Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2004:AR3683

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-10-2004
Datum publicatie
12-10-2004
Zaaknummer
20.001264.04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 10 november 2003 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen, in het openbaar, bij geschrift en afbeelding, telkens heeft aangezet tot discriminatie van mensen, te weten groepen van personen van buitenlandse afkomst, wegens hun ras, immers heeft hij, verdachte, meerdere stickers met onder meer de afbeelding van een Keltisch Kruis en het opschrift "Wij geven wel om ons vaderland!" en/of "De wereld is van iedereen, maar Nederland is dat niet!" geplakt op lantaarnpalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 20.001264.04

datum uitspraak: 11 oktober 2004

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

meervoudige kamer voor strafzaken

A R R E S T

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Breda van 26 februari 2004 in de strafzaak onder de parketnummers 017804/03 en 015864/03 (Tul) tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1986,

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Blijkens het proces-verbaal terechtzitting in eerste aanleg d.d. 12 februari 2004 heeft de officier van justitie een wijziging tenlastelegging gevorderd, welke vordering door de kinderrechter is toegelaten. Het hof heeft echter geconstateerd dat de kinderrechter heeft nagelaten op basis van deze gewijzigde tenlastelegging recht te doen. Het beroepen vonnis zal reeds daarom worden vernietigd.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij op een of meerdere tijdstip(pen) op of omstreeks 10 november 2003 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen, (telkens) in het openbaar, bij geschrift(en) en/of afbeelding(en),

- zich (telkens) opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten ((een) groep(en) van) personen van buitenlandse afkomst, althans niet van Nederlandse afkomst, wegens hun ras en/of godsdienst en/of levensovertuiging,

en/of

- (telkens) heeft aangezet tot haat tegen en/of discriminatie van mensen, te weten ((een) groep(en) van) personen van buitenlandse afkomst, althans niet van Nederlandse afkomst, wegens hun ras en/of godsdienst en/of levensovertuiging,

immers heeft hij, verdachte, (opzettelijk beledigend)

* (telkens) een of meerdere sticker(s)/biljet(ten) met (onder meer) de afbeelding van een Keltisch Kruis/Kelten Kruis/Zonnerad en/of het opschrift en/of het onderschrift "Nationalistische Jongeren Brabant" en/of "Wij geven wel om ons vaderland!" en/of "De wereld is van iedereen, maar Nederland is dat niet!" (aan)geplakt/aangebracht op/aan een of meer lantaarnpa(a)l(en),

en/of

* (telkens) een of meerdere sticker(s)/biljet(ten) met (onder meer) de afbeelding van een V-teken en/of het opschrift en/of het onderschrift "Verzet tegen systeem en kapitaal, onze strijd is nationaal!" en/of "Nationalistische Jongeren Brabant" en/of "Laat de fabrieksbazen betalen voor de remigratie van hun gastarbeiders!" en/of "Tegen rood en grootkapitaal, want massa-immigratie willen ze allemaal!" (aan)geplakt/aangebracht op/aan een of meer lantaarnpa(a)l(en).

In deze weergave van de tenlastelegging is de in eerste aanleg toegelaten wijziging begrepen.

Voor zover in de tenlastelegging voorts nog taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door het hof verbeterd. De verdachte is door deze verbetering niet in de verdediging geschaad.

De bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij op 10 november 2003 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen, in het openbaar, bij geschrift en afbeelding, telkens heeft aangezet tot discriminatie van mensen, te weten groepen van personen van buitenlandse afkomst, wegens hun ras, immers heeft hij, verdachte, meerdere stickers met onder meer de afbeelding van een Keltisch Kruis en het opschrift "Wij geven wel om ons vaderland!" en/of "De wereld is van iedereen, maar Nederland is dat niet!" geplakt op lantaarnpalen.

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen

PRO MEMORIE

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

De kinderrechter heeft in bovengenoemd vonnis onder meer geoordeeld dat de in de tenlastelegging voorkomende passages objectief beschouwd, zowel op zichzelf als begrepen in hun context, niet aanzetten tot discriminatie van (een) groep(en) van personen van buitenlandse afkomst wegens hun ras.

Het hof deelt dit oordeel van de kinderrechter niet.

Verdachte erkent dat hij op 10 november 2003 te Rijen diverse stickers op lantaarnpalen heeft geplakt. Een kopie van deze stickers, vier in totaal, is opgenomen op pagina 19 van het proces-verbaal. Op twee van die stickers staat een symbool afgebeeld, te weten een Keltisch Kruis. Dit symbool is in het recente verleden gebruikt door partijen als De Centrumpartij '86, De Nationale Volkspartij en het Jongerenfront Nederland.

In de Nederlandse rechtspraak is eerder uitgemaakt dat De Centrumpartij '86 het plegen van misdrijven tot oogmerk had, te weten het zich beledigend en discriminerend uitlaten over en aanzetten tot haat jegens etnische vreemdelingen in Nederland, door middel van het met opzet verspreiden van pamfletten en/of folders en via televisie-uitzendingen.

Het hof overweegt dat het gebruik van een dergelijk symbool door voornoemde partij en andere partijen die rechtsextremistische beginselen voorstaan, bepalend is geworden voor de betekenis die derden bij confrontatie met zo'n symbool hieraan toekennen. Door het gebruik van deze symbolen worden eventueel daarbij vermelde teksten verder ingekleurd.

Gelet op het vorenstaande is het hof van oordeel dat, van de op de stickers vermelde teksten "Wij geven wel om ons vaderland!" en "De wereld is van iedereen, maar Nederland is dat niet!", welke op zichzelf objectief beschouwd neutraal lijken, door het gebruik van het Keltisch Kruis op dezelfde sticker - daarbij mede gelet op de teksten die op de andere stickers staan vermeld, welke stickers deel uitmaken van dezelfde serie die in elkaars nabijheid waren aangeplakt en welke zich duidelijk richten tegen gastarbeiders - de betekenis nader wordt bepaald.

Door zich aldus met deze teksten zoals bewezenverklaard in combinatie met het Keltisch Kruis tegen voornoemde groep mensen

- arbeiders van niet-Nederlandse afkomst - te richten, is er voor wat betreft die teksten naar het oordeel van het hof geen spake meer van geoorloofde kritiek op het kapitalisme en globalisme, zoals verdachte zelf beweert, maar is er sprake van aanzetten tot discriminatie tegen deze groep mensen wegens hun ras. Verdachte heeft zich derhalve schuldig gemaakt aan het hierna vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit.

Het bewezen verklaarde is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 137d juncto artikel 77gg, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht.

Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat de verdachte reeds eerder terzake een soortgelijk strafbaar feit is veroordeeld;

- de mate waarin het bewezen verklaarde persoonlijk leed teweeg kan brengen bij de groep mensen van buitenlandse afkomst, zoals gevoelens van onveiligheid en het zich ongewenst voelen;

- de maatschappelijke verontrusting die van het bewezenverklaarde het gevolg is.

De vordering tot tenuitvoerlegging

Het hoger beroep heeft mede betrekking op de beslissing welke de eerste rechter heeft genomen op de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging alsnog van één maand jeugddetentie, aan de verdachte opgelegd bij onherroepelijk geworden vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Breda d.d. 12 mei 2003 onder parketnummer 02/015864-03. De vordering voldoet aan de bij de wet gestelde eisen.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de verdachte door hetgeen thans bewezen en strafbaar is verklaard zich voor het einde van de vastgestelde proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit en aldus de algemene voorwaarde heeft overtreden.

Bijzondere omstandigheden die aan de gevorderde tenuitvoerlegging in de weg zouden staan zijn niet aanwezig. Het hof zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

De toegepaste wettelijke voorschriften

De strafoplegging is gegrond op de artikelen:

77a, 77i, 77v, 77dd, 77gg, 137d van het Wetboek van Strafrecht.

B E S L I S S I N G:

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

"Het in het openbaar bij geschrift en bij afbeelding aanzetten tot discriminatie van mensen wegens hun ras, meermalen gepleegd".

Verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de tijd van

één maand.

Gelast de tenuitvoerlegging alsnog van de bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank Breda d.d. 12 mei 2003, in de zaak met parketnummer 02/015864-03 aan de veroordeelde opgelegde doch voorwaardelijk niet tenuitvoergelegde straf, te weten jeugddetentie voor de tijd van één maand.

Het hof adviseert de jeugddetentie ten uitvoer te leggen in RIJ Den Hey-acker te Breda.

Dit arrest is gewezen door Mr. Gründemann, als voorzitter

Mrs. Ficq en De Jonge, als raadsheren

in tegenwoordigheid van Mr. Van der Velden, als griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 11 oktober 2004.

U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G

zaaknr.: 04

tijd : 12.15

verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1986,

wonende te [adres],

Is bij vonnis van de kinderrechter in de rechtbank te Breda van 26 februari 2004 ter zake van:

veroordeeld tot:

vrijspraak

O.v.J. niet ontvankelijk in zijn vordering in de zaak onder parketnr. 015864/03