Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AN4714

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-10-2003
Datum publicatie
31-10-2003
Zaaknummer
20.000531.03
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Mede gelet op de strekking van art. 52 van de APV Tilburg, te weten het tegengaan van hinderlijk gedrag bij of in gebouwen, moet worden geoordeeld dat niet het enkele zich zonder redelijk doel ophouden in een poort of portiek verboden is, maar dat dit gedrag slechts verboden is voor zover daardoor overlast kan worden veroorzaakt. Derhalve is de zinsnede'voorzover daardoor overlast kan worden veroorzaakt' een bestanddeel van het strafbare feit die als zodanig moet worden ten laste gelegd en bewezen verklaard. In het onderhavige geval is niet ten laste gelegd en niet bewezen verklaard dat door de gedragingen van verdachte overlast kon worden veroorzaakt. Het bewezenverklaarde kan daarom niet worden gekwalificeerd als een strafbaar feit. Verdachte moet daarom worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer: 20.000531.03

datum uitspraak: 22 oktober 2003

tegenspraak;

na aanh: aangezegd

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

enkelvoudige kamer voor strafzaken

A R R E S T

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank te Breda, locatie Tilburg van 7 januari 2003 in de strafzaak onder parketnummer 02/401234-02 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],

wonende te [adres],

Het hoger beroep

De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de verdachte naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat de kantonrechter kon volstaan met aantekening van de uitspraak op een aan het dubbel van de dagvaarding gehecht stuk, maar het hof gebonden is aan het motiveringsvoorschrift van artikel 359 van het Wetboek van Strafvordering.

De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd: PRO MEMORIE.

De bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij:

dat verdachte op 9 oktober 2001 in de gemeente Tilburg, zich zonder redelijk doel in een portiek aan het Bart van Peltplein heeft opgehouden.

De door het hof gebruikte bewijsmiddelen

PRO MEMORIE

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

PRO MEMORIE

De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het hof acht bewezen:

dat verdachte op 9 oktober 2001 in de gemeente Tilburg, zich zonder redelijk doel in een portiek aan het Bart van Peltplein heeft opgehouden.

De politie heeft immers waargenomen dat verdachte daar en toen met andere verdachten in een portiek verbleef en dat sprake was van druggebruik. Ter terechtzitting van het hof heeft de verbalisant M.W.N. van Aarle toegelicht dat hij heeft gezien dat drugs werden geconsumeerd dan wel dat hij gebruikersvoorwerpen zoals een base-pijpje of zilverpapier heeft gezien.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat in de tenlastelegging niet is opgenomen het bestanddeel van art. 52 van de APV Tilburg dat het gedrag van verdachte overlast kon veroorzaken, zodat het bewezenverklaarde geen strafbaar feit oplevert en verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof overweegt naar aanleiding van dit verweer het volgende.

De tenlastelegging is toegesneden op art. 52 van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Tilburg (APV Tilburg). Deze bepaling is gerubriceerd onder het opschrift “Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen” en luidt, voor zover thans van belang, als volgt:

“Artikel 52.

1. Het is verboden:

a. zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;

b. (…)

voor zover daardoor overlast kan worden veroorzaakt.”

Art. 121 van de APV Tilburg stelt straf op overtreding van het bij deze verordening bepaalde.

Mede gelet op de strekking van art. 52 van de APV Tilburg, te weten het tegengaan van hinderlijk gedrag bij of in gebouwen, moet worden geoordeeld dat niet het enkele zich zonder redelijk doel ophouden in een poort of portiek verboden is, maar dat dit gedrag slechts verboden is voor zover daardoor overlast kan worden veroorzaakt. Derhalve is de zinsnede “voorzover daardoor overlast kan worden veroorzaakt” een bestanddeel van het strafbare feit die als zodanig moet worden ten laste gelegd en bewezen verklaard.

In het onderhavige geval is niet ten laste gelegd en niet bewezen verklaard dat door de gedragingen van verdachte overlast kon worden veroorzaakt. Het bewezenverklaarde kan daarom niet worden gekwalificeerd als een strafbaar feit. Verdachte moet daarom worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

B E S L I S S I N G:

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht.

Ontslaat de verdachte van alle rechtsvervolging.

Dit arrest is gewezen door Mr. Claassens,

in tegenwoordigheid van Mr. Lemmers, als griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 oktober 2003.

U I T D R A A I G E G E V E N S 1e A A N L E G

zaaknr.: 24B

tijd : 13.30

verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum],

wonende te [adres],

Is bij vonnis van de kantonrechter in de rechtbank te Tilburg van 7 januari 2003 ter zake van:

"Overtreding van het bepaalde bij artikel 52 eerste lid ahf/ond a van de Algemene Plaatselijke Verordening Tilburg 1997";

veroordeeld tot:

een geldboete van zestig euro subsidiair een dag hechtenis;