Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AO2332

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-12-2003
Datum publicatie
26-01-2004
Zaaknummer
02/01423
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussen partijen is in geschil de vraag of de aanvraag energiepremie binnen de termijn van dertien weken na de aanschaf van de voorzieningen is ingediend. Voorzover deze vraag bevestigend moet worden beantwoord is ten aanzien van het door belanghebbende aangeschafte dubbel glas in geschil of dit glas voldoet aan de in de Regeling Energiepremie gestelde isolatievoorwaarden.

Wetsverwijzingen
Wet belastingen op milieugrondslag 36p
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 02/01423

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, eerste enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van X te Y (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Grote ondernemingen van de Belastingdienst te P, onderdeel Team Energiepremies te Z (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift van belanghebbende tegen na te melden beschikking.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Belanghebbende heeft op een door hem op 26 november 2001 bij de Inspecteur ingediend verzoek om beoordeling van een door belanghebbende bij A te B (hierna: het energiebedrijf) ingediende aanvraag om energiepremie een negatieve beslissing d.d. 19 december 2001 gehad, welke beslissing de Inspecteur bij uitspraak op bezwaar heeft gehandhaafd.

1.2. Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van € 29,=.

De Inspecteur heeft bij verweerschrift het beroep bestreden.

1.3. Het onderzoek ter zitting heeft met gesloten deuren plaatsgehad op 28 mei 2003 te 's-Hertogenbosch.

Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, C, als gemachtigde van belanghebbende, alsmede, de Inspecteur.

Het Hof heeft met toepassing van artikel 8:64 van de Awb het onderzoek ter zitting geschorst en daarbij bepaald dat het vooronderzoek wordt hervat. Vervolgens heeft het Hof met toepassing van artikel 8:45 van de Awb partijen schriftelijk verzocht inlichtingen te geven en/of onder hen berustende stukken in te zenden. Deze met partijen gevoerde correspondentie behoort tot de stukken van het geding.

Met toestemming van partijen heeft het Hof bepaald dat de nadere zitting achterwege blijft. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast:

2.1. Belanghebbende heeft ten behoeve van zijn woning aangeschaft en aangebracht:

- 90 vierkante meter vloerisolatie met een R-waarde van 2,5 m2.K/W;

- 138 vierkante meter dak- of vlieringisolatie met een R-waarde van 2,5 m2.K/W;

- 23 vierkante meter dubbel glas met een spouw van groter of gelijk aan 15 mm en een U waarde van kleiner of gelijk aan 1,2 m2.

- Een HR-(combi)ketel.

2.2. De voorzieningen zijn aangebracht door bouwbedrijf D B.V., Installatiebedrijf E B.V. en F ramen en deuren. De laatste betaling aan bouwbedrijf D B.V. heeft op 9 augustus 2000 plaatsgevonden. De laatste betaling aan installatiebedrijf E B.V. heeft op 3 augustus 2000 plaatsgevonden en de laatste betaling aan F ramen en deuren heeft op 10 april 2000 plaatsgevonden.

2.3. Tot de stukken van het geding behoort een als bijlage bij het beroepschrift, in verband met aanvraag toekenning energiepremie, overgelegd "premieformulier" gedagtekend 18 augustus 2000 en ondertekend door belanghebbende. Op 27 september 2001 heeft belanghebbende, in verband met het uitblijven van een reactie op evenbedoelde premieaanvraag, telefonisch contact opgenomen met het energiebedrijf, dat hem mededeelde dat er geen aanvraag van belanghebbende te vinden was.

Vervolgens heeft belanghebbende het als bijlage bij het beroepschrift overgelegde premieformulier in verband met aanvraag toekenning energiepremie, gedagtekend 31 oktober 2001 en ondertekend door belanghebbende, aan het energiebedrijf gezonden, welk formulier op 1 november 2001 bij het energiebedrijf is ontvangen. Op 13 november 2001 wijst het energiebedrijf de premieaanvraag af met als reden dat de aanvraag te laat is ingediend.

3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1. Tussen partijen is in geschil de vraag of de aanvraag energiepremie binnen de termijn van dertien weken na de aanschaf van de voorzieningen is ingediend. Voorzover deze vraag bevestigend moet worden beantwoord is ten aanzien van het door belanghebbende aangeschafte dubbel glas in geschil of dit glas voldoet aan de in de Regeling Energiepremie gestelde isolatievoorwaarden. Belanghebbende beantwoordt beide vragen bevestigend, de Inspecteur ontkennend.

3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Ter zitting hebben partijen daaraan geen argumenten meer toegevoegd.

3.3. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de bestreden uitspraak en alsnog een toekenning van energiepremie ten aanzien van de aangebrachte voorzieningen.

De Inspecteur concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Belanghebbende heeft bij zijn beroepschrift een verzoek om toekenning van energiepremie overgelegd met dagtekening 18 augustus 2000. Gelet op dat document heeft het Hof geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaring van belanghebbende dat hij op of omstreeks die datum een aanvraag om toekenning van energiepremie heeft ingediend. Voor zover het verzoek van belanghebbende is afgewezen omdat de aanvraag eerst op 1 november 2001 bij het energiebedrijf is binnengekomen, is die afwijzing op die grond ten onrechte.

4.2. Belanghebbende heeft energiepremie gevraagd voor de aanschaf van dubbel glas. Bij zijn schrijven van 26 juni 2003 heeft hij gegevens met betrekking tot dat glas overgelegd, waaruit blijkt dat het gaat om "chinchilla" glas met kruisroeden.

4.3. In bijlage I bij de Regeling Energiepremie 2000, staat bij post 2007/2008 (HR++glas) dat het moet gaan om warmtereflecterend HR++glas dat voorzien is van de vermelding van de productnorm en het kenmerk HR++glas, vastgesteld volgens de nationale BRL2202.

Bij eerder vermeld schrijven van 26 juni 2003 heeft belanghebbende een KOMO productcertificaat K7522/02 overgelegd met betrekking tot het bij hem geplaatste glas. Dit productcertificaat is door KIWA afgegeven op basis van BRL2202. In het certificaat staat vermeld dat de producten zijn uitgevoerd zonder additionele constructies in de spouw (zoals kruisroeden, glas in lood). Nu belanghebbende glas met kruisroeden heeft geplaatst, voldoet dit glas niet aan de specificaties om voor energiepremie in aanmerking te komen, zodat de betreffende aanvraag moet worden afgewezen.

In het midden kan dan blijven, of, zoals de Inspecteur stelt, de aanvraag per voorziening had moeten worden ingediend, in welk geval het verzoek om premie ter zake van het dubbel glas niet tijdig zou zijn ingediend.

4.4. Voor het geval het Hof tot zijn in 4.1. weergegeven oordeel zou komen, heeft de Inspecteur niet betwist dat belanghebbende recht kan doen gelden op energiepremie ter zake van de overige aangebrachte voorzieningen ten bedrage van, naar ter zitting door partijen eenparig is verklaard, ƒ 3.760,= (€ 1.706,21). Derhalve moet worden beslist als hierna is vermeld.

5. Griffierecht

Gelet op artikel 8:74, eerste lid, van de Awb, dient aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht te worden vergoed.

6. Proceskosten

Nu het beroep (gedeeltelijk) gegrond is, acht het Hof termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep bij het Hof redelijkerwijs heeft moeten maken. Het Hof stelt deze kosten, mede gelet op het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht, op 2,5 (punten) x € 322,= (waarde per punt) x 1 (gewicht van de zaak) is € 805,=, vermeerderd met een bedrag aan reiskosten van belanghebbende zelf, welke het Hof becijferd op basis van het openbaar vervoer 2e klasse op een bedrag van € 14,70,=, is in totaal € 819,70.

7. Beslissing

Het Hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bestreden uitspraak, gelast de Inspecteur opdracht te doen geven aan het energiebedrijf de premie ten bedrage van € 1.706,21 (ƒ 3.760,=) uit te betalen aan belanghebbende, gelast dat aan belanghebbende wordt vergoed het door deze ter zake van de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 29,=, veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 819,70, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die het griffierecht en de proceskosten moet vergoeden.

Aldus gedaan door J. Th. Simons, lid van voormelde kamer, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van C.A. Blokx-van Roosmalen, griffier, in het openbaar uitgesproken op: 15 december 2003

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 15 december 2003

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen

van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus

70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden

uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in

cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.