Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AI0497

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
10-06-2003
Datum publicatie
25-07-2003
Zaaknummer
99/30638
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aan belanghebbende is onder aanslagnummer A over het tijdvak 1 januari 1995 tot en met 31 december 1997 een naheffingsaanslag opgelegd tot een bedrag aan enkelvoudige belasting van fl. 13.169,=, zonder boete. Na tijdig daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij de bestreden uitspraak de naheffingsaanslag gehandhaafd.

Wetsverwijzingen
Wet op de omzetbelasting 1968 1, geldigheid: 2003-06-10
Wet op de omzetbelasting 1968 5, geldigheid: 2003-06-10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2003, 1305
FutD 2003-1432

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 99/30638

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, zevende enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Y (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Ondernemingen te P van de rijksbelastingdienst (hierna, evenals de voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Oost-Brabant van de rijksbelastingdienst, de thans ten aanzien van belanghebbende bevoegde Inspecteur, aan te duiden als: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende na te melden aanslag.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Aan belanghebbende is onder aanslagnummer A over het tijdvak 1 januari 1995 tot en met 31 december 1997 een naheffingsaanslag opgelegd tot een bedrag aan enkelvoudige belasting van fl. 13.169,=, zonder boete. Na tijdig daartegen door belanghebbende gemaakt bezwaar heeft de Inspecteur bij de bestreden uitspraak de naheffingsaanslag gehandhaafd.

1.2. Tegen die uitspraak is belanghebbende tijdig en op regelmatige wijze in beroep gekomen bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de Griffier van belanghebbende een recht geheven van fl.450,= (€ 204,20).

De Inspecteur heeft bij verweerschrift het beroep bestreden.

1.3. Het onderzoek ter zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 29 januari 2003 te ´s-Hertogenbosch.

Aldaar zijn toen verschenen en gehoord

- namens belanghebbende haar directeur de heer B

- gemachtigde van belanghebbende, en

- de Inspecteur.

Belanghebbende heeft vóór de zitting het Hof een pleitnota met 17 bijlagen toegezonden, welke het Hof bij brief van 15 januari 2003 in afschrift aan de Inspecteur heeft doorgezonden. Ter zitting hebben partijen desgevraagd verklaard er mee in te stemmen dat deze pleitnota geacht wordt ter zitting te zijn voorgedragen. Het Hof rekent deze pleitnota met bijlagen tot de stukken van het geding.

Belanghebbende heeft ter zitting, zonder bezwaar van de Inspecteur, in kopie nog overgelegd een factuur van C aan belanghebbende met twee dagafschriften van de bank D inzake doorberekende kosten.

De Inspecteur heeft ter zitting, zonder bezwaar van belanghebbende overgelegd een overzicht van op de onderhavige zaak betrekking hebbende machines.

Ter zitting is belanghebbende door het Hof in de gelegenheid gesteld om binnen veertien dagen nadien haar standpunt nader te onderbouwen in die zin, dat zij alsnog zorg draagt voor de aansluiting tussen de bij haar pleitnota overgelegde bijlagen en de bijlagen 6 en 7 bij het verweerschrift. Partijen en het Hof hebben ter zitting ter zake hiervan afgesproken, dat belanghebbende deze nadere motivering aan het Hof zal zenden, dat het Hof deze vervolgens aan de Inspecteur zal doorzenden en de Inspecteur de mogelijkheid zal bieden om binnen veertien dagen na ontvangst door de Inspecteur zijn reactie hierop te geven alsmede, dat ieder der partijen afziet het Hof te verzoeken om een nadere zitting.

Het Hof zal na ontvangst van vorenbedoelde reactie van de Inspecteur uitspraak doen.

Tevens zal het Hof aan de Inspecteur een afschrift van die nadere motivering en aan belanghebbende een afschrift van de reactie daarop van de Inspecteur toezenden.

Belanghebbende heeft van de aan hem verleende, in de vorige alinea vermelde, gelegenheid gebruik gemaakt bij brief van 10 februari 2003 met vier bijlagen, ingekomen ter griffie de dag daaropvolgend.

Bij brief van 12 maart 2003 heeft de Griffier de brief van belanghebbende met de vier bijlagen doorgezonden aan de Inspecteur. Deze heeft vervolgens bij brief van 20 maart 2003 met één bijlage hierop zijn reactie gegeven.

