Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AO0667

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-12-2003
Datum publicatie
22-12-2003
Zaaknummer
20.002682.02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het hof veroordeelt verdachte terzake overtredingen van het Aanvullend luchthavenreglement luchthaven Maastricht, de Wet Luchtvaart en het Luchtverkeersreglement tot geldboetes met een totaal van Eur. 975,-- en tot twee weken voorwaardelijke hechtenis.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

meervoudige kamer voor strafzaken

A R R E S T

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Maastricht, locatie Sittard-Geleen, van 20 augustus 2002 in de strafzaak onder parketnummer 03/501575-00 (door de kantonrechter opgenomen onder parketnummer 03/501575-01) tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1964,

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De officier van justitie heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hoger beroep moet, blijkens het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep, worden begrepen als uitdrukkelijk beperkt tot de veroordeling terzake van hetgeen aan de verdachte onder 2 is ten laste gelegd, alsmede tot de vrijspraken terzake van hetgeen onder 3, onder 5 en onder 6 is ten laste gelegd. Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het beroepen vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

-2-

De tenlastelegging

Aan de verdachte is, voor zover thans van belang, ten laste gelegd dat:

2. hij op of omstreeks 1 december 1999, in de gemeente Beek, niet direct gevolg heeft gegeven aan een hem door of namens de havenmeester, door middel van woorden, gebaren of tekens gegeven aanwijzing, immers heeft hij toen aldaar geen, althans niet direct, gevolg gegeven aan de door een of meer airport duty manager(s) (zijnde (een) door de exploitant aangewezen personen/persoon, die belast zijn/is met het operationele toezicht), gegeven aanwijzing het door hem, verdachte, zojuist (als gezagvoerder) bestuurde luchtvaartuig (een Piper PA-28-181 met de registratie [registratienummer]) naar het zuidelijk deel van het platform te verplaatsen;

3. hij op of omstreeks 8 augustus 2000, in de gemeente Beek, in het luchtruim boven het luchtvaartterrein Maastricht-Aachen Airport, als gezagvoerder van een luchtvaartuig (te weten een motorvliegtuig, merk Piper, type PA-28-181, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratienummer]), (met drie, althans een of meer, ander(e) perso(o)n(en) aan boord) een lage scheervlucht heeft gemaakt, althans op zeer lage hoogte langs de verkeerstoren is gevlogen (op een hoogte van ongeveer 100 voet, althans op geringe hoogte en/of op geringe afstand van de verkeerstoren (ongeveer 50 meter)), over en/of nagenoeg over:

- een (voor het vertrek taxiënd) passagiersvliegtuig (Boeing 737-300, met 107 personen, althans een aantal personen, aan boord, in welk vliegtuig een aanzienlijke hoeveelheid brandstof aanwezig was) en/of

- een (voor het vertrek taxiënd) passagiersvliegtuig (ATR 42, met 29 personen, althans een aantal personen, aan boord, in welk vliegtuig een aanzienlijke hoeveelheid brandstof aanwezig was) en/of

- een platform en/of terminal van voornoemd luchtvaartterrein (alwaar zich een aantal personen bevond),

en aldus op zodanige wijze aan het luchtverkeer heeft deelgenomen dat daardoor personen (te weten de inzittenden van voornoemd(e) passagiersvliegtuig(en) en/of de andere perso(o)n(en) aan boord van het door hem, verdachte, bestuurde luchtvaartuig en/of de op het platform en/of in de terminal van voornoemd luchtvaartterrein en/of elders op het luchtvaartterrein aanwezige personen) en/of zaken (te weten genoemd(e) passagierstoestel(len) en/of gebouwen op dat luchtvaartterrein) in gevaar werden of konden worden gebracht;

5. hij op of omstreeks 25 januari 2000, in het luchtruim boven de gemeente Beek, althans in het luchtruim boven de luchthaven Maastricht, althans in het luchtruim boven Nederland, als gezagvoerder van een luchtvaartuig (te weten een motorvliegtuig, merk Piper, type PA-28, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratienummer]) heeft gevlogen en aldus een vlucht heeft uitgevoerd, zijnde die vlucht een vlucht waaraan verkeersleiding werd gegeven en hierbij een of meer gedeelte(n) van die vlucht heeft uitgevoerd zonder dat de/een desbetreffende klaring(en) was/waren verkregen, immers heeft hij, verdachte, na de landing, waarvoor klaring was gekregen, voornoemd luchtvaartuig een of meermaal doen opstijgen en/of doen vliegen en/of op de landingsbaan doen neerkomen;

