Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2004:AO8570

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-04-2004
Datum publicatie
29-04-2004
Zaaknummer
20.000167.04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende een langere periode en op verschillende locaties bakkerijen geëxploiteerd, welke bakkerijen op diverse controletijdstippen niet goed schoon en niet goed onderhouden waren. De bedrijfsruimten waren vuil en er werden dode muizen en muizenuitwerpselen aangetroffen. Ook werden er bakkerijgrondstoffen aangetroffen die ongeschikt waren voor gebruik. Deze onhygiënische toestanden vormden grote risico's voor de volksgezondheid.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 20.000167.04

datum uitspraak: 23 april 2004

tegenspraak;

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

economische kamer

A R R E S T

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank te Maastricht van 14 november 2003 in de strafzaak onder parketnummer 03/080222/03 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1960,

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof kan zich op onderdelen niet met het beroepen vonnis verenigen.

Om redenen van efficiëntie zal het hof evenwel het gehele vonnis vernietigen.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat hij:

1.

op of omstreeks 17 juli 2003, te [pleegplaats],

eet- en/of drinkwaren, te weten een tompoes, welke gekoeld moeten worden bewaard teneinde micro-biologisch bederf of de uitgroei van pathogene bacteriën tegen te gaan, terwijl door de bereider geen bijzondere bewaartemperatuur op de voorverpakking is vermeld of de waar niet is voorverpakt, zodanig in voorraad heeft gehouden dat de temperatuur van die waar 10,3 graden Celcius bedroeg, in elk geval meer dan 7 graden Celcius;

2.

op of omstreeks 23 september 2003 in de gemeente [pleegplaats],

in een of meer bedrijfsruimten van een aan de [adres] gelegen brood- en banketwinkel,

eet- en/of drinkwaren heeft bereid, behandeld en/of bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 6 lid 1 van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat de bedrijfsruimten schoon en/of goed onderhouden moeten zijn, aangezien in de winkel

-onder de koelkast muizenuitwerpselen lagen

-op diverse schappen achter de verkooptoonbank muizenuitwerpselen lagen

-in diverse open lades van de verkooptoonbank muizenuitwerpselen lagen

-de vloer achter en onder de grote diepvries bedekt was met muizenuitwerpselen;

3.

op of omstreeks 25 september 2003 in de gemeente [pleegplaats],

in een of meer bedrijfsruimten van een aan de [adres] gelegen broodbakkerij,

eet- en/of drinkwaren heeft bereid, behandeld en/of bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 6 lid 1 van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat de bedrijfsruimten schoon en/of goed onderhouden moeten zijn, aangezien in de bakkerij

-spinnenwebben aan muren, plafonds, achter machines en apparaten zaten

-de vloeren vuil waren

-de schrobputten vuil waren

-een metalen plaat die voor een spoelbak op de grond lag vuil was

-het plafond en de wanden in de rijskast beschimmeld waren

-de ventilatoren in de rijskast beschimmeld waren

-de voorzijdes van de diverse ovens vuil waren

-de plafonds voor de ovens vuil waren

-de schappen vuil waren

-op de balken achter de schroten wanden muizenuitwerpselen lagen

-steunpilaren kapot waren

-een schroten wand kapot was

-op diverse plaatsen de plafondplaten kapot waren

-de tegels rondom de schrobput kapot waren;

4.

op of omstreeks 25 september 2003, in de gemeente [pleegplaats],

eet- en/of drinkwaren, te weten een hoeveelheid Mega Bake off, Granenmix direct, Meergranenmix, Pindaschaafsel, Puratis Euralia, Energiemix, Panomix, Strooizout mengsel en/of Bakels koudbindmiddel,

voorhanden en/of in voorraad heeft gehad, die ongeschikt was/waren voor gebruik,

immers was/waren die Mega Bake off, Granenmix direct, Meergranenmix, Pindaschaafsel, Puratis Euralia, Energiemix, Panomix, Strooizout mengsel bevuild met levende klander, motten en/of spinsel van de meelmot

en/of

was de tenminste houdbaar tot-data van die Mega Bake off, Meergranenmix, Energiemix, Panomix, Strooizout mensel en/of Bakels koudbindmiddel verstreken;