Na de zitting heeft belanghebbende het Hof een brief geschreven van

16 april 2003, ingekomen ter griffie op de dag daaropvolgend, waarin bovenvermelde ter zitting gemaakte afspraak wordt gevestigd en te kennen wordt gegeven met het daaraan voor belanghebbende verbonden gevolg van processuele aard bekend te zijn, alsmede met een laatste alinea, waarvan de inhoud reeds behoorde tot de inhoud van de daaraan voorafgaande stukken. Gezien de inhoud van die brief en gelet op het feit, dat door die brief geen der partijen in hun processuele belangen is geschaad, zal het Hof deze brief tot de stukken van het geding rekenen.

Het Hof rekent alle genoemde stukken tot de stukken van het geding.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en de verklaringen van partijen ter zitting staat als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast.

2.1. Belanghebbende houdt zich onder andere bezig met het fabriceren van schoenen. Zij is ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet).

2.2. Belanghebbende heeft met een zekere heer E, daar Nederland te duur werd, F SARL (Hierna: F (te Tunesië)) opgericht. In 1997 heeft belanghebbende haar aandeel in F overgedragen. Vanaf dat moment waren alle banden tussen belanghebbende en F verbroken en had zij geen toegang meer tot dat bedrijf en mitsdien tot de administratie van dat bedrijf.

2.3. In 1995 heeft belanghebbende voor de levering van machines en inventaris aan F een bedrag ontvangen van fl. 60.000,=. Hiervan is fl. 40.000,= ontvangen per kas en fl. 20.000,= per bank.

2.4. In een als bijlage 1 bij de motivering van het beroepschrift van 5 juni 2000 in kopie tot de stukken behorende brief van C B.V. te G van 11 november 1999 aan X, t.a.v. de heer B, staat het volgende vermeld:

"Middels dit schrijven verklaren wij dat wij de firma X slechts behulpzaam zijn geweest bij de verzending van schoenmachines naar Tunesië, maar dat de firma X nimmer schoenmachines aan ons geleverd heeft. Aangezien wij regelmatig grondstoffen naar Tunesië sturen t.b.v. fabricage van pantoffels, was het eenvoudiger en goedkoper om dit te combineren met het versturen van de machines naar Tunesië van de firma X. Tevens combineerden wij dan de exportpapieren om de kosten te beperken. Voor de export van de grondstoffen en machines is een EUR 1 formulier nodig en voor de machines nog een proforma factuur.".

2.5. Tot een van de voorbeelden van de onder 2.4 vermelde proforma factuur behoort een als bijlage 5 bij het beroepschrift behorend als "PRO FORMA FAKTUUR" aangeduid stuk met voor zover hier van belang de volgende inhoud:

" C B.V.

(...)

F s.a.r.l.

Km H straat 1

B.P: I postcode J te K

TUNESIE

PRO FORMA FAKTUUR

07.10.93 G

1 machine marque Pfaff nr. 209 f 3.500,-- statistieknr. 845229000

1 machine marque Pfaff nr. 6827620 f 1.250,-- statistieknr. 845229000

1 machine marque Pfaff nr. 6935296 f 1.250,-- statistieknr. 845229000

1 machine marque Pfaff nr. 8261130 f 2.750,-- statistieknr. 845229000

1 machine marque Pfaff nr. 6936985 f 2.750,-- statistieknr. 845229000

Totaal f 11.500,--.".

2.6. Het onder 2.3 vermelde bedrag van fl. 40.000,= heeft betrekking op een als bijlage 6 bij het verweerschrift in kopie tot de gedingstukken behorende factuur welke luidt als volgt:

"X B.V.

(...)

REKENING F

voor

Bij betaling vermelden s.v.p.

FAKTUUR NR.

4-1-1 L, 4-1-'95

Artikel Paar Omschrijving Eenheidsprijs Totale prijs

1 tweenaalds zzuilstikmachine 4500,--

1 tweenaalds platstikmachine 2500,--

1 Ringmachine 2500,--

2 stansmachines 4000,- 8000,--

1 blinde ringmachine 2500,--

6 stikmachines pfaff 1500 9000,--

1 schalmmachine 1500,--

2 stikmachines met afsneibeweging 3500 7000,=

1 stempelmachine 2500,=

Subtotaal

B.T.W.

