Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2004:AP4375

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-05-2004
Datum publicatie
15-10-2004
Zaaknummer
20.003895.03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren wegens; Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd. Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen. Poging tot moord. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Dit alles na verbroken relatie.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 27, geldigheid: 2004-05-13
Wetboek van Strafrecht 45, geldigheid: 2004-05-13
Wetboek van Strafrecht 57, geldigheid: 2004-05-13
Wetboek van Strafrecht 285, geldigheid: 2004-05-13
Wetboek van Strafrecht 289, geldigheid: 2004-05-13
Wetboek van Strafrecht 350, geldigheid: 2004-05-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

meervoudige kamer voor strafzaken

A R R E S T

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te Breda van 17 november 2003 in de strafzaak onder parketnummer 02/001352-03 en 02/004332-03 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1961,

thans preventief gedetineerd in het Huis van Bewaring De Boschpoort te Breda.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hoger beroep van de verdachte is blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep uitdrukkelijk beperkt tot de veroordeling terzake van het hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 02/001352-03 onder 1 en onder 4 en in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 1 en onder 2 is ten laste gelegd.

Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 02/001352-03

1.

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 9 februari 2003 tot en met 6 maart 2003 te Breda, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1], meermalen, althans eenmaal dreigend de woorden toegevoegd: “Wil je soms dat er nog ergere dingen gaan gebeuren, je weet toch wat ik heb gezegd” en/of “Ik steek je huis in de fik. Ik verbouw je moeders gezicht zodat niemand haar meer herkent en ze geen enkele andere man meer kan krijgen. Ik ga je uit de weg ruimen. Heel langzaam komen ze allemaal aan de beurt, ik heb vier jaar de tijd. Die vier jaar heb ik een uikering en heb ik alle tijd om jullie kapot te maken. Ik heb een pistool in mijn zak en ik ga je kapotschieten. Het is heel makkelijk om je kind mee te nemen, ze kent me en komt makkelijk naar me toe” en/of “ik maak alles kapot en ik ga door tot het einde, jouw hele familie” en/of “nee, dat is geen dreigement, dat is mijn wet", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 10 maart 2003 te Breda, althans in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk een/het slot van de/een voordeur (van de woning gelegen aan de [adres]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Woonstichting Singelveste, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Parketnummer 02/004332-02

1.

hij op of omstreeks 05 mei 2003 te Breda, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten [slachtoffer 2] van het leven te beroven,

met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, althans eenmaal met een pistool, althans een vuurwapen (op korte afstand) een of meer kogel(s)

heeft afgevuurd op/naar en/of in de richting van die (op de grond liggende) [slachtoffer 2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 05 mei 2003 te Breda, althans in Nederland, aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (schotverwondingen aan beide benen en/of schotverwondingen ter hoogte van beide knieën) heeft toegebracht, door deze opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk, meermalen, althans eenmaal met een pistool, althans een vuurwapen (op korte afstand) in en/of ter hoogte van een/beide knie(en) en/of be(e)n(en) te schieten;

tweede subsidiair

hij op of omstreeks 05 mei 2003 te Breda, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet

-meermalen, althans eenmaal met een pistool, althans een vuurwapen een of meer kogel(s) heeft afgevuurd in/naar een/de knie(en) en/of het/de be(e)n(en) van die [slachtoffer 2] en/of

- meermalen, althans eenmaal met geschoeide voet(en) tegen de rug/schouder van die [slachtoffer 2] heeft geschopt en/of getrapt en/of

-een vuistslag in de nek van die [slachtoffer 2] heeft gegeven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 05 mei 2003 te Breda, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- meermalen, althans eenmaal met een pistool, althans een vuurwapen (op korte afstand) een of meer kogel(s) heeft afgevuurd op/naar en/of in de richting van (het lichaam van) die [slachtoffer 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal een pistool, althans een vuurwapen (op korte afstand) op (het lichaam van) die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of de trekker van dat vuurwapen heeft overgehaald, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair

hij op of omstreeks 05 mei 2003 te Breda, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- meermalen, althans eenmaal met een pistool, althans een vuurwapen (op korte afstand) een of meer kogel (s) heeft afgevuurd op/naar en/of in de richting van (het lichaam van) die [slachtoffer 1] en/of