6. hij op of omstreeks 17 februari 2000 in het luchtruim boven de gemeente Beek, althans in het luchtruim boven het arrondissement Maastricht, althans in het luchtruim boven Nederland, als gezagvoerder van een luchtvaartuig, te weten een motorvliegtuig, merk Piper, type PA-28-181, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratienummer] (al dan niet met een of meer andere perso(o)n(en) aan boord):

-3-

- een zichtvlucht (VFR-vlucht) heeft uitgevoerd in het luchtverkeersleidingsgebied van de luchthaven Maastricht, terwijl de hoogte van de wolkenbasis toen aldaar ongeveer 3600 voet bedroeg, op een hoogte van (ongeveer) 3500 voet, zijnde een hoogte waarbij de afstand tot de wolkenbasis minder dan (ongeveer) 1000 voet was, althans (ongeveer) 100 voet en/of

- niet is uitgeweken voor een voor hem, verdachte, van rechts komend luchtvaartuig (te weten een passagiersvliegtuig, ATR, type 42-320, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratiekenmerk], met zestien, althans een aantal, passagiers aan boord), terwijl laatstgenoemd luchtvaartuig op (bijna) dezelfde hoogte koers vloog als het door hem, verdachte, bestuurde luchtvaartuig en/of (vervolgens)

- dat voor hem, verdachte, van rechts komende luchtvaartuig zo dicht is genaderd dat gevaar voor botsing ontstond, namelijk op een horizontale afstand van (ongeveer) 0,2 mijl, althans op een gezien de omstandigheden geringe afstand, en/of op een verticale afstand van (ongeveer) 600 tot 1000 voet, althans een gezien de omstandigheden geringe afstand,

en aldus op zodanige wijze aan het luchtverkeer heeft deelgenomen dat daardoor personen (te weten de inzittenden van voornoemd passagiersvliegtuig en/of een of meer andere personen) en/of zaken (te weten voornoemd passagiersvliegtuig) (telkens) in gevaar werden of konden worden gebracht;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:

A. hij op of omstreeks 17 februari 2000 in het luchtruim boven de gemeente Beek, althans in het luchtruim boven het arrondissement Maastricht, althans in het luchtruim boven Nederland, als gezagvoerder van een luchtvaartuig (te weten een motorvliegtuig, merk Piper, type PA-28-181, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratienummer]) (al dan niet met een of meer andere perso(o)n(en) aan boord), een zichtvlucht (VFR-vlucht) heeft uitgevoerd in het luchtverkeersleidingsgebied van de luchthaven Maastricht op een hoogte van (ongeveer) 3500 voet, zijnde in een luchtverkeersdienstverleningsgebied klasse E, en daarbij niet een afstand tot de wolken van 1500 meter horizontaal en/of 300 meter verticaal heeft gehouden;

en/of

B. hij op of omstreeks 17 februari 2000 in het luchtruim boven de gemeente Beek, althans in het luchtruim boven het arrondissement Maastricht, althans in het luchtruim boven Nederland, als gezagvoerder van een luchtvaartuig (te weten een motorvliegtuig, merk Piper, type PA-28-181, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratienummer]) (al dan niet met een of meer, andere perso(o)n(en) aan boord) heeft gevlogen en niet is uitgeweken voor een voor hem, verdachte, van rechts komend luchtvaartuig ( te weten een passagiersvliegtuig, ATR, type 42-320, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratiekenmerk], met zestien, althans een aantal, passagiers aan boord), terwijl laatstgenoemd luchtvaartuig op (bijna) dezelfde hoogte koers vloog als het door hem, verdachte, bestuurde luchtvaartuig;

en/of

-4-

C. hij op of omstreeks 17 februari 2000, in het luchtruim boven de gemeente Beek, althans in het luchtruim boven het arrondissement Maastricht, althans in het luchtruim boven Nederland, als gezagvoerder van een luchtvaartuig (te weten een motorvliegtuig, merk Piper, type PA-28-181, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratienummer]) (al dan niet met een of meer, andere perso(o)n(en) aan boord) heeft gevlogen en een voor hem, verdachte, van rechts komend luchtvaartuig (te weten een passagiersvliegtuig ATR, type 42-320, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratiekenmerk], met zestien, althans een aantal, passagiers aan boord) zo dicht is genaderd dat gevaar voor botsing ontstond (namelijk op een horizontale afstand van (ongeveer) 0,2 mijl, althans een gezien de omstandigheden geringe afstand, en/of op een verticale afstand van (ongeveer) 600 tot 1000 voet, althans een gezien de omstandigheden geringe afstand).