_________

40000,--".

2.7. Het onder 2.3 vermelde bedrag van fl. 20.000,= is in de administratie van belanghebbende verantwoord als vergoeding voor de levering van inventaris. Hiervan heeft belanghebbende in een bijlage B bij zijn onder 1 vermelde brief van 10 februari 2003 een kopie van een factuur overgelegd van 1 juli 1995, welke luidt als volgt:

"X B.V.

(...)

REKENING F

voor

Bij betaling vermelden s.v.p.

FAKTUUR NR.

7-1-1 L, 1-7-'95

Artikel Paar Omschrijving Eenheidsprijs Totale prijs

1 stikmachine 3000,--

1 vlakbedmachine 4000,--

1 Timberline bakken 2500,--

1 Videocamara 2500,--

1 Alum container 3000,--

1 spuitmachine 500,--

1 stapelaar 4500,--

Subtotaal

B.T.W.

_________

20000,=".

2.8. Belanghebbende legt bij zijn pleitnota zonder bezwaar van de Inspecteur acht stukken over elk vermeldende "EUR. 1",aangeduid met "CERTIFICAAT INZAKE GOEDERENVERKEER" waarin vermeld wordt als exporteur C B.V. te G en als geadresseerde F, welke respectievelijk gedateerd zijn 3 juni 1993, 13 mei 1993,7 april 1993, 4 maart 1993, 18 februari 1993, 28 januari 1993, 26 november 1992 en 19 november 1992, waarvan slechts het exemplaar gedateerd 4 maart 1993 ondertekend is en wel onder

"12. VERKLARING VAN DE EXPORTEUR

Ondergetekende verklaart dat de hierboven omschreven goederen aan de voor het verkrijgen van dit certificaat gestelde voorwaarden voldoen.

Te G, de 04.03.93",

en welke respectievelijk genummerd zijn Nr. E 605857, 605854, 605852, 605850, 605848, 605846, 605841, 605840.

Bij elk van die stukken heeft belanghebbende bij zijn pleitnota overgelegd een geschrift door hem aangeduid als pro forma factuur met als opschrift

"X B.V.

adres M postcode N te L (...)

F s.a.r.l.

Km H straat 1

B.p.: I Postcode J te K

TUNESIE".

met elk de datum van het bijbehorende certificaat respectievelijk vermeldende de volgende gegevens:

