Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2004:AO3275

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-01-2004
Datum publicatie
09-02-2004
Zaaknummer
20.000970.03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het bewezen verklaarde onder 1. is telkens als overtreding voorzien bij artikel 42, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, juncto artikel 6 van het Besluit voorschriften voor magistrale bereiding, ambulante handel en aflevering van diergeneesmiddelen, juncto artikel 1, aanhef en onder 4 en artikel 2, onder 4, van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten, zoals deze artikelen alstoen luidden.

Wetsverwijzingen
Besluit voorschriften voor magistrale bereiding, ambulante handel en aflevering van diergeneesmiddelen 1
Besluit voorschriften voor magistrale bereiding, ambulante handel en aflevering van diergeneesmiddelen 6
Besluit voorschriften voor magistrale bereiding, ambulante handel en aflevering van diergeneesmiddelen 11
Diergeneesmiddelenwet 1
Diergeneesmiddelenwet 2
Diergeneesmiddelenwet 29
Diergeneesmiddelenwet 30
Diergeneesmiddelenwet 42
Wet op de economische delicten
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 20.000970.03

datum uitspraak: 29 januari 2004

tegenspraak;

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

economische kamer

A R R E S T

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische kamer in de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 10 oktober 2002 in de strafzaak onder parketnummer 01/089135/01 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1939,

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

De tenlastelegging

Het hof neemt hier uit het beroepen vonnis de weergave van de tenlastelegging over.

De geldigheid van de inleidende dagvaarding

Namens de verdachte is ter terechtzitting in hoger beroep -op de gronden als vermeld in de pleitnota van de raadsman- aangevoerd dat de dagvaarding voor wat betreft het onder 5 ten laste gelegde nietig behoort te worden verklaard wegens onvoldoende omschrijving van het feit, nu niet is verduidelijkt welke leveranties van antimicrobiële middelen als schadelijk in de zin van artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht, moeten worden aangemerkt.

Het hof overweegt daaromtrent, dat het feit in de dagvaarding naar het oordeel van het hof voldoende duidelijk is omschreven en voldoet aan de in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen.

Verdachte weet goed waartegen hij zich dient te verdedigen, hetgeen ook uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken.

Het onder 5 ten laste gelegde dient te worden gelezen in samenhang met de sub 1 tot en met 4 ten laste gelegde feiten, waarin door de steller van de telastelegging ten aanzien van dezelfde soort middelen uitgebreid is omschreven welke feiten in het kader van het "ordeningsrecht" aan verdachte worden verweten, terwijl dezelfde middelen terugkomen in de sub 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten, doch dan in het kader van hetgeen is omschreven in artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht.

De bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het sub 1, sub 2, sub 3, sub 4, sub 5, sub 6 en sub 7 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

[bedrijf] op tijdstippen in de periode van 7 mei 2000 tot en met 24 mei 2002 te Geesteren, gemeente Tubbergen en/of te Wognum en/of te Leerdam en/of een of meerdere andere plaatsen in Nederland, (telkens) een hoeveelheid hieronder nader te noemen gekanaliseerde diergeneesmiddelen, zoals bedoeld in artikel 29 van de Diergeneesmiddelenwet, heeft afgeleverd aan de huizen van vaste afnemers, zijnde een vorm van ambulante handel zoals daaronder wordt verstaan in het Besluit voorschriften voor magistrale bereiding, ambulante handel en aflevering van diergeneesmiddelen, immers heeft zij

op of omstreeks 18 mei 2000 aan [betrokkene 1] te Geesteren, Gemeente Tubbergen

- een hoeveelheid Praxavet Penstrep 20-20, zijnde een antimicrobieel diergeneesmiddel zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders en

- een hoeveelheid A.A. Oxytocine P.I. (Piton), zijnde een hormoonpreparaat zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder c van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 31 januari 2001 aan [betrokkene 2] te Eerde, Gemeente Veghel een hoeveelheid Hyoresp, zijnde een serum en/of entstof zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder d van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 7 augustus 2001 aan [betrokkene 1] te Geesteren, Gemeente Tubbergen,

- een hoeveelheid Praxavet Penstrep 20-20 (ook wel aangeduid als Pen 20/20), zijnde een antimicrobieel diergeneesmiddel zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders en

- een hoeveelheid Parvoruvax, zijnde een serum en/of entstof zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder d van de Kanalisatieregeling diergeneesmidelen en gemedicineerde voeders en

