Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2004:AO9579

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-05-2004
Datum publicatie
17-05-2004
Zaaknummer
20.002775.03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De kennelijke bedoeling van de steller van de tenlastelegging is aan de verdachte te verwijten dat de verdachte in strijd met de waarheid wil doen voorkomen dat hij, verdachte, een bedrag van DM 92.000 heeft geleend op 12 december 2000 en dat het dit bedrag was dat door de politie op 13 december 2000 in beslag is genomen in de auto van [betrokkene 1], die op dat moment werd gebruikt door een broer van de verdachte, welke broer als verdachte in een drugszaak werd geobserveerd door de politie.

Het Gerechtshof acht de telastegelegde feiten echter niet wettig en overtuigend bewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer: 20.002775.03

datum uitspraak: 12 mei 2004

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

meervoudige kamer voor strafzaken

A R R E S T

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank te Roermond van 4 maart 2003 in de strafzaak onder parketnummer 04/050502-01 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1954,

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

De telastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 12 december 2000 tot 20 maart 2001 in de gemeente Tegelen een verklaring gedateerd 12 december 2000 - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk een verklaring ondertekend, waaruit onder andere zou moeten blijken, dat aan hem, verdachte, DM 92.000 is geleend en overhandigd, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

2.

hij in of omstreeks de periode van 09 maart 2001 tot 20 maart 2001 te Tegelen, in elk geval in de gemeente Venlo, een verklaring gedateerd 9 maart 2001 - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte valselijk een verklaring opgesteld, waarin hij onder andere heeft vermeld, dat hij op 13 december 2000 de auto van [betrokkene 1] heeft gepakt en dat de politie deze auto, terwijl hij bij McDonalds aan het eten was, heeft meegenomen. In deze auto bevonden zich DM 92.000, hetwelk hij van [betrokkene 2] had geleend en van hem was, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Vrijspraak

Het hof zal de verdachte vrijspreken van beide tenlastegelegde feiten. Hiertoe overweegt het hof als volgt.

1.

Aan de verdachte is ten laste gelegd, kort gezegd:

onder 1 dat de verdachte een valse verklaring, inhoudende dat de verdachte op 12 december 2000 een bedrag van DM 92.000 zou hebben geleend, heeft ondertekend en daardoor die verklaring valselijk heeft opgemaakt;

onder 2 dat de verdachte een valse verklaring heeft opgesteld, inhoudende dat de verdachte op 13 december 2000 de auto van [betrokkene 1] heeft gepakt, dat de politie deze auto heeft meegenomen terwijl de verdachte bij McDonalds aan het eten was en dat zich in deze auto DM 92.000 bevond die de verdachte had geleend.

2.

De kennelijke bedoeling van de steller van de tenlastelegging is aan de verdachte te verwijten dat de verdachte in strijd met de waarheid wil doen voorkomen dat hij, verdachte, een bedrag van DM 92.000 heeft geleend op 12 december 2000 en dat het dit bedrag was dat door de politie op 13 december 2000 in beslag is genomen in de auto van [betrokkene 1], die op dat moment werd gebruikt door een broer van de verdachte, welke broer als verdachte in een drugszaak werd geobserveerd door de politie. Volgens de politie is echter uit telefoontaps gebleken dat deze broer van de verdachte op weg was naar een persoon in Helmond, van wie ambtshalve bekend is dat deze zich bezig hield met het wisselen van Duitse marken – de opbrengst uit coffeeshops – in Nederlandse guldens.

Uit het vorenstaande blijkt dat met de woorden in de op art. 225 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht toegesneden tenlastelegging “tot bewijs van enig feit” bedoeld wordt: tot bewijs van het feit dat de verdachte geld zou hebben geleend op 12 december 2000, welk geld op 13 december 2000 door de politie in beslag is genomen.

3.

Het hof overweegt dat het dossier geen bewijs bevat dat de inhoud van de schriftelijke overeenkomst van geldlening (feit 1) vals is. Dit geschrift is ondertekend door vier personen, onder wie de verdachte en degene die het geld heeft uitgeleend aan de verdachte, te weten [betrokkene 2]. De verdachte heeft steeds volgehouden dat de inhoud van dit geschrift niet vals is. De drie overige ondertekenaars van het geschrift – de genoemde [betrokkene 2] en twee getuigen, zijn in het voorbereidend onderzoek niet gehoord. Uit de verklaringen van de verdachte noch uit de in het dossier weergegeven afgetapte telefoongesprekken volgt de valsheid van de genoemde overeenkomst.

Derhalve zal het hof vrijspreken van het onder 1 ten laste gelegde feit.

4.

Voorts volgt uit de telefoongesprekken evenmin met voldoende duidelijkheid dat de broer van de verdachte op 13 december 2000 met dit geld op weg was naar Helmond om dit te wisselen. Het desbetreffende gesprek tussen deze broer en de “wisselaar” van 12 december 2000, 12:47 uur vermeldt slechts dat de broer zegt: “Morgen twee uur. Zeventig, tachtig denke ja”. Wat dit betekent kan het hof niet bevatten. In het dossier bevinden zich geen verklaringen van deze broer van de verdachte noch van de “wisselaar” over dit telefoongesprek. Evenmin is een verklaring opgenomen van de broer over de herkomst van het geld in de auto.

5.

Van de in feit 2 bedoelde schriftelijke verklaring staat slechts vast dat een klein onderdeel, te weten dat de verdachte bij Mc.Donalds aan het eten was toen de auto door de politie werd meegenomen, onjuist is. De verdachte geeft de valsheid hiervan immers toe – hij zegt overigens niet te weten hoe dit in deze verklaring terecht is gekomen - en het blijkt ook uit de observaties van de politie.

Maar van de overige inhoud van deze verklaring, waarvan de kern is dat in deze auto een geldbedrag lag dat toebehoorde aan de verdachte, staat niet vast dat zij onjuist is.

Aangezien het aantoonbaar valse deel van deze schriftelijke verklaring, tegen de achtergrond van de overige inhoud van de verklaring waarvan de valsheid niet vast staat, niet relevant is in het licht van het feit tot bewijs waarvan deze verklaring dient – zoals hierboven aan het slot van nr. 2 overwogen – zal het hof ook vrijspreken van het onder 2 ten laste gelegde feit.

B E S L I S S I N G:

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het als voormeld ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit arrest is gewezen door Mr. Van de Loo, als voorzitter

Mrs. Claassens en Zeyl, als raadsheren

in tegenwoordigheid van Dhr. De Jonge, als griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 12 mei 2004.

Mr. Zeyl is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G

zaaknr.: 09

tijd : 15.30

verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1954,

wonende te [adres],

Is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Roermond van 4 maart 2003 ter zake van:

t.a.v. sub 1 en sub 2 telkens: "Valsheid in geschrift";

veroordeeld tot:

een gevangenisstraf voor de tijd van twee weken;