- meermalen, althans eenmaal een pistool, althans een vuurwapen (op korte afstand) op die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of de trekker van dat vuurwapen heeft overgehaald, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

tweede subsidiair

hij op of omstreeks 05 mei 2003 te Breda, althans in Nederland, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- meermalen, althans eenmaal een pistool, althans een vuurwapen aan die [slachtoffer 1] getoond, althans zichtbaar voor die [slachtoffer 1] vastgehouden en/of

- (vervolgens) meermalen, althans, eenmaal met dat/een pistool, althans dat/een vuurwapen een of meer kogel(s) afgevuurd naar en/of in de richting van die [slachtoffer 1] en/of

- (vervolgens) met dat/een pistool, athans een vuurwapen een of meer kogel(s) afgevuurd;

Als gevolg van een kennelijke misslag in de tenlastelegging is het slachtoffer in het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde op de dagvaarding met parketnummer 02/004332-03 telkens aangeduid als [slachtoffer 2].

Het hof verbetert de tenlastelegging in die zin dat in plaats van [slachtoffer 2] wordt gelezen: [slachtoffer 2].

De verdachte is door deze verbetering niet in de verdediging geschaad.

De bewezenverklaring

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 2 primair en subsidiair ten laste is gelegd, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02/001352-03 onder 1 en onder 4 en het in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 1 primair en onder 2 tweede subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

parketnummer 02/001352-03

1.

hij op tijdstippen in de periode van 9 februari 2003 tot en met 6 maart 2003 te Breda, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] meermalen dreigend de woorden toegevoegd: “Wil je soms dat er nog ergere dingen gaan gebeuren, je weet toch wat ik heb gezegd” en “Ik ga je uit de weg ruimen. Heel langzaam komen ze allemaal aan de beurt, ik heb vier jaar de tijd. Die vier jaar heb ik een uitkering en heb ik alle tijd om jullie kapot te maken. Ik heb een pistool in mijn zak en ik ga je kapotschieten” en “ik maak alles kapot en ik ga door tot het einde, jouw hele familie” en/of “nee, dat is geen dreigement, dat is mijn wet”;

4.

hij op 10 maart 2003 te Breda, opzettelijk en wederrechtelijk het slot van de voordeur van de woning gelegen aan de [adres], toebehorende aan Woonstichting Singelveste heeft vernield;

parketnummer 02/004332-03

1 primair

hij op 5 mei 2003 te Breda, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 2] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, meermalen, met een pistool (op korte aftand) een kogel heeft afgevuurd in de richting van die (op de grond liggende) [slachtoffer 2], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 tweede subsidiair

hij op 5 mei 2003 te Breda, [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een pistool aan die [slachtoffer 1] getoond.

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte in de zaak met parketnummer 02/001352-03 onder 1 en 4 en het in de zaak 02/004332-03 onder 1 primair en onder 2 tweede subsidiair meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen staan vermeld in de aanvulling als bedoeld in de artikelen 365a en 365b van het Wetboek van Strafvordering; deze aanvulling is aan dit arrest gehecht.

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Ter terechtzitting heeft de verdachte met betrekking tot het in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 1 primair ten laste gelegde aangevoerd dat hij niet de bedoeling had [slachtoffer 2] te vermoorden, maar dat hij haar alleen met zijn pistool in haar benen wilde schieten.

Uit de inhoud van de hierboven gebezigde bewijsmiddelen is het volgende vast komen te staan.

Verdachte had een relatie met het (latere) slachtoffer [slachtoffer 2]. Begin 2003 heeft [slachtoffer 2] een einde gemaakt aan deze relatie, doch verdachte kon dat niet verkroppen, bleef [slachtoffer 2] bloemen sturen, brieven schrijven en ging ook vaak naar haar woning. Tevens heeft de verdachte via haar zoon meermalen jegens [slachtoffer 2] ernstige bedreigingen geuit, zoals bij parketnummer 02/001352-03 onder 1. is bewezen verklaard.

Op enig moment heeft verdachte het plan opgevat om met een pistool op [slachtoffer 2] te schieten. Ter uitvoering van dit plan is hij naar België gegaan en heeft daar een pistool gekocht om daarmee - naar zijn zeggen - [slachtoffer 2] door de benen te schieten.