5.

op of omstreeks 25 september 2003, in de gemeente [pleegplaats],

in een of meer bedrijfsruimten van een aan de [adres] gelegen broodbakkerij,

eet- en/of drinkwaren heeft bereid, behandeld en/of bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 25 onder a van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat materiaal en apparatuur die met levensmiddelen in aanraking kunnen komen schoon worden gehouden,

aangezien in de bakkerij

-de met meel gevulde kunststof voorraadbakken vuil waren

-de kleine met meel gevulde voorraadsilo's vuil waren

-de metalen broodblikken vuil waren

-de deegkneedmachine vuil was

-de metalen weegschaal vuil was

-de broodkarren vuil waren

-de bollenrijskast vuil was;

6.

op of omstreeks 26 september 2003 te [pleegplaats], in een of meer bedrijfsruimten van een aan de [adres] gelegen brood- en banketbakkerij, eet- en/of drinkwaren heeft bereid, behandeld en/of bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 6 lid 1 van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat de bedrijfsruimten schoon en/of goed onderhouden moeten zijn, aangezien

in de broodbakkerij

-de vloeren vuil waren

-de wanden vuil waren

-de rijskast vuil was

-de deuren -vanuit de bakkerij naar de expeditieruimte- vuil waren

-een ketel, een zogenaamde puddingketel, vuil was

in het magazijn

-de vloeren vuil waren

-op de vloer twee dode muizen lagen

-op de vloer, op de leidingen, op pallets, en/of op de zakken met bakkerijgrondstoffen muizenuitwerpselen lagen

in de diepvriescel

-de deur en wanden vuil waren

-de vloer vuil was;

7.

op of omstreeks 26 september 2003 te [pleegplaats], eet- en/of drinkwaren, te weten zakken met bakkerijgrondstoffen en/of een hoeveelheid eigeel, vruchtenpuree en/of pruimen, voorhanden en/of in voorraad heeft gehad, die ongeschikt was/waren voor gebruik, immers was/waren die zakken met bakkerijgrondstoffen door muizen aangevreten en/of dat eigeel en/of die vruchtenpuree en/of die pruimen beschimmeld;

8.

op of omstreeks 16 oktober 2003, in de gemeente [pleegplaats], in een of meer bedrijfsruimten van een aan het [adres] gelegen brood- en banketwinkel, eet- en/of drinkwaren heeft bereid, behandeld en/of bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 6 lid 1 van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat de bedrijfsruimten schoon en/of goed onderhouden moeten zijn, aangezien

in de winkel

-de broodschappen vuil waren

-de toonbank vuil was

in het magazijn

-broodkratten vuil waren

-de kozijnen vuil waren

-het aanrecht, de spoelbak en de muren rondom de spoelbak vuil waren

-de kratten in de diepvries vuil waren

-de bodem van de diepvries vuil was

in het halletje tussen het magazijn en de keuken

-de vloer vuil was;

9.

op of omstreeks 16 oktober 2003 te [pleegplaats], in een of meer bedrijfsruimten van een aan de [adres] gelegen brood- en banketbakkerij, eet- en/of drinkwaren heeft bereid, behandeld en/of bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 25 onder a van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat materiaal en apparatuur die met levensmiddelen in aanraking kunnen komen schoon worden gehouden, aangezien

in de banketbakkerij

-het deksel van een kunststof bak (gelegen op een drietal zakken met bakkerijgrondstoffen) vuil was

-het deksel van een bak, met daarin op gemalen noten gelijkende waar, en de in die bak gelegen metalen schep vuil waren

-de bodem en de randen van een bak, met daarin op amandelschaafsel gelijkende waar, vuil waren

