Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2004:AO4908

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-01-2004
Datum publicatie
04-03-2004
Zaaknummer
00/03407
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

- Kunnen de valuta transferkosten ad fl. 1.240,= als verwervingskosten in mindering op het belastbare inkomen worden gebracht.

- Is over het jaar 1999 ten onrechte premie ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: de AWBZ) van belanghebbende geheven nu hij door een wetswijziging per 1 januari 2000 niet meer verzekerd is op basis van deze wet.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2004, 369
FutD 2004-0433
V-N 2004/21.1.6

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr 00/03407

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van X te Y (V.S.) (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Particulieren / Ondernemingen buitenland P van de rijksbelastingdienst (hierna, evenals de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst Z van de rijksbelastingdienst, de thans ten aanzien van belanghebbende bevoegde inspecteur, aan te duiden als: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende na te melden aanslag.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 1999 een aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd, welke aanslag, na daartegen tijdig gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

1.2. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van fl. 60,= (€ 27,23).

De Inspecteur heeft bij verweerschrift het beroep bestreden.

1.3. Het onderzoek ter zitting heeft met gesloten deuren plaatsgehad op 28 november 2003 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede, de Inspecteur.

Belanghebbende heeft te dezer zitting een tweetal pleitnota's voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. Het Hof rekent deze twee pleitnota's tot de stukken van het geding. De Inspecteur heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen overlegging van de twee bij deze pleitnota's behorende bijlagen. Het Hof rekent ook deze bijlagen tot de stukken van het geding.

Het Hof heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten en partijen medegedeeld dat binnen zes weken schriftelijk uitspraak zal worden gedaan.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast:

2.1. Belanghebbende, woonachtig in de Verenigde Staten van Amerika (hierna: de V.S.), is geboren in september 1924.

2.2. Op 17 mei 1992 is belanghebbende om persoonlijke redenen geëmigreerd naar de V.S.. Bij zijn vertrek uit Nederland was belanghebbende in het genot van diverse pensioenuitkeringen en een AOW-uitkering.

2.3. In 1999 ontvangt belanghebbende uit Nederland een AOW-uitkering en pensioenuitkeringen van diverse pensioenfondsen. Hij heeft in dat jaar kosten gemaakt in verband met de omwisseling in Amerikaanse dollars van deze in Nederlandse guldens uitbetaalde inkomsten. Belanghebbende stelt deze kosten op een bedrag van ten minste

fl. 1.240,=.

3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1. Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

- Kunnen de valuta transferkosten ad fl. 1.240,= als verwervingskosten in mindering op het belastbare inkomen worden gebracht.

- Is over het jaar 1999 ten onrechte premie ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: de AWBZ) van belanghebbende geheven nu hij door een wetswijziging per 1 januari 2000 niet meer verzekerd is op basis van deze wet.

Belanghebbende is van oordeel dat deze vragen bevestigend beantwoord moeten worden. De Inspecteur is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.

3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Ter zitting hebben zij hieraan - behoudens hetgeen belanghebbende in zijn pleitnota's heeft aangevoerd - geen nieuwe argumenten toegevoegd.

3.3. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de bestreden uitspraak en vermindering van het belastbaar inkomen met de valuta transferkosten ad fl. 1.240,=, zonder heffing van premie AWBZ.

De Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Het Hof acht aannemelijk de stelling van de Inspecteur dat de verhuizing van belanghebbende naar de V.S. op geen enkele wijze verband hield met de verwerving, inning of het behoud van zijn in Nederlandse guldens uitbetaalde inkomsten. Onder deze omstandigheden verschilt de positie van belanghebbende niet wezenlijk van die van een belastingplichtige die op vakantie gaat naar het buitenland en onkosten heeft ter zake van de aankoop van de valuta van zijn vakantiebestemming. Deze kosten vormen een besteding van inkomen en kunnen daarom niet tot de aftrekbare kosten worden gerekend.

4.2. De premie ingevolge de AWBZ die belanghebbende door middel van de onderhavige aanslag in rekening is gebracht ziet op het jaar 1999. In dat jaar is belanghebbende ook verzekerd geweest ingevolge deze wet. De door belanghebbende gestelde omstandigheid dat de verzekering door een wetswijziging met ingang van 1 januari 2000 is komen te vervallen, doet niet af aan de omstandigheid dat belanghebbende tegenover de verzekering in 1999 premie verschuldigd is geworden. Het staat het Hof overigens niet vrij om in deze procedure te oordelen over de door belanghebbende gestelde onrechtvaardigheid van de hiervoor bedoelde wetswijziging.

4.3. Gelet op al het vorenoverwogene is het gelijk aan de zijde van de Inspecteur. Het beroep moet derhalve ongegrond worden verklaard.

5. Griffierecht

Het Hof is van oordeel dat er geen redenen aanwezig zijn om te gelasten dat aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht wordt vergoed.

6. Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

7. Beslissing

Het Hof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door R.J. Koopman, lid van voormelde Kamer, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van M.H.W.N. Lammers, griffier, in het openbaar uitgesproken op: 12 januari 2004

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 12 januari 2004

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen

van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus

70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden

uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in

cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.