1. G, 3 juni 1993

1 machine marque Pfaff nr. 583868 fl. 3.000,--

1 machine marque Ströbel nr. 46398 fl. 3.500,--

1 machine marque Meerheim T.S.M. nr. 103 fl. 750,--

1 machine marque C nr. 1822 fl. 850,--

totaal fl. 8.100,--

2. G, 13 mei 1993

1 machine marque Schön nr. 32463/8-1 fl. 4.000,--

1 machine marque Schön nr. 32463/8-2 fl. 4.000,--

1 machine marque Pfaff nr. 7915044 fl. 1.250,--

1 machine marque Pfaff nr. 5779425 fl. 2.500,--

1 machine marque Fortuna nr. 39464 fl. 4.000,--

totaal fl. 15.750,--

3. G, 7 april 1993

1 machine marque Juki nr. D 555C-08677 fl. 3.000,--

1 machine marque Pfaff nr. 290078 fl. 3.000,--

totaal fl. 6.000,--

4. G, 4 maart 1993

1 machine marque Adler nr. 0013 fl. 3.500,--

1 machine marque Pfaaf nr. 0014 fl. 3.000,--

totaal fl. 6.500,--

5. G, 18 februari 1993

1 machine marque Juki nr. 0009 fl. 3.000,--

1 machine marque Juki nr. 0010 fl. 3.000,--

1 machine marque Juki nr. 0011 fl. 3.000,--

1 machine marque Pfaff nr. 0012 fl. 3.000,--

totaal fl. 12.000,--

6. G, 28 januari 1993

1 machine marque Juki nr. 0007 fl. 3.000,--

1 machine marque Juki nr. 0008 fl. 3.000,--

totaal fl. 6.000,--

7. G, 26 november 1992

1 machine marque Adler nr. 0003 fl. 3.500,--

1 machine marque Adler nr. 0004 fl. 4.500,--

1 machine marque Sagitta nr. 0005 fl. 4.500,--

1 machine marque Fortuna nr. 0006 fl. 4.500,--

totaal fl. 17.000,--

8. G, 19 november 1992

1 presse à decouper marque sfit fl. 2.250,--

1 presse à decouper marque Schön fl. 2.250,--

1 presse pour le chaussures fl. 1.000,--

1 machine pour tampiner fl. 450,--

2 mach. pour fabriquer chaussures à f 750,=fl. 1.500,--

totaal fl. 7.450,--

Totaal van 1 tot en met 8 fl. 78.800,--.

Bij het certificaat gedateerd 19 november 1992 heeft belanghebbende bij zijn pleitnota tevens overgelegd een geschrift vermeldende dezelfde goederen en bedragen als even hiervóór onder 8 vermeld doch onder het volgende opschrift.

"X B.V.

adres M, postcode N te L (...)

F - Tunisie

s.a.r.l.

km postcode J te K

L, 15-11-'92".

2.9. Belanghebbende heeft als bijlage A bij zijn brief van 10 februari 2003 overgelegd een tot de stukken behorend overzicht inhoudende elk van de goederen behorende tot voormeld bedrag van fl. 40.000,= en elk van de goederen behorende tot het bedrag van fl. 20.000,= onder vermelding bij elk hiervan: de omschrijving van de factuur, het factuurbedrag, het activanummer, de omschrijving op de activalijst, en, voor zover bekend, de datum van het exportdocument, vermeld onder 2.8, en de daarop voorkomende omschrijving.

2.10. Belanghebbende heeft als bijlage C bij zijn brief van 10 februari 2003 overgelegd de onder 2.9 bedoelde tot de stukken behorende activalijst met daarop alle activa die op enige dag van het jaar 1995 tot en met 31 december 1995 tot de activa van X hebben behoord onder vermelding bij elk dier activa: de datum van aanschaf, de aanschafwaarde, de afschrijving tot en met 1994, de afschrijving in 1995 en de boekwaarde.

3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1. In geschil is het antwoord op de volgende vragen.

3.1.1. Vormen de hiervóór vermelde bedragen van fl. 40.000,= en

fl. 20.000,= de vergoedingen voor in 1995 verrichte leveringen van de hiervóór onder 2.6 en 2.7 vermelde goederen?

3.1.2. Indien vraag 3.1.1 bevestigend moet worden beantwoord, is dan op die leveringen het tarief van nihil als bedoeld in artikel 9, tweede lid, aanhef en letter b, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet), juncto artikel 12, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 van toepassing?

Belanghebbende beantwoordt beide vragen bevestigend, de Inspecteur daarentegen ontkennend.

3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, waaronder de pleitnota van belanghebbende met de 17 bijlagen, de onder 1 vermelde kopie van de factuur van C met twee bijlagen, het daar vermelde overzicht van de Inspecteur, de brief van belanghebbende van 10 februari 2003 met vier bijlagen en de reactie daarop van de Inspecteur bij brief van 20 maart 2003 met één bijlage, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt.

Ter zitting hebben zij hieraan, voor zover hiervóór niet vermeld, zakelijk weergegeven, nog het volgende toegevoegd:

Belanghebbende

Omdat Nederland te duur werd, ben ik in de jaren negentig een samenwerking aangegaan met een zekere heer E, met wie ik F heb opgericht. In de jaren 1992-1994 heb ik naar Tunesië diverse machines en inventaris doen vervoeren door C B.V. Deze machines en inventaris stelde ik om niet ter beschikking aan F. Het waren oude machines, die in Nederland niet meer gebruikt worden, maar in Tunesië waren ze er blij mee.

De machines die aan F verhuurd werden, waren in Nederland bijna niets meer waard, maar hadden in Tunesië een hoge waarde, die wel driemaal zo hoog was dan de waarde van die machines in Nederland. C B.V. vervoerde eigen goederen naar Tunesië en had vaak laadruimte over, waarvan wij gebruik konden maken om de machines en inventaris mee te geven voor F.

Als de vrachtwagen voor het vervoer van goederen naar Tunesië kwam, werden alle te vervoeren goederen van X gecheckt.