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die in deze weergave van de tenlastelegging door het hof verbeterd. De verdachte is door deze verbetering niet in de verdediging geschaad.

De bewezenverklaring

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 6 primair ten laste is gelegd, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2, onder 3, onder 5 en onder 6 subsidiair onder A ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

2. op 1 december 1999, in de gemeente Beek, niet direct gevolg heeft gegeven aan een hem namens de havenmeester, door middel van woorden, gegeven aanwijzing, immers heeft hij toen aldaar geen gevolg gegeven aan de door een of meer airport duty manager(s) (zijnde (een) door de exploitant aangewezen personen/persoon, die belast zijn/is met het operationele toezicht), gegeven aanwijzing het door hem, verdachte, zojuist bestuurde luchtvaartuig (een Piper PA-28-181 met de registratie [registratienummer]) naar het zuidelijk deel van het platform te verplaatsen;

3. op 8 augustus 2000, in de gemeente Beek, in het luchtruim boven het luchtvaartterrein Maastricht-Aachen Airport, als gezagvoerder van een luchtvaartuig (te weten een motorvliegtuig, merk Piper, type PA-28-181, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratienummer]), met drie andere personen aan boord, op zeer lage hoogte langs de verkeerstoren is gevlogen (op een hoogte van ongeveer 100 voet, althans op geringe hoogte en op geringe afstand van de verkeerstoren (ongeveer 50 meter)), over en nagenoeg over:

- een (voor het vertrek taxiënd) passagiersvliegtuig (Boeing 737-300, met 107 personen aan boord, in welk vliegtuig een aanzienlijke hoeveelheid brandstof aanwezig was) en

- een (voor het vertrek taxiënd) passagiersvliegtuig (ATR 42, met 29 personen, aan boord, in welk vliegtuig een aanzienlijke hoeveelheid brandstof aanwezig was) en

- een platform en terminal van voornoemd luchtvaartterrein (alwaar zich een aantal personen bevond),

en aldus op zodanige wijze aan het luchtverkeer heeft deelgenomen dat daardoor personen (te weten de inzittenden van voornoemde passagiersvliegtuigen en de andere personen aan boord van het door hem, verdachte, bestuurde luchtvaartuig en/of de op het platform en/of in de terminal van voornoemd luchtvaartterrein en/of elders op het luchtvaartterrein aanwezige personen) en/of zaken (te weten genoemd(e) passagierstoestel(len) en/of gebouwen op dat luchtvaartterrein) in gevaar konden worden gebracht;

-5-

5. op 25 januari 2000, in het luchtruim boven de luchthaven Maastricht, als gezagvoerder van een luchtvaartuig (te weten een motorvliegtuig, merk Piper, type PA-28, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratienummer]) heeft gevlogen en aldus een vlucht heeft uitgevoerd, zijnde die vlucht een vlucht waaraan verkeersleiding werd gegeven, en hierbij een vlucht heeft uitgevoerd zonder dat een desbetreffende klaring was verkregen, immers heeft hij, verdachte, na de landing, waarvoor klaring was gekregen, voornoemd luchtvaartuig doen opstijgen en doen vliegen en op de landingsbaan doen neerkomen;

6. op 17 februari 2000 in het luchtruim boven Nederland, als gezagvoerder van een luchtvaartuig (te weten een motorvliegtuig, merk Piper, type PA-28-181, nationaliteits- en inschrijvingskenmerk [registratienummer]), een zichtvlucht (VFR-vlucht) heeft uitgevoerd in het luchtverkeersleidingsgebied van de luchthaven Maastricht op een hoogte van (ongeveer) 3500 voet, zijnde in een luchtverkeersdienstverleningsgebied klasse E, en daarbij niet een afstand tot de wolken van 1500 meter horizontaal en 300 meter verticaal heeft gehouden.

Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 2, onder 3, onder 5 en onder 6 subsidiair meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen, zodat de verdachte daarvan moet worden vrijgesproken.

