Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2004:AO9782

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-04-2004
Datum publicatie
19-05-2004
Zaaknummer
C0300136-MA
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

In deze procedure vordert LOB in conventie betaling van de openstaande facturen, vermeerderd met ƒ 2.283,38 aan buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 15 november 1996. [geïntimeerde] betwist deze vordering op de grond dat zij de kosten van de revisie al heeft betaald en dat zij LOB verder niets verschuldigd is. Volgens [geïntimeerde] is de revisie door LOB ondeugdelijk uitgevoerd met als gevolg een groot aantal storingen aan de maïsbek en daardoor schade voor [geïntimeerde], doordat zij een derde heeft moeten inschakelen om werk over te nemen. In reconventie vordert [geïntimeerde] na wijzigingen van eis terugbetaling van het bedrag dat zij aan LOB heeft betaald, dan wel vergoeding van de kosten van een nieuwe revisie door Farm Parts NV ten bedrage van ƒ 8.525,84, alsmede schadevergoeding vanwege het uitbesteden van werk ad ƒ 50.687,88 een en ander met buitengerechtelijke incassokosten en rente.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. KD/MB

rolnr. C0300136/MA

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH,

vijfde kamer, van 13 april 2004,

gewezen in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid LANDBOUWONDERDELENBANK BV,

gevestigd te Schinnen,

appellante,

procureur: mr. J.E. Lenglet,

t e g e n :

1. de vennootschap onder firma [GEINTIMEERDE SUB 1],

gevestigd te [plaats],

2. [GEINTIMEERDE SUB 2],

3. [GEINTIMEERDE SUB 3],

beiden wonende te [woonplaats],

geïntimeerden,

procureur: mr. P.C.M. van der Ven,

op het bij exploot van dagvaarding van 7 februari 2002 ingeleide hoger beroep van de door de rechtbank te Maastricht tussen appellante, LOB, als eiseres in conventie, verweerster in reconventie en geïntimeerde, in enkelvoud: [geïntimeerde], als gedaagden in conventie, eisers in reconventie onder rolnummer 29777/1997 gewezen vonnissen van 28 januari 1999, 22 juni 2000 en 15 november 2001.

1. De eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de vonnissen waarvan beroep, die zich bij de processtukken bevinden.

2. Het geding in hoger beroep

Van deze vonnissen is LOB tijdig in hoger beroep gekomen.

Bij memorie van grieven heeft LOB acht grieven aangevoerd en geconcludeerd zoals in het petitum van de memorie van grieven nader staat omschreven.

Bij memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het vonnis van 15 november 2001, met veroordeling van LOB in de kosten van het geding.

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en uitspraak verzocht.

3. De grieven

Tegen het tussenvonnis van 28 januari 1999 zijn de grieven 1, 2 en 3 gericht, tegen het tussenvonnis van 22 juni 2000 de grieven 4, 5 en 6 en tegen het eindvonnis van

15 november 2001 de grieven 7 en 8. Voor de exacte inhoud van de grieven verwijst het hof naar de memorie van grieven.

4. De beoordeling

4.1 Geen grieven zijn gericht tegen de feiten zoals door de rechtbank in het tussenvonnis van 28 januari 1999 onder 2. vastgesteld, zodat het hof hiervan ook in hoger beroep uitgaat.

4.2 Het gaat in deze zaak, kort samengevat, om het volgende.

a) Medio augustus 1996 heeft [geïntimeerde] aan LOB opdracht gegeven tot het reviseren van een maïsbek van het merk Claas, die door [geïntimeerde] wordt gebruikt op een zelfrijdende veldhakselaar. LOB heeft deze opdracht geaccepteerd.

b) Voor de revisie is tussen partijen een prijs overeengekomen van maximaal ƒ 13.000,= excl. BTW voor nieuwe onderdelen en ƒ 2.000,= excl. BTW voor arbeidsloon.

c) De onderdelen die bij de revisie zijn verwerkt, zijn door LOB bij factuur van 6 september 1996 (prod. II cvd in conventie) in rekening gebracht. Deze factuur ten bedrage van ƒ 12.363,39 excl. BTW is door [geïntimeerde] voldaan.