Naast de machines en inventaris werden ook alle materialen door X uitgeleend aan F. Omdat de samenwerking verbroken is, heb ik geen toegang meer tot de administratie van F. Toen bleek, dat de samenwerking met Eniet werkte, heb ik hem in 1995 de machines en de inventaris verkocht en later ook de aandelen in F.

De Inspecteur

Er zijn nog steeds teveel onduidelijkheden bij de overgelegde facturen.

De facturen bij het beroepschrift wekken de indruk dat de goederen door X worden geleverd aan C die deze vervolgens doorlevert aan F.

De Inspecteur kan geen aansluiting vinden tussen de goederen en de facturen.

Niet is gebleken dat de onderhavige goederen naar Tunesië zijn vervoerd. Onduidelijk is welke inventaris valt onder gemeld bedrag van fl. 20.000,= alsmede de betaling van dat bedrag.

Op grond van boeken en bescheiden is in het onderhavige geval niet gebleken dat het tarief van nihil van toepassing is.

Als de Inspecteur al zou weten om welke goederen het gaat dan nog weet hij niet of die zijn uitgevoerd.

Bij elk machine behoort een exportdocument. Ook kan de Inspecteur geen aansluiting vinden bij de afschrijvingsstaat.

3.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en, naar het Hof verstaat, vermindering van de naheffingsaanslag met een bedrag gelijk aan 17,5/117,5 van fl. 60.000,= is, afgerond, fl. 8.936,= tot een bedrag van fl. 4.233,=.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Niet in geschil is, dat belanghebbende in 1995 fl. 60.000,= heeft ontvangen voor de levering van machines en inventaris aan F. Evenmin in geschil is, dat de levering in 1995 is gefactureerd en betaald, waarvan fl. 40.000,= per kas en

fl. 20.000,= per bank.

4.2. Volgens belanghebbende heeft deze facturering en betaling betrekking op goederen, die reeds vóór deze facturering in de jaren vóór 1995 met medewerking van C B.V. zijn vervoerd naar Tunesië, waar ze om niet ter beschikking werden gesteld aan F en in 1995, nadat bleek, dat de samenwerking met F niet kon worden voortgezet, aan F zijn verkocht.

4.3. In aanmerking nemende het onder 2.2 vermelde feit, alsmede dat F destijds een startende ondernemer was, waarvan nog moest blijken, dat zij aan de verwachtingen zou voldoen, hecht het Hof geloof aan belanghebbendes verklaring, dat zij die machines en inventaris reeds in de jaren vóór de facturering aan F heeft uitgeleend, zodat deze gedurende die tijd van uitlening tot belanghebbendes onderneming bleven behoren, waarop zij mitsdien afschreef, en dat deze machines en inventaris in 1995, het jaar van facturering aan en betaling door F, aan F in eigendom zijn overgegaan. De eerste in geschil zijnde vraag moet derhalve bevestigend worden beantwoord.

4.4. In aanmerking nemende de geloofwaardige verklaring van belanghebbende omtrent de terbeschikkingstelling van de machines en inventaris in de jaren negentig aan F, welke verklaring wordt ondersteund door hetgeen onder 2.4 en 2.8 is vermeld, en het feit, dat de onder 2.6 en 2.7 vermelde facturen tezamen juist het bedrag van fl. 60.000,= uitmaken, welk bedrag eveneens is verdeeld in een bedrag van fl. 40.000,= en een van fl. 20.000,=, alsmede dat het overzicht A behorende bij belanghebbendes brief van 10 februari 2003, waarop vermeld zaken die op de als bijlage C bij die brief behorende activalijst voorkomen onder nummers 21, 35, 45, 12, 31, 32,33 34, 44, 9, 17, 26, 27, 46, 43 en 49, die alle op enige dag van het jaar 1995 tot de activa van belanghebbendes onderneming hebben behoord en op dat overzicht voor een totaal bedrag van fl. 43.000,= zijn opgenomen, tezamen en in onderling verband beschouwd, is het Hof van oordeel, dat - nu de Inspecteur niet heeft gesteld, dat buiten de onder 2.3 bedoelde goederen belanghebbende in het onderhavige tijdvak andere goederen aan F heeft geleverd, waarvoor belanghebbende in 1995 een bedