Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AT0447

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
02-11-2003
Datum publicatie
17-03-2005
Zaaknummer
C0200240/MA1
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Deskundigenbenoeming,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

typ. SK

rolnr. C0200240/MA

ARREST VAN HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH,

tweede kamer, van 2 december 2003,

gewezen in de zaak van:

1. de besloten vennootschap OVERSTE HOF B.V.,

gevestigd te Landgraaf,

2. [APPELLANT 2],

wonende te [plaatsnaam],

appellanten,

procureur: mr. P.C.M. van der Ven,

t e g e n:

de besloten vennootschap BAM NBM INFRATECHNIEK ZUID B.V.,

voorheen: [PERSOONSNAAM] TECHNIEK B.V.,

gevestigd te [plaatsnaam],

geïntimeerde,

procureur: mr. J.M. Jonkergouw,

als vervolg op het in deze zaak gewezen tussenarrest van 8 juli 2003.

6. De verdere procedure in hoger beroep

Bij voormeld tussenarrest heeft het hof de zaak naar de rol verwezen.

Beide partijen hebben hierna een akte genomen.

Vervolgens hebben de partijen de gedingstukken wederom voor arrest overgelegd.

7. De verdere beoordeling

7.1. Bij voormeld tussenarrest heeft het hof de partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over een door het hof voorgenomen deskundigenbericht.

7.2. De partijen hebben te kennen gegeven dat als deskundige iemand van TBS Soest BV, gevestigd te Soest, kan worden benoemd. Uit contacten van de griffie van het hof met TBS Soest BV is gebleken dat TBS Soest BV zakelijke contacten heeft gehad met een van de partijen in de onderhavige procedure, hetgeen benoeming van TBS Soest BV als onafhankelijk deskundige bezwaarlijk maakt. Om deze reden zal het hof naar aanleiding van het met TBS Soest BV gevoerde overleg de na te melden persoon als deskundige benoemen.

7.3. Partijen hebben meegedeeld zich te kunnen vinden in de aan de deskundige te stellen vragen, zoals door het hof in het tussenarrest geformuleerd. Het hof zal die vragen derhalve aan de deskundige voorleggen.

7.4. Zoals reeds aangekondigd in het tussenarrest zal het voorschot op de kosten van het deskundigenbericht door beide partijen, elk voor de helft, moeten worden gedragen.

7.5. Iedere verdere beslissing wordt thans aangehouden.

8. De beslissing

Het hof:

bepaalt dat een deskundigenonderzoek zal worden verricht naar de volgende vragen:

A. Behoort een bedrijf als [geïntimeerde] B.V. naar algemeen aanvaarde maatstaven binnen de (riool)branche, te weten dat een schuif als in put E slechts geopend kan worden met 150 slagen, althans met meer dan 30 slagen?

B. Is het mogelijk dat de schuif in put E als gevolg van het natuurgeweld van 13/14 juni 1997 gezakt is? Zo ja, hoe waarschijnlijk is dit, en hoe waarschijnlijk is dat zij zakt tot 70% dicht?

C. Welke opmerkingen acht de deskundige verder nog van belang voor de door het hof te nemen beslissingen?

benoemt tot deskundige ter beantwoording van deze vragen:

de heer K.J. Schipper

[adresgegevens];

verzoekt de deskundige een schriftelijk en met redenen omkleed bericht, met een duidelijke conclusie, in te leveren ter griffie van dit hof;

verzoekt de deskundige tegelijkertijd een afschrift van het bericht aan de advocaten van partijen toe te zenden;

bepaalt dat de deskundige eerst met het onderzoek zal aanvangen nadat de griffier heeft bericht dat het voorschot is ontvangen;

bepaalt de termijn waarbinnen het schriftelijk, ondertekend bericht ter griffie van dit hof (postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch) moet worden ingeleverd op drie maanden nadat door de griffier is bericht dat het voorschot is ontvangen en dat met het onderzoek kan worden aangevangen;

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op het door de deskundige begrote bedrag van € 1.000,- excl. BTW;

bepaalt dat ieder van partijen de helft van genoemd voorschot van € 1.175,- incl. BTW, derhalve ? 587,50,- incl. BTW, zal overmaken naar rekeningnummer 192325787 ten name van Arrondissement 536 's-Hertogenbosch;

verzoekt de deskundige, indien zijn kosten het voorschot te boven mochten gaan, het hof daarover tijdig in te lichten;

bepaalt dat de griffier van dit hof een afschrift van dit arrest aan de deskundige zal toezenden;

bepaalt dat partijen binnen één week na de datum van dit arrest (een afschrift van) de verdere processtukken aan de deskundige ter beschikking zullen stellen en alle door deze gewenste inlichtingen zullen verstrekken;

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat uit het schriftelijk bericht van de deskundige moet blijken of aan dit voorschrift is voldaan, terwijl in het bericht tevens melding dient te worden gemaakt van de inhoud van zodanige opmerkingen en verzoeken;

bepaalt dat, indien de deskundige het wenselijk acht ter plaatste onderzoek te doen, de datum en tijd van dat onderzoek, door de deskundige zal worden vastgesteld in overleg met de raadslieden van partijen; partijen en hun eventuele adviseurs dienen in de gelegenheid te worden gesteld bij het onderzoek aanwezig te zijn;

verwijst de zaak naar de rolzitting van 4 mei 2004 voor memorie na deskundigenonderzoek, aan de zijde van appellanten;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door de mrs. Sterk, Keizer en Van Wechem en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 2 december 2003.