Op 5 mei 2003 is verdachte naar een café gegaan alwaar hij zich moed heeft ingedronken. Verdachte was op een gegeven moment dermate dronken dat hij van de bareigenaar geen alcohol, maar slechts nog thee geschonken kreeg. Vervolgens heeft verdachte in deze toestand het café verlaten en zijn pistool opgehaald. Daarna is verdachte naar de flatwoning van [slachtoffer 2] gegaan, alwaar hij haar thuiskomst heeft afgewacht. Toen verdachte [slachtoffer 2] met haar zoon zag aankomen is hij via de brandtrap naar boven gegaan teneinde haar op te wachten.

Verdachte is vervolgens [slachtoffer 2] genaderd en heeft haar met kracht op de grond gelegd. Toen [slachtoffer 2] zag dat verdachte zijn pistool op haar richtte, heeft zij haar knieën opgetrokken om zich zo klein mogelijk te maken en zich te beschermen. Verdachte, die – zoals uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken- geen ervaring heeft met het schieten met een pistool, heeft vervolgens het doorgeladen pistool op [slachtoffer 2] gericht, zijn ogen dicht gedaan dan wel het hoofd afgewend en enkele schoten in de richting van [slachtoffer 2] afgevuurd. [slachtoffer 2] is daarop door een tweetal kogels in de benen – ter hoogte van de knieën – geraakt.

Onder die omstandigheden en gezien de eerder door verdachte geuite bedreigingen acht het hof het onaannemelijk dat verdachte slechts op de knieën van [slachtoffer 2] wilde schieten.

Het hof is in tegendeel van oordeel dat de verdachte – door onder vorenomschreven omstandigheden te handelen- bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer 2] dodelijk zou treffen.

De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit.

Het in de zaak met parketnummer 02/001352-03 onder 1 bewezen verklaarde is telkens als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 285, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

Het in de zaak met parketnummer 02/001352-03 onder 4 bewezen verklaarde is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 350, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

Het in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 1 primair bewezen verklaarde is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 289, juncto artikel 45, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

Het in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 2 tweede subsidiair bewezen verklaarde is als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 285, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht.

Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf welke onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur met zich brengt. Daarbij is rekening gehouden met:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de mate waarin het in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 1 primair bewezen verklaarde persoonlijk leed teweeg heeft gebracht;

- de omstandigheid dat slachtoffers als gevolg van een feit als het in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 1 primair bewezenverklaarde -naast de lichamelijk gevolgen- nog langdurig last kunnen hebben van nadelige psychische gevolgen, zoals gevoelens van angst en onveiligheid;

- de omstandigheid dat het onderhavige delict een gewelddadig feit betreft waardoor de rechtsorde zeer ernstig is geschokt en dat in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid te weeg brengt.

De toegepaste wettelijke voorschriften

De strafoplegging is gegrond op de artikelen 27, 45, 57, 285, 289 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

B E S L I S S I N G:

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 2 primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 02/001352-03 onder 1 en onder 4 en het in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 1 primair en onder 2 tweede subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte in de zaak met parketnummer 02/001352-03 onder 1 en onder 4 en het in de zaak met parketnummer 02/004332-03 onder 1 primair en onder 2 tweede subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

1:

"Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd",

2:

"Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen",

3:

"Poging tot moord",

4:

"Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht".

Verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van zes jaar.

Beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf daarop geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit arrest is gewezen door Mr. Bergkotte, als voorzitter

Mrs. Mooy en Pijls, als raadsheren

in tegenwoordigheid van Mr. Regina, als griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 13 mei 2004.

U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G

zaaknr.: 02

tijd : 13.30

verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1961,

,

thans preventief gedetineerd in het Huis van Bewaring De Boschpoort te Breda

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande

Is bij vonnis van de rechtbank te Breda van 17 november 2003 ter zake van:

parketnummer 02/004332-03:

sub 1 primair: "Poging tot moord",

sub 2 primair: "Poging tot doodslag",

parketnummer 02/001352-03:

sub 1:

"Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd",

sub 4:

"Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen",

veroordeeld tot:

7 jrn. gev.str. OV. - MAV.

vrijspr.v.h. onder parketnr. 02/001352-03 sub 2 en 3 tll