-het deksel van een bak, met daarin op chocoladeschaafsel gelijkende waar, vuil was

-de binnenzijde van een bak, met daarin op gesuikerd eiwitschuim gelijkende waar, vuil was

-de metalen spuitmondjes van twee linnen spuitzakken (op een afdruiprek boven een spoelbak) vuil waren

-een glaceermes en twee taartzagen (hangende aan een magneetstrip) vuil waren

-een apparaat, waarin chocolade kan worden verhit, aan de buitenzijde vuil was

-een zogenaamd vlaaienrek vuil was;

10.

op of omstreeks 17 oktober 2003 te [pleegplaats], in een of meer bedrijfsruimten van een aan de [adres] gelegen brood- en banketbakkerij, eet- en/of drinkwaren heeft bereid, behandeld en/of bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 6 lid 1 van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat de bedrijfsruimten schoon en/of goed onderhouden moeten zijn, aangezien

in de bakkerij

-de vloeren naast en onder machines en apparaten, voor en in de rijskast, en voor de ovens vuil waren

-de wanden vuil waren

-de rijskast vuil was

-de deuren die vanuit de bakkerij naar de expeditieruimte leiden vuil waren

-kratten stonden met daarin vuile materialen afkomstig van een afgebroken oven

in het magazijn

-de vloer(en) vuil was/waren

-op de vloer dode muizen lagen

-op de vloer en op leidingen muizenuitwerpselen lagen

in de diepvriescel

-de deuren en wanden vuil waren

-de vloer vuil was.

Voor zover in de tenlastelegging schrijffouten voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door het hof verbeterd. De verdachte is door deze verbetering niet in de verdediging geschaad.

De bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het sub 1 tot en met 10 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

1.

op 17 juli 2003, te [pleegplaats],

eetwaren, te weten een tompoes, welke gekoeld moeten worden bewaard teneinde micro-biologisch bederf of de uitgroei van pathogene bacteriën tegen te gaan, terwijl door de bereider geen bijzondere bewaartemperatuur op de voorverpakking is vermeld of de waar niet is voorverpakt, zodanig in voorraad heeft gehouden dat de temperatuur van die waar 10,3 graden Celcius bedroeg, in elk geval meer dan 7 graden Celcius;

2.

op 23 september 2003 in de gemeente [pleegplaats],

in een bedrijfsruimte van een aan de [adres] gelegen brood- en banketwinkel,

eetwaren heeft behandeld en bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 6 lid 1 van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat de bedrijfsruimten schoon en/of goed onderhouden moeten zijn, aangezien in de winkel

-onder de koelkast muizenuitwerpselen lagen

-op diverse schappen achter de verkooptoonbank muizenuitwerpselen lagen

-in diverse open lades van de verkooptoonbank muizenuitwerpselen lagen

-de vloer achter en onder de grote diepvries bedekt was met muizenuitwerpselen;

3.

op 25 september 2003 in de gemeente [pleegplaats],

in een bedrijfsruimte van een aan de [adres] gelegen broodbakkerij,

eetwaren heeft bereid, behandeld en bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 6 lid 1 van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat de bedrijfsruimten schoon en/of goed onderhouden moeten zijn, aangezien in de bakkerij

-spinnenwebben aan muren, plafonds, achter machines en apparaten zaten

-de vloeren vuil waren

-de schrobputten vuil waren

-een metalen plaat die voor een spoelbak op de grond lag vuil was

-het plafond en de wanden in de rijskast beschimmeld waren

-de ventilatoren in de rijskast beschimmeld waren

-de voorzijdes van de diverse ovens vuil waren

-de plafonds voor de ovens vuil waren

-de schappen vuil waren

-op de balken achter de schroten wanden muizenuitwerpselen lagen

-steunpilaren kapot waren

-een schroten wand kapot was

-op diverse plaatsen de plafondplaten kapot waren

-de tegels rondom de schrobput kapot waren;