- een hoeveelheid Neocoliper zijnde een serum en/of entstof zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder d van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 14 augustus 2001 aan [betrokkene 1] te Geesteren, Gemeente Tubbergen een hoeveelheid Bivatop en Oxytetracycline 10% zijnde antimicrobiële diergeneesmiddelen zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 28 september 2001 aan [betrokkene 3] te Oosterlittens, Gemeente Littenseradiel een hoeveelheid Vetripost, zijnde een hormoonpreparaat, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder c van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 18 februari 2002, aan [betrokkene 4] te Zwartewaal, gemeente Brielle een hoeveelheid Footvax, zijnde een serum en/of entstof, zoals bedoeld in artijkel 2 lid 1 onder d van de Kanalisatieregeling diergeneemiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 12 april 2002 aan [betrokkene 5] te Leerdam een hoeveelheid Kloxerate Plus DC en Albiotic Formula en Ampicilline 20% en Praxavet Penstrep 20-20 en Excenel RTU, zijnde antimicrobiële diergeneesmiddelen, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 12 april 2002 aan [betrokkene 6] te Ommen een hoeveelheid Dinolytic, zijnde een hormoonpreparaat, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder c van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 15 april 2002 aan [betrokkene 7] te Wognum een hoeveelheid Praxavet Penstrep 20-20 en Excenel RTU, zijnde antimicrobiële diergeneesmiddelen zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 15 april 2002 aan [betrokkene 8] te Groenekan, Gemeente De Bilt een hoeveelheid Kloxerate Plus DC en Albiotic Formula en Excenel RTU, zijnde antimicrobiële diergeneesmiddelen zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 15 april 2002 aan [betrokkene 9] te Dalen, Gemeente Coevorden een hoeveelheid Baytrill 5%, zijnde een antimicrobieel diergeneesmiddel zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 15 april 2002, aan [betrokkene 10] te Laren, Gemeente Lochem een hoeveelheid Praxavet Penstrep 20-20, zijnde een antimicrobieel diergeneesmiddel, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 15 april 2002, aan [betrokkene 11] te Langelille, Gemeente Westellingwerf een hoeveelheid Albiotic Formula en/of Praxavet Penstrep 20-20 en Oxytetracycline 10% en Kloxerate Plus DC, zijnde antimicrobiële diergeneesmiddelen, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

op of omstreeks 15 april 2002 aan [betrokkene 12] te Scheerwolde, Gemeente Steenwijk

- een hoeveelheid Ampicilline 20% en Albiotic Formula en Oxytetracycline 10%, zijnde antimicrobiële diergeneesmiddelen zoals bedoeld in artikel 2 lid 1onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmideelen en gemedicineerde voeders en

- een hoeveelheid Dinolytic, zijnde een hormoonpreparaat, zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder c van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd,

hebbende hij, verdachte, telkens feitelijke leiding gegeven aan voornoemde verboden gedragingen;

2.

[bedrijf] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2000 tot en met 24 mei 2002 te Geesteren, gemeente Tubbergen en/of andere plaatsen in Nederland telkens een hoeveelheid hieronder nader te noemen diergeneesmiddelen als bedoeld in artikel 29 van de Diergeneesmiddelenwet heeft afgeleverd, immers heeft zij op of omstreeks

- 31 januari 2001, aan [betrokkene 2] te Eerde, Gemeente Veghel, een hoeveelheid Hyoresp, zijnde een serum en/of entstof zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder d van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

- 7 augustus 2001, aan [betrokkene 1], te Geesteren, Gemeente Tubbergen, een hoeveelheid Parvoruvax en Neocoliper, zijnde sera en/of enstoffen zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder d van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd en

- 18 februari 2002, aan [betrokkene 4], te Zwartewaal, Gemeente Brielle, een hoeveelheid Footvax zijnde een serum en/of entstof zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder d van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, afgeleverd,

hebbende hij, verdachte, telkens feitelijke leiding gegeven aan voornoemde verboden gedragingen;

3.

[bedrijf] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2000 tot en met 28 november 2001 te Bakel, Gemeente Gemert-Bakel telkens een hoeveelheid diergeneesmdidelen, te weten

- Oxytetracycline Hydrochloride en/of

- Doxycycline Hydrochloride en/of

- Sulfadimidine natrium en/of

- Amoxycilline trihydraat en/of

- Tylosine tartraat en/of

- Sulfadiazine natrium, dat/die niet was/waren geregistreerd, voorhanden heeft gehad en/of in voorraad heeft gehad, hebbende hij, verdachte, telkens feitelijke leiding gegeven aan voornoemde verboden gedragingen;

4.

[bedrijf] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2000 tot en met 28 november 2001 te Elsendorp, Gemeente Gemert-Bakel en/of te Deurne en/of andere plaatsen in Nederland, telkens een hoeveelheid hieronder nader te noemen diergeneesmiddelen, dat/die niet was/waren geregistreerd, heeft afgeleverd, immers heeft zij

- op of omstreeks 8 juni 2001, aan [betrokkene 13], te Elsendorp, gemeente Gemert-Bakel, een hoeveelheid Ampicilline Natrium, zijnde een niet geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd, en

- in of omstreeks de maand mei 2001 aan [betrokkene 14], te Deurne een hoeveelheid Tylosine Tartraat, zijnde een niet geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd en

- op of omstreeks 14 maart 2000 aan [betrokkene 15] te Bakel, Gemeente Gemert-Bakel een hoeveelheid Sulfadimidine natrium en Doxycycline hydrochloride, zijnde niet geregistreerde diergeneesmiddelen, afgeleverd en

- op of omstreeks 13 maart 2000 aan [betrokkene 15] te Bakel, Gemeente Gemert-Bakel een hoeveelheid Doxycycline hydrochloride, zijnde een niet geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd en

- op of omstreeks 17 februari 2000 aan [betrokkene 15] te Bakel, Gemeente Gemert-Bakel een hoeveelheid Doxycicline hydrochloride, zijnde een niet geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd en

- op of omstreeks 22 februari 2000 aan [betrokkene 16] te Someren een hoeveelheid Oxytetracycline hydrochloride, zijnde een niet geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd en

- op of omstreeks 20 maart 2000, aan [betrokkene 17] te Wehl een hoeveelheid Oxytetracycline hydrochloride, zijnde een niet geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd en

- op of omstreeks 7 april 2000 aan [betrokkene 17] te Wehl een hoeveelheid Oxytetracycline hydrochloride, zijnde een niet geregistreerd diergeneesmiddel, afgeleverd,

hebbende bij, verdachte feitelijke leiding gegeven aan voornoemde verboden gedragingen;

5.

[bedrijf] op tijdstippen in de periode van 1 januari 2000 tot en met 24 mei 2002 te Bakel, gemeente Gemert-Bakel en/of Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen, althans in Nederland (telkens) een hoeveelheid waren, te weten een hoeveelheid antimicrobiële diergeneesmiddelen zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder a van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, heeft verkocht, te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, terwijl zij (telkens) wist dat deze diergeneesmiddelen voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijke karakter heeft verzwegen, hebbende hij, verdachte, (telkens) feitelijke leiding gegeven aan voornoemde verboden gedragingen;

6.

[bedrijf] op of omsteeks 28 februari 2002 te Zwartewaal, gemeente Brielle en/of Bakel, gemeente Gemert-Bakel en/of Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen, althans in Nederland een hoeveelheid waren, te weten een hoeveelheid Footvax, zijnde een serum en/of entstof zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder d van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, heeft verkocht, te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, terwijl zij wist dat dit diergeneesmiddel voor het leven of de gezondheid schadelijk is en dat schadelijke karakter heeft verzwegen, hebbende hij, verdachte, (telkens) feitelijke leiding gegeven aan voornoemde verboden gedragingen;

7.

[bedrijf] op of omsteeks 12 april 2002 te Ommen en/of Bakel, gemeente Gemert-Bakel en/of Surhuisterveen, gemeente Achtkarspelen, althans in Nederland een hoeveelheid waren, te weten een hoeveelheid Dinolytic, zijnde een hormoonpreparaat zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 onder c van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders, heeft verkocht, te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd, terwijl zij wist dat dit diergeneesmiddel voor het leven of de gezondheid schadelijk is en dat schadelijke karakter heeft verzwegen, hebbende hij, verdachte, (telkens) feitelijke leiding gegeven aan voornoemde verboden gedragingen;

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen

PRO MEMORIE

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Met betrekking tot de onder 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten overweegt het hof het volgende.

Aan [bedrijf] wordt verweten, dat zij, wetend dat de in die feiten genoemde diergeneesmiddelen schadelijk waren, die schadelijkheid bij aflevering heeft verzwegen terwijl verdachte feitelijke leiding zou hebben gegeven aan die gedragingen.

