het criminele milieu, hetgeen - zoals de ervaring leert - kan leiden tot gewelddadige repercussies op straat waardoor de algemene veiligheid van personen in gevaar wordt gebracht.

In het bijzonder ontstaan bij beoogde slachtoffers van dergelijke misdrijven gevoelens van angst en onveiligheid, waarvan in het geval van de broer van verdachte, [slachtoffer 1], ook ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Daarnaast heeft de verdachte door een (illegaal) pistoolmitrailleur met scherpe munitie in omloop te (doen) brengen, de algemene veiligheid van personen ernstig in gevaar gebracht.

Bij de straftoemeting is tevens rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat de verdachte reeds eerder terzake geweldsdelicten gericht tegen personen en overtreding van de Wet wapens en munitie is veroordeeld.

Overwegingen omtrent de in beslag genomen goederen

De in de beslissing als zodanig te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen betreft met behulp waarvan het bewezen verklaarde is begaan of voorbereid en/of met behulp waarvan de opsporing van de misdrijven is belemmerd en bovendien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren dan wel dat degene aan wie zij toebehoren bekend was met het gebruik of de bestemming in verband daarmede.

Daarbij heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De in de beslissing als zodanig te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zijn van zulke aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en met het algemeen belang. Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen zijn die tot het begaan van de misdrijven zijn vervaardigd of bestemd.

Deze voorwerpen zullen aan het verkeer worden onttrokken.

Van hetgeen verder in beslag genomen en nog niet teruggegeven is, zal de teruggave aan de hieronder te noemen persoon worden gelast, zijnde degene die blijkens het onderzoek ter terechtzitting redelijkerwijs als rechthebbende kan worden aangemerkt.

De toegepaste wettelijke voorschriften

De strafoplegging is gegrond op de artikelen 10, 24, 33, 33a, 36b, 36c, 46a, 47, 57, 63 en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

B E S L I S S I N G:

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

"Medeplegen van poging om een ander door giften en/of beloften en/of het verschaffen van inlichtingen en/of middelen te bewegen een moord te begaan, meermalen gepleegd".

Verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van acht (8) jaren.

Beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf daarop geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart verbeurd de navolgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een handgeschreven notitie, nr. LUC.H04.2.1;

- een handgeschreven notitie, nr. LUC.H04.5.1;

- een handgeschreven aantekening, nr. LUC.H04.6;

- een handgeschreven notitie, nr. LUC.H04.6.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de navolgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

- een pistool, merk ZASTAVA, automatisch, inclusief houder, nr. LUC-01;

- een patroonhouder, nr. LUC-02;

- een sporttas, nr. LUC-03;

- zeven patronen, merk GECO/S&B, kaliber 7.65, nr. LUC-04;

- twee patronen, merk GECO, kaliber 7.65, nr. LUC-05;

- vier patroonhulzen, merk GACO kaliber 7.65, nrs. LUC-07 t/m LUC-10;

- drie kogelpunten, nrs. LUC-11 t/m LUC-13;

- munitie, bestaande uit patronen, merk Sellier en Bellot, kaliber 9mm, Luger, nr. LUC.H02.4.1 en LUC.H02.4.2;

- een wapen, zijnde een vizier, laser, nr. LUC.H02.4.3.

Gelast de teruggave aan P.R. de Vries, p/a Sumatralaan 45, 1217 GP Hilversum, van de navolgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:

aan:

- een videoband, nr. LUC-06;

- een videoband, BETACAM DIGI, nr. LUC-MA01

- een videoband, BETACAM DIGI, nr. LUC MA02;

- een videoband, BETACAM DIGI, nr. LUC MA03;

- een videoband, BETACAM DIGI, nr. LUC MA04;

- een videoband, BETACAM DIGI, nr. LUC MA05;

- een videoband, BETACAM DIGI, nr. LUC MA06;

- een videoband, BETACAM DIGI, nr. LUC MA07;

- een videoband, BETACAM DIGI, nr. LUC MA08;

- een videoband, BETACAM DIGI, nr. LUC MA09;

- een videoband, DV-CAM, nr. LUC-MB-01;

- een videoband, DV-CAM, nr. LUC-MB02;

- een videoband, MINI-DV, nr. LUC-MC01;

- een videoband, MINI-DV, nr. LUC-MC02;

- een diskette, merk Maxell, minidisc, nr. LUC-MD01;

- een diskette, merk Maxell, minidisc, nr. LUC-MD02;

- een CD-rom, PLATINUM, nr. LUC-ME1;

- een CD-rom, PLATINUM, nr. LUC-ME2;

- een videoband, MINI-DV, nr. LUC-MF01;

- een videoband, MINI-DV, nr. LUC-MF02.

Dit arrest is gewezen door Mr. De Poorter, als voorzitter

Mrs. Valkenburg en Zeyl, als raadsheren

in tegenwoordigheid van Dhr. Boekelman, als griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 27 oktober 2004.

Mr. Zeyl is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G

zaaknr.: 01

tijd : 09.30

verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1969,

wonende te [adres],

thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Torentijd te Middelburg (Zl)

Is bij vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 15 december 2003 ter zake van:

t.a.v. prim.: "Medeplegen van poging om een ander door giften, beloften en het verschaffen van inlichtingen en middelen te bewegen tot het plegen van moord, meermalen gepleegd";

veroordeeld tot:

t.a.v. prim.: 8 jr. gev. str. ma.; verbeurd verkl. i.b.g. goederen; ontrekk. ah. verkeer i.b.g. goederen; verpl. bet. ad Staat ?1500,- subs 13 dgn. hecht.; toew. vord. ben. part. ?1500,-