4.

op 25 september 2003, in de gemeente [pleegplaats],

eetwaren, te weten een hoeveelheid Mega Bake off, Granenmix direct, Meergranenmix, Pindaschaafsel, Puratis Euralia, Energiemix, Panomix, Strooizout mengsel en Bakels koudbindmiddel,

voorhanden en in voorraad heeft gehad, die ongeschikt waren voor gebruik, immers waren die Mega Bake off, Granenmix direct, Meergranenmix, Pindaschaafsel, Puratis Euralia, Energiemix, Panomix, Strooizout mengsel bevuild met levende klander, motten en spinsel van de meelmot

en

was de tenminste houdbaar tot-datum van die Mega Bake off, Meergranenmix, Energiemix, Panomix, Strooizout mensel en Bakels koudbindmiddel verstreken;

5.

op 25 september 2003, in de gemeente [pleegplaats],

in een bedrijfsruimte van een aan de [adres] gelegen broodbakkerij,

eetwaren heeft bereid, behandeld en bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 25 onder a van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat materiaal en apparatuur die met levensmiddelen in aanraking kunnen komen schoon worden gehouden,

aangezien in de bakkerij

-de met meel gevulde kunststof voorraadbakken vuil waren

-de kleine met meel gevulde voorraadsilo's vuil waren

-de metalen broodblikken vuil waren

-de deegkneedmachine vuil was

-de metalen weegschaal vuil was

-de broodkarren vuil waren

-de bollenrijskast vuil was;

6.

op 26 september 2003 te [pleegplaats],

in bedrijfsruimten van een aan de [adres] gelegen brood- en banketbakkerij,

eetwaren heeft bereid, behandeld en bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 6 lid 1 van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat de bedrijfsruimten schoon en/of goed onderhouden moeten zijn, aangezien

in de broodbakkerij

-de vloeren vuil waren

-de wanden vuil waren

-de rijskast vuil was

-een ketel, een zogenaamde puddingketel, vuil was

in het magazijn

-de vloeren vuil waren

-op de vloer twee dode muizen lagen

-op de vloer en op de zakken met bakkerijgrondstoffen muizenuitwerpselen lagen

in de diepvriescel

-de deur en wanden vuil waren

-de vloer vuil was;

7.

op 26 september 2003 te [pleegplaats],

eetwaren, te weten zakken met bakkerijgrondstoffen en een hoeveelheid eigeel, vruchtenpuree en pruimen, voorhanden en in voorraad heeft gehad, die ongeschikt waren voor gebruik, immers waren die zakken met bakkerijgrondstoffen door muizen aangevreten en dat eigeel en die vruchtenpuree en die pruimen beschimmeld;

8.

op 16 oktober 2003, in de gemeente [pleegplaats],

in bedrijfsruimten van een aan het [adres] gelegen brood- en banketwinkel,

eetwaren heeft bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 6 lid 1 van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat de bedrijfsruimten schoon en/of goed onderhouden moeten zijn, aangezien

in de winkel

-de broodschappen vuil waren

-de toonbank vuil was

in het magazijn

-broodkratten vuil waren

-de kozijnen vuil waren

-het aanrecht, de spoelbak en de muren rondom de spoelbak vuil waren

-de kratten in de diepvries vuil waren

-de bodem van de diepvries vuil was

in het halletje tussen het magazijn en de keuken

-de vloer vuil was;

9.

op 16 oktober 2003 te [pleegplaats],

in bedrijfsruimten van een aan de [adres] gelegen brood- en banketbakkerij,

eetwaren heeft bereid, behandeld en bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 25 onder a van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat materiaal en apparatuur die met levensmiddelen in aanraking kunnen komen schoon worden gehouden, aangezien

in de banketbakkerij

-het deksel van een kunststof bak (gelegen op een drietal zakken met bakkerijgrondstoffen) vuil was

-het deksel van een bak, met daarin op gemalen noten gelijkende waar, en de in die bak gelegen metalen schep vuil waren

-het deksel van een bak, met daarin op chocoladeschaafsel gelijkende waar, vuil was

-de metalen spuitmondjes van twee linnen spuitzakken (op een afdruiprek boven een spoelbak) vuil waren

-een glaceermes en twee taartzagen (hangende aan een magneetstrip) vuil waren

-een apparaat, waarin chocolade kan worden verhit, aan de buitenzijde vuil was

-een zogenaamd vlaaienrek vuil was;

10.

op 17 oktober 2003 te [pleegplaats],

in bedrijfsruimten van een aan de [adres] gelegen brood- en banketbakkerij,

eetwaren heeft bereid, behandeld en bewaard, anders dan met inachtneming van het bij of krachtens het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen in artikel 6 lid 1 van de Warenwetregeling van Hygiene van levensmiddelen gestelde voorschrift, dat de bedrijfsruimten schoon en/of goed onderhouden moeten zijn, aangezien

in de bakkerij

-de vloeren naast en onder machines en apparaten, voor en in de rijskast, en voor de ovens vuil waren

-de wanden vuil waren

-de rijskast vuil was

-de deuren die vanuit de bakkerij naar de expeditieruimte leiden vuil waren

-kratten stonden met daarin vuile materialen afkomstig van een afgebroken oven

in het magazijn

-de vloer vuil was

-op de vloer dode muizen lagen

-op de vloer en op leidingen muizenuitwerpselen lagen

in de diepvriescel

-de deuren en wanden vuil waren

-de vloer vuil was.

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen

PRO MEMORIE

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit.

Het bewezen verklaarde onder 1 is voorzien bij artikel 1, aanhef en onder 4 (oud), van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 11 van de Warenwet, juncto artikel 15, eerste lid, aanhef en onder b, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten.

Het bewezenverklaarde onder 2 is voorzien bij artikel 1, aanhef en onder 4 (oud), van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 5 van de Warenwet, juncto artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, juncto artikel 6, eerste en tweede lid, van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten.

Het bewezenverklaarde onder 3 is voorzien bij artikel 1, aanhef en onder 4 (oud), van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 5 van de Warenwet, juncto artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, juncto artikel 6, eerste en tweede lid, van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten.

Het bewezenverklaarde onder 4 is voorzien bij artikel 1, aanhef en onder 4 (oud), van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 18, aanhef en onder d. van de Warenwet en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten.

Het bewezenverklaarde onder 5 is voorzien bij artikel 1, aanhef en onder 4 (oud), van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 5 van de Warenwet, juncto artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, juncto artikel 25, aanhef en onder a, van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten.

Het bewezenverklaarde onder 6 is voorzien bij artikel 1, aanhef en onder 4 (oud), van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 5 van de Warenwet, juncto artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, juncto artikel 6, eerste lid, van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten.

Het bewezenverklaarde onder 7 is voorzien bij artikel 1, aanhef en onder 4 (oud), van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 18, aanhef en onder d. van de Warenwet en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten.

Het bewezenverklaarde onder 8 is voorzien bij artikel 1, aanhef en onder 4 (oud), van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 5 van de Warenwet, juncto artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, juncto artikel 6, eerste lid, van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten.

Het bewezenverklaarde onder 9 is voorzien bij artikel 1, aanhef en onder 4 (oud), van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 5 van de Warenwet, juncto artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, juncto artikel 25, aanhef en onder a, van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten.

Het bewezenverklaarde onder 10 is voorzien bij artikel 1, aanhef en onder 4 (oud), van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 5 van de Warenwet, juncto artikel 2, eerste lid, van het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen, juncto artikel 6, eerste lid, van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten.

Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Verdachte heeft gedurende een langere periode en op verschillende locaties bakkerijen geëxploiteerd, welke bakkerijen op diverse controletijdstippen niet goed schoon en niet goed onderhouden waren. De bedrijfsruimten waren vuil en er werden dode muizen en muizenuitwerpselen aangetroffen. Ook werden er bakkerijgrondstoffen aangetroffen die ongeschikt waren voor gebruik. Deze onhygiënische toestanden vormden grote risico's voor de volksgezondheid.

Bij de straftoemeting heeft het hof ten bezware van de verdachte er rekening mee gehouden dat de verdachte terzake soortgelijke strafbare feiten reeds eerder is veroordeeld.

Het hof acht oplegging van een onvoorwaardelijke taakstraf voor het hierna te vermelden aantal uren passend en geboden.

Het hof acht oplegging van een geldboete, gelet op de financiële situatie van verdachte niet passend, mede nu ter terechtzitting in hoger beroep aannemelijk is geworden, dat de verdachte zijn bedrijven bezig is te liquideren.

Het hof is voorts van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andersoortige of lichtere sanctie dan een straf welke een onvoorwaardelijke ontzetting van het recht tot uitoefenen van het beroep van bakker, voorzover hij dat uitoefent als zelfstandig ondernemer in de bakkerijbranche, de bereiding en behandeling van levensmiddelen betreffende, voor de hierna te vermelden duur, met zich brengt.

Daarbij is rekening gehouden met de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheid dat de verdachte reeds eerder terzake van soortgelijke feiten is veroordeeld.

Het hof is bovendien van oordeel dat, ter bescherming van de belangen, welke de Warenwet beoogt te dienen, de gehele stillegging van de onderneming van de veroordeelde, waarin het sub 10 bewezen verklaarde feit is begaan, dient te worden opgelegd, voor de hierna te melden duur.

Naar het oordeel van het hof kan niet uitsluitend worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd omdat het vorenoverwogene daarin onvoldoende tot uitdrukking komt, gelet op de risico's voor de volksgezondheid bij het voortzetten van de werkzaamheden door de verdachte in een beroep van zelfstandig ondernemer in de bakkerijbranche, de bereiding en behandeling van levensmiddelen betreffende.

De toegepaste wettelijke voorschriften

De strafoplegging is gegrond op de artikelen:

9, 22c, 22d, 28, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht,

2 en 15 Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen,

6 en 25 van de Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen,

5, 11 en 18 van de Warenwet en

1(oud), 2, 6 en 7 van de Wet op de economische delicten,

zoals deze luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

B E S L I S S I N G:

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het sub 1 tot en met 10 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

feit 1:

"Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 11 van de Warenwet",

feit 2:

"Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 5 van de Warenwet",

feit 3:

"Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 5 van de Warenwet",

feit 4:

"Overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 18 van de Warenwet",

feit 5:

"Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 5 van de Warenwet",

feit 6:

"Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 5 van de Warenwet",

feit 7:

"Overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 18 van de Warenwet",

feit 8:

"Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 5 van de Warenwet",

feit 9:

"Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 5 van de Warenwet",

feit 10:

"Overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 5 van de Warenwet".

Verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt de verdachte

ten aanzien van de feiten 1 tot en met 10 telkens:

tot een taakstraf voor de duur van tien uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van vijf dagen voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht.

Bepaalt dat de opgelegde taakstraf zal bestaan uit een werkstraf.

Ontzegt de verdachte het recht tot uitoefening van het beroep van bakker, voorzover hij dat uitoefent als zelfstandig ondernemer in de bakkerijbranche, de bereiding en behandeling van levensmiddelen betreffende, zulks voor de duur van één jaar.

Beveelt de gehele stillegging van de onderneming van de verdachte, waarin het sub 10 bewezen verklaarde feit is begaan, voor de duur van één jaar.

Dit arrest is gewezen door Mr. Harmsen, als voorzitter

Mrs. Rothuizen-van Dijk en De Lange, als raadsheren

in tegenwoordigheid van Dhr. De Bruijn, als griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 23 april 2004.