Dat [bedrijf] wist, dat die geneesmiddelen naar algemeen geldende opvattingen schadelijk waren, staat naar het oordeel van het hof vast. Het betreft immers zogenoemde UDD-middelen, dat zijn middelen die slechts door dierenartsen mogen worden toegepast -een recent ingevoerde uitzondering onder strikte voorwaarden daargelaten- omdat deze naar het oordeel van de wetgever bij toepassing door anderen dan dierenartsen, gevaar voor de gezondheid van mens en dier opleveren.

[bedrijf], die een verzendapotheek voor diergeneesmiddelen dreef, was, zoals uit de verhoren blijkt, op de hoogte van de status van deze geneesmiddelen en kende dus de daaraan toegeschreven gevaren.

Dat de verdachte daarover andere opvattingen had en heeft, doet aan die wetenschap niet af.

Resteert de vraag, of [bedrijf] voor de veehouders, die UDD-middelen bij haar bestelden en deze zelf wilden toepassen, het schadelijk karakter van die middelen heeft verzwegen in de zin van artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht.

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

De afnemers van de geneesmiddelen, de veehouders, zullen ongetwijfeld uit hoofde van hun beroep kennis dragen omtrent de mogelijke schadelijke gevolgen van gebruik van die geneesmiddelen. Dat ontheft [bedrijf] echter niet van de plicht, nog eens in het bijzonder te waarschuwen voor die schadelijke gevolgen. Dat is eens te meer het geval, nu [bedrijf] de geneesmiddelen zonder eigen diagnosestelling en niet in de voorgeschreven verpakking met de daarbij behorende informatie omtrent dosering, wachttijd en overige gebruiksvoorschriften afleverde.

Het hof zal verdachte dan ook wegens het feitelijk leiding geven aan de overtredingen van het bepaalde in artikel 174 van het Wetboek van Strafrecht veroordelen.

De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit.

Het bewezen verklaarde onder 1. is telkens als overtreding voorzien bij artikel 42, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, juncto artikel 6 van het Besluit voorschriften voor magistrale bereiding, ambulante handel en aflevering van diergeneesmiddelen, juncto artikel 1, aanhef en onder 4 en artikel 2, onder 4, van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten,

zoals deze artikelen alstoen luidden.

Het bewezen verklaarde onder 2. is telkens als overtreding voorzien bij artikel 30, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, juncto artikel 1, aanhef en onder 4 en artikel 2, onder 4, van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten,

zoals deze artikelen alstoen luidden.

Het bewezen verklaarde onder 3. is telkens als overtreding voorzien bij artikel 2, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, juncto artikel 1, aanhef en onder 4 en artikel 2, onder 4, van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten,

zoals deze artikelen alstoen luidden.

Het bewezen verklaarde onder 4. is telkens als overtreding voorzien bij artikel 2, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, juncto artikel 1, aanhef en onder 4 en artikel 2, onder 4, van de Wet op de economische delicten, juncto artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid, aanhef en onder 4, van de Wet op de economische delicten,

zoals deze artikelen alstoen luidden.

Het bewezen verklaarde onder 5, 6 en 7 is telkens als misdrijf voorzien en strafbaar gesteld bij artikel 174, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, juncto artikel 51 van dat wetboek.

Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

De strafbaarheid van de verdachte

Namens de verdachte is -op de gronden als vermeld in de pleitnota van de raadsman, welke als hier herhaald en ingelast worden beschouwd- een beroep gedaan op het ontbreken van de materiële wederrechtelijkheid, op grond waarvan verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof verwerpt dit verweer.

Naar het oordeel van het hof is uit het onderzoek ter terechtzitting niet aannemelijk geworden dat door het handelen van verdachte naar het algemeen erkend inzicht van de deskundigen in de wetenschap der diergeneeskunde, de doelen die de onderhavige regels beogen te beschermen beter gediend worden dan door handelen overeenkomstig de geldende wettelijke regelingen.

Er is overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Bij de straftoemeting heeft het hof ten bezware van de verdachte er rekening mee gehouden dat:

- de verdachte terzake soortgelijke strafbare feiten reeds eerder is veroordeeld;

- de verdachte heeft erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de strafbare feiten, ad informandum vermeld op de inleidende dagvaarding, voor welke feiten de verdachte niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd;

Bij de straftoemeting heeft het hof in het voordeel van de verdachte er rekening mee gehouden dat in het kader van een ontnemingsbeslissing, uitgesproken tegen [bedrijf], van welk bedrijf verdachte enig aandeelhouder en bestuurder is, reeds een aanzienlijk te betalen bedrag is opgelegd en voorts in de strafzaak tegen de B.V. voornoemd eveneens geldboetes zullen worden opgelegd, welke uiteindelijk ten laste van verdachte en/of zijn bedrijf zullen komen.

Het hof zal om praktische redenen, ondanks een mogelijk verschil in ernst van de onderscheidene overtredingen, geen nuancering in de diverse geldboetes aanbrengen, doch voor elk der overtredingen eenzelfde geldboete opleggen.

Het hof ziet geen aanleiding de door de advocaat-generaal geëiste maatregel van ontzetting uit zijn beroep als dierenarts toe te wijzen.

Het hof zal voor de feiten 1 tot en met 4 voorwaardelijke vrijheidsstraffen aan de verdachte opleggen, teneinde enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking te brengen, en de strafoplegging anderzijds dienstbaar te maken aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

Voor de feiten 5 tot en met 7 zal het hof een voorwaardelijke straf opleggen omdat de verwijten die haar in de feiten 1 tot en met 4 worden gemaakt over dezelfde (soorten) middelen gaan als en in die zin samenvallen met de gedragingen die hem in de feiten 5 tot en met 7 zijn ten laste gelegd.

Met oplegging van een voorwaardelijke straf wordt de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht, maar de strafoplegging anderzijds dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

De in de aan de beslissing gehechte lijst als zodanig onder 1a, 2a, 3a, 4a, 5a, 6a, 10a, 21 en 22 te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens eigen opgave aan de verdachte toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen betreft met betrekking tot hetwelk het onder 3 bewezen verklaarde is begaan.

Daarbij heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De in de aan de beslissing gehechte lijst als zodanig onder 1b, 2b, 3b, 4b, 5b, 6b, 7a, 7b, 8a, 8b, 9a, 9b, 10b, 11a, 11b, 12a, 12b, 13a, 13b, 14a, 14b, 15a, 15b, 16a, 16b, 17a, 17b, 18a, 19a en 23 te noemen in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, volgens eigen opgave aan de verdachte toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het voorwerpen betreft die tot het begaan van het onder 3 bewezen verklaarde feit zijn vervaardigd en/of bestemd.

Daarbij heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De toegepaste wettelijke voorschriften

De strafoplegging is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 18, 23, 24, 24c, 33, 51, 57 en 62 van het Wetboek van Strafrecht,

1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten,

1, 2, 29, 30 en 42 van de Diergeneesmiddelenwet,

1, 6 en 11 van het Besluit voorschriften voor magistrale bereiding, ambulante handel en aflevering van diergeneesmiddelen,

1, 2 en 6 van de Kanalisatieregeling diergeneesmiddelen en gemedicineerde voeders en

174 van het Wetboek van Strafrecht.

zoals deze artikelen op het moment van het bewezen verklaarde respectievelijk luidden.

B E S L I S S I N G:

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

sub 1:"Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 42, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, veertien maal gepleegd";

sub 2:"Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 30, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, driemaal gepleegd"; en

sub 3:"Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, zesmaal gepleegd" en

sub 4:"Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, negenmaal gepleegd" en

sub 5: "Waren verkopen, te koop aanbieden of afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" en

sub 6: "Waren verkopen, te koop aanbieden of afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" en

sub 7: "Waren verkopen, te koop aanbieden of afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgende, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd" en

Verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt de verdachte:

ten aanzien van het sub 1 bewezenverklaarde:

tot veertien geldboetes van elk ? 500,-- (Eur.vijfhonderd), bij gebreke van betaling en verhaal telkens te vervangen door hechtenis van tien dagen;

voorts tot veertien keer één week hechtenis,

telkens met bevel dat de opgelegde hechtenis niet zal worden tenuitvoergelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de veroordeelde de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar niet schuldig te maken aan een strafbaar feit niet heeft nageleefd;

ten aanzien van het sub 2 bewezen verklaarde:

tot drie geldboetes van elk ? 500,-- (Eur.vijfhonderd), bij gebreke van betaling en verhaal telkens te vervangen door hechtenis van tien dagen;