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen

PRO MEMORIE

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Elk bewijsmiddel wordt slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezen verklaarde feit waarop het, blijkens zijn inhoud, betrekking heeft.

Ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde overweegt het hof als volgt.

Uit de stukken en het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is naar het oordeel van het hof komen vast te staan dat verdachte weliswaar een klaring van de verkeersleiding had verkregen om een "fly by the tower" uit te voeren ten behoeve van het maken van een foto door een aan boord aanwezige fotograaf, doch dat daarbij geen mededeling is gedaan terzake de hoogte waarop verdachte die manoeuvre mocht maken. Naar het oordeel van het hof blijft het te allen tijde de verantwoordelijkheid van de piloot om een veilige vlieghoogte in acht te nemen. Uit de verklaring van [getuige 1], de verkeersleider, blijkt dat de manoeuvre zoals deze door verdachte is uitgevoerd niet overeenkwam met de manoeuvre die zij voor ogen had toen zij de klaring gaf. Zij zag tot haar verbazing dat verdachte in een soort duikbeweging op een aan de grond staand vliegtuig af vloog en op zeer lage hoogte rakelings langs de toren vloog. Volgens de gezagvoerder van een ander vliegtuig, dat op dat moment ook aan de grond stond, [getuige 2], is een dergelijk vlieggedrag dermate gevaarlijk dat hij het nodig vond een zogenaamd Air Safety Report op te stellen. Nu verdachte met zijn vliegtuig op zeer lage vlieghoogte rakelings langs de verkeerstoren is gaan vliegen en daarbij tevens heeft gevlogen over of nagenoeg over twee passagiersvliegtuigen, met passagiers en bemanning en gevuld met benzine, alsmede over het platform en de terminal, heeft verdachte naar het oordeel van het hof een situatie gecreëerd, waarbij gevaar voor personen en/of zaken had kunnen worden veroorzaakt.

-6-

Ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde overweegt het hof als volgt.

Het hof gebruikt voor het bewijs mede de eigen waarneming van de videobeelden, zoals getoond ter terechtzitting in hoger beroep. Op deze band neemt het hof onder meer waar dat verdachte na de landing, op baan 22, waarvoor hij blijkens de stukken een klaring had verkregen en welke landing was voltooid, aan het einde van die landingsbaan met zijn vliegtuig een draai maakt van 180 graden en vervolgens de baan, thans genummerd 04, oprijdt en opnieuw met het vliegtuig van de grond komt en enkele tientallen meters boven de baan gaat vliegen over een afstand van ongeveer 800 meter. Uiteindelijk wordt het vliegtuig weer aan de grond gezet. Blijkens de door de getuige-deskundige Baksteen ter terechtzitting in hoger beroep afgelegde verklaring, heeft verdachte door na zijn landing op baan 22 te draaien en vervolgens vanaf baan 04 opnieuw van de grond te komen en te vliegen, een nieuwe vlucht gemaakt waarvoor een nieuwe klaring had moeten worden aangevraagd. Het wijzigen van baan is een nieuw ontstane situatie en heeft niets meer te maken met het door verdachte geopperde oefenen van een landing. Nu verdachte geen nieuwe klaring heeft aangevraagd en toch vanaf baan 04 opnieuw is gaan vliegen, acht het hof het hem onder 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit.

Het bewezen verklaarde onder 2 is als overtreding voorzien in artikel 3, aanhef en onder b, van het Aanvullend luchthavenreglement Luchthaven Maastricht d.d. 26 augustus 1999 en strafbaar gesteld bij artikel 30 van dat reglement juncto artikel 5.5, eerste en tweede lid, van de Wet luchtvaart juncto artikel 11.9, eerste lid, aanhef en onder b sub 5, juncto het tweede en derde lid, van die wet (zoals dit artikel luidde van 1 juli 1999 tot en met 30 september 2001).

Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Het bewezen verklaarde onder 3 is als overtreding voorzien in artikel 5.3 van de Wet luchtvaart en strafbaar gesteld bij artikel 11.9, eerste lid, aanhef en onder a sub 5, juncto het tweede lid, van de Wet luchtvaart (zoals dit artikel luidde van 1 juli 1999 tot en met 30 september 2001).

Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Het bewezen verklaarde onder 5 is als overtreding voorzien in artikel 5.9, tweede lid, van de Wet luchtvaart en strafbaar gesteld bij artikel 11.9, eerste lid, aanhef en onder a sub 5, juncto het tweede lid, van de Wet luchtvaart (zoals dit artikel luidde van 1 juli 1999 tot en met 30 september 2001).

Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Het bewezen verklaarde onder 6 is als overtreding voorzien in artikel 42, eerste lid, van het Luchtverkeersreglement en strafbaar gesteld bij artikel 63 (oud) van het Luchtverkeersreglement.

Het moet worden gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

-7-

De strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is derhalve strafbaar.

De redengeving van de op te leggen straffen

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete die het hof als hierna te melden zal opleggen terzake het onder 2, het onder 5 en het onder 6 bewezen verklaarde heeft het hof telkens rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Terzake het onder 3 bewezen verklaarde kan naar het oordeel van het hof niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd omdat daarin onvoldoende tot uitdrukking komt:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- het feit dat verdachte personen en zaken door zijn handelwijze in een gevaarzettende situatie heeft gebracht en

- de omstandigheid dat verdachte welbewust niet die zorgvuldigheid in acht heeft genomen die men van een ervaren piloot en vlieginstructeur, als verdachte, mag verwachten.

Gelet op het voorgaande acht het hof terzake het onder 3 bewezen verklaarde een voorwaardelijke vrijheidsbeneming voor de hierna te vermelden duur, het meest passend. Met oplegging van deze voorwaardelijke straf wordt de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht, maar de strafoplegging anderzijds dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

De toegepaste wettelijke voorschriften

De strafoplegging is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c en 62 van het Wetboek van Strafrecht;

42 en 63 (oud) Luchtverkeersreglement;

3 en 30 Aanvullend luchthavenreglement Luchthaven Maastricht en

5.3, 5.5, 5.9 en 11.9 (zoals deze luidde van 1 juli 1999 tot en met 30 september 2001) Wet luchtvaart.

B E S L I S S I N G:

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en doet opnieuw recht.

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 6 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart, zoals hiervoor is overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 2, onder 3, onder 5 en onder 6 subsidiair onder A ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2, onder 3, onder 5 en onder 6 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezen verklaarde oplevert:

2: "Overtreding van artikel 3 Aanvullend luchthavenreglement luchthaven Maastricht";

3: "Handelen in strijd met artikel 5.3. Wet Luchtvaart";

5: "Handelen in strijd met artikel 5.9. Wet Luchtvaart";

6: "Handelen in strijd met het bepaalde in of krachtens artikel 42, eerste lid, Luchtverkeersreglement".

Verklaart de verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt de verdachte terzake van het onder 2 bewezen verklaarde tot een geldboete van Eur. 225,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van vijf dagen.

Veroordeelt de verdachte terzake van het onder 3 bewezen verklaarde tot hechtenis voor de tijd van twee weken, met bevel dat de opgelegde hechtenis niet zal worden tenuitvoergelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde niet heeft nageleefd de voorwaarde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaar niet schuldig te maken aan een strafbaar feit.

Veroordeelt de verdachte terzake van het onder 5 bewezen verklaarde tot een geldboete van Eur. 450,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van negen dagen.

Veroordeelt de verdachte terzake van het onder 6 bewezen verklaarde tot een geldboete van Eur. 300,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis van zes dagen.

Dit arrest is gewezen door Mr. Van de Loo, als voorzitter

Mrs. De Lange en Van der Bend, als raadsheren

in tegenwoordigheid van Mr. Van der Velden, als griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 december 2003.

Mr. Van der Bend is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.

U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G

zaaknr.: 01

tijd : 09.30

verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum] 1964,

wonende te [adres],

Is bij vonnis van de kantonrechter in de rechtbank te Maastricht van 20 augustus 2002 ter zake van:

sub 1: "Overtreding van art 4 Luchtvaartwet, sub 2: "Overtreding van artikel 3 Aanvullend luchthavenereglement luchthaven Maastricht, sub 3: "Overtreding van artikel 52 Luchtvaartreglement", sub 4:"Overtreding van artikel 2.6 lid 2 Wet Luchtvaart", sub 5: "Overtreding van artikel 17 Luchtvaartreglement", sub 6: "Overtreding van artikel 17 Luchtvaartreglement",

veroordeeld tot:

een geldboete van eenenvijftig Euro, subsidiair een dag hechtenis, met vrijspraak van hetgeen meer of anders ten laste is gelegd dan bewezen is verklaard;