Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AO9017

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-05-2003
Datum publicatie
15-10-2004
Zaaknummer
20.003261.01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tenlaste van verdachte is bewezen verklaard dat hij meermalen een hoeveelheid XTC (MDMA) verpakt in geprepareerde tijdschriften buiten Nederland heeft gebracht.

4 jaar gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Opiumwet 2, geldigheid: 2003-05-09
Opiumwet 10, geldigheid: 2003-05-09
Wetboek van Strafrecht 47, geldigheid: 2003-05-09
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

parketnummer : 20.003261.02

uitspraakdatum : 9 mei 2003

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

meervoudige kamer voor strafzaken

A R R E S T

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 27 november 2002 in de strafzaak onder parketnummer 01/089074-02 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1979,

thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Nieuw-Vosseveld te Vught,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de eerste rechter.

De tenlastelegging

Het hof neemt hier uit het beroepen vonnis de weergave van de tenlastelegging over.

De bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op tijdstippen in de periode van 8 maart 2002 tot en met 8 mei 2002 te Eindhoven en/of Schiedam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en vereniging met een ander of anderen meermalen opzettelijk, één of meer pakketten met daarin een hoeveelheid van een materiaal bevattende (een) stof(fen) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I te weten MDMA buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet,

immers heeft daartoe (telkens) opzettelijk meermalen en/of eenmaal;

- een airwaybill ingevuld en

- een pakket met MDMA-tabletten ingepakt en

- vervoer geregeld naar een postpakketbedrijf teneinde een of meer pakketten met MDMA-tabletten met bestemming Brazilië en/of de Verenigde Staten van Amerika aan te bieden en

- een door hem gehuurde auto ter beschikking gesteld teneinde naar een postpakketbedrijf te rijden en

- één of meer personen vervoerd die één of meer pakketten met daarin MDMA-tabletten ter verzending naar Brazilië en/of de Verenigde Staten van Amerika bij een postpakketbedrijf aangeboden hebben en

-één of meer pakketten met daarin MDMA-tabletten ter verzending naar Brazilië en/of de Verenigde Staten van Amerika bij DHL en/of UPAS en/of FEDEX aangeboden.

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen

PRO MEMORIE

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Tenlaste van verdachte is bewezen verklaard dat hij meermalen een hoeveelheid XTC (MDMA) verpakt in geprepareerde tijdschriften buiten Nederland heeft gebracht.

Naast waarnemingen en onderzoek aangaande enige pakketten berust het bewijs merendeels op de eigen verklaringen van verdachte. Hieruit valt af te leiden dat hij bij een groot gedeelte van de pakketten, zoal niet bij alle in bijlage 15 genoemde verzendingen, op enigerlei wijze betrokken is geweest. Niet alleen heeft hij diverse pakketten ter verzending aangeboden, maar ook heeft hij al dan niet gedeeltelijk zogenoemde airway-bills ingevuld danwel gegevens verstrekt, die op die laatstbedoelde geleidebiljetten konden worden vermeld. Voorts heeft hij meerdere malen zelf de betreffende tijdschriften geprepareerd danwel de XTC-tabletten daarin helpen verbergen.

Naar het oordeel van het hof kunnen deze gedragingen worden aangemerkt als een zodanig bewuste en nauwe samenwerking met derden dat er sprake is van medeplegen ten aanzien van nagenoeg alle – met uitzondering van de eerste twee pakketten – ter verzending aangeboden pakketten. De verklaring van verdachte dat hij slechts, en dan nog met grote tegenzin, uitvoeringshandelingen verricht heeft ten aanzien van een zeer beperkt aantal pakketten acht het hof onaannemelijk. Verdachte is naar het oordeel van het hof niet aan te merken als de organisator van het op de verweten wijze buiten het grondgebied van Nederland brengen van XTC, maar hij heeft in de daarop gerichte organisatie wel een wezenlijke rol gespeeld.

De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit.

Het bewezen verklaarde is als misdrijf voorzien in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder A van de Opiumwet (oud) en strafbaar gesteld bij artikel 10, vierde lid, van die wet juncto artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straf of maatregel

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd omdat daarin onvoldoende tot uitdrukking komt:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat hard drugs als de onderhavige, eenmaal in handen van gebruikers, grote gevaren voor de gezondheid van die gebruikers opleveren;

- de diverse handelingen die verdachte heeft ontplooid teneinde de pakketten te versturen;

- de wezenlijke rol die verdachte heeft gespeeld terwijl hij gedurende langere tijd deel uitmaakte van een organisatie die tot doel had XTC-tabletten (MDMA) buiten het grondgebied van Nederland te brengen.

De toegepaste wettelijke voorschriften

De strafoplegging is gegrond op de artikelen: 27, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet (oud).

B E S L I S S I N G:

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

"Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder A van de Opiumwet (oud) gegeven verbod, meermalen gepleegd" .

Verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de tijd van vier jaren.

Beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf daarop geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit arrest is gewezen door Mr. Valkenburg, als voorzitter

Mrs. Aarts en Otten, als raadsheren

in tegenwoordigheid van Mr. Hoekstra, als griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 mei 2003.

U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G

zaaknr.: 03

tijd : 11.00

verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] (Brazilie), op [geboortedatum] 1979,

,

thans preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting P.I. Nieuw-Vosseveld te Vught

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande

Is bij vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 27 november 2002 ter zake van:

"Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, eerste lid, onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd" ,

veroordeeld tot:

een gevangenisstraf voor de duur van vier jaar,

met bevel dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde gevangenisstraf,

en met vrijspraak van hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan bewezen is verklaard;