voorts tot drie keer één week hechtenis,

telkens met bevel dat de opgelegde hechtenis niet zal worden tenuitvoergelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de veroordeelde de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar niet schuldig te maken aan een strafbaar feit niet heeft nageleefd;

ten aanzien van het sub 3 bewezenverklaarde:

tot zes geldboetes van elk ? 500,-- (Eur.vijfhonderd), bij gebreke van betaling en verhaal telkens te vervangen door hechtenis van tien dagen;

voorts tot zes keer één week hechtenis,

telkens met bevel dat de opgelegde hechtenis niet zal worden tenuitvoergelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de veroordeelde de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar niet schuldig te maken aan een strafbaar feit niet heeft nageleefd;

ten aanzien van het sub 4 bewezen verklaarde:

tot negen geldboetes van elk ? 500,-- (Eur.vijfhonderd), bij gebreke van betaling en verhaal telkens te vervangen door hechtenis van tien dagen;

voorts tot negen keer één week hechtenis,

telkens met bevel dat de opgelegde hechtenis niet zal worden tenuitvoergelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het feit dat de veroordeelde de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar niet schuldig te maken aan een strafbaar feit niet heeft nageleefd;

ten aanzien van het sub 5, 6 en 7 bewezen verklaarde:

een gevangenisstraf voor de tijd van drie maanden.

Beveelt dat de opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar niet schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Verklaart verbeurd de navolgende inbeslaggenomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten de in de aan deze beslissing gehechte lijst onder 1a, 2a, 3a, 4a, 5a, 6a, 10a, 21 en 22 en onder 1b, 2b, 3b, 4b, 5b, 6b, 7a, 7b, 8a, 8b, 9a, 9b, 10b, 11a, 11b, 12a, 12b, 13a, 13b, 14a, 14b, 15a, 15b, 16a, 16b, 17a, 17b, 18a, 19a en 23 genoemde voorwerpen.

Dit arrest is gewezen door Mr. Huurman-van Asten, als voorzitter

Mrs. Brandenburg en Rijken, als raadsheren

in tegenwoordigheid van Dhr. De Bruijn, als griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 29 januari 2004.

U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G

zaaknr.: 01

tijd : 09.30

verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1939,

wonende te [adres],

Is bij vonnis van de economische kamer in de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 10 oktober 2002 ter zake van:

sub 1:"Overtredign van een voorschrift gesteld krachtens artikel 42, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, veertien maal gepleegd",

sub 2:"Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 30, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, driemaal gepleegd",

sub 3:"Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, begaan door een rechtspersoon,terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, zesmaal gepleegd",

sub 4:"Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2, eerste lid, van de Diergeneesmiddelenwet, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, achtmaal gepleegd",

sub 5:"Waren verkopen, te koop aanbieden of afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd",

sub 6:"Waren verkopen, te koop aanbieden of afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd",

sub 7:"Waren verkopen, te koop aanbieden of afleveren, wetende dat zij voor het leven of de gezondheid schadelijk zijn en dat schadelijk karakter verzwijgen, begaan door een rechtspersoon, terwijl hij tot het feit opdracht heeft gegeven en feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd",

veroordeeld tot:

ten aanzien van feit 1:

veertien geldboetes van elk vijfhonderd euro, subsidiair tien dagen hechtenis en veertien veroordelingen van elk een week hechtensi, voorwaardelijk, met twee jaar proeftijd,

ten aanzien van feit 2:

drie geldboetes van elk drieduizend euro, subsidiair dertig dagen hechtenis en drie veroordelingen van elk vier weken hechtenis, voorwaardelijk, met twee jaar proeftijd,

ten aanzien van feit 3:

zes geldboetes van elk elfhonderd euro, subsidiair elf dagen hechtenis en zes veroordelingen van elk een week hechtenis, voorwaardelijk, met twee jaar proeftijd,

ten aanzien van feit 4:

acht geldboetes van elk tweeduizend euro, subsidiair vijfendertig dagen hechtenis en acht veroordelingen van elk vier weken hechtenis, voorwaardelijk, met twee jaar proeftijd,

ten aanzien van feit 5, 6 en 7:

een jaar gevangenisstraf, voorwaardelijk met twee jaar proeftijd en vijftigduizend euro boete, subsidiair honderdtachtig dagen hechtenis

en met vrijspraak van hetgeen meer of anders is tenlastegeklegd dan bewezen is verklaard;