d) De revisiewerkzaamheden heeft LOB laten uitvoeren door de firma Agrimaas.

e) Nadat de revisie was uitgevoerd en [geïntimeerde] de maïsbek in gebruik had genomen, zijn hieraan storingen opgetreden. LOB is vervolgens doende geweest deze storingen te verhelpen.

f) LOB heeft aan [geïntimeerde] de volgende drie facturen gezonden:

- nr. 609551 d.d. 27 september 1996 ad ƒ 2.907,15

- nr. 610235 d.d. 14 oktober 1996 ad ƒ 7.570,51

- nr. 612073 d.d. 4 december 1996 ad ƒ 10.751,54

(totaal ƒ 21.229,20 incl. 17,50% BTW).

g) [geïntimeerde] weigert deze facturen te voldoen.

4.3 In deze procedure vordert LOB in conventie betaling van de openstaande facturen, vermeerderd met ƒ 2.283,38 aan buitengerechtelijke incassokosten en de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 15 november 1996. [geïntimeerde] betwist deze vordering op de grond dat zij de kosten van de revisie al heeft betaald en dat zij LOB verder niets verschuldigd is. Volgens [geïntimeerde] is de revisie door LOB ondeugdelijk uitgevoerd met als gevolg een groot aantal storingen aan de maïsbek en daardoor schade voor [geïntimeerde], doordat zij een derde heeft moeten inschakelen om werk over te nemen. In reconventie vordert [geïntimeerde] na wijzigingen van eis terugbetaling van het bedrag dat zij aan LOB heeft betaald, dan wel vergoeding van de kosten van een nieuwe revisie door Farm Parts NV ten bedrage van ƒ 8.525,84, alsmede schadevergoeding vanwege het uitbesteden van werk ad ƒ 50.687,88 een en ander met buitengerechtelijke incassokosten en rente.

4.4 Na bewijsopdrachten aan LOB ten aanzien van de deugdelijkheid van de revisie en aan [geïntimeerde] ten aanzien van de omvang van de schade en de beperking daarvan heeft de rechtbank de vordering van LOB in conventie afgewezen en de vordering van [geïntimeerde] in reconventie tot een bedrag van ƒ 34.347,96 (ƒ 8.525,84 nieuwe revisie en

ƒ 25.822,12 inkomstenderving) met de wettelijke rente vanaf 19 juni 1997 toegewezen en voor het overige afgewezen.

4.5 Alvorens op de grieven in te gaan overweegt het hof het volgende. Blijkens het proces-verbaal van de comparitie na antwoord die op 4 november 1997 is gehouden, zijn bij die gelegenheid de drie hiervoor in 4.2 onder f) vermelde facturen in het geding gebracht. Echter, deze facturen bevinden zich in geen van beide procesdossiers en ook niet in het griffiedossier bij het hof. Bovenaan pagina 7 van de pleitnotities van LOB is verwezen naar een productie 3 bij CVR LOB. Een dergelijke productie ontbreekt in beide procesdossiers. Het hof acht het wenselijk dat de dossiers worden gecompleteerd en zal daarom de zaak naar de rol verwijzen teneinde LOB in de gelegenheid te stellen bij akte de drie facturen en bedoelde productie alsnog over te leggen. In deze akte dient LOB tevens kort aan te geven (voor zover de facturen niet reeds gespecificeerd zijn) op welke werkzaamheden zij betrekking hebben en wanneer en door wie voor die werkzaamheden opdracht is gegeven. [geïntimeerde] kan hierop bij antwoordakte reageren. Deze aktes zijn niet bedoeld om (nader) in te gaan op andere kwesties die in deze procedure aan de orde zijn.

4.6 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

Het hof:

verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 27 april 2004 met het hiervoor onder 4.5 omschreven doel (akte aan de zijde van appellante);

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. Kranenburg, Meulenbroek en Venhuizen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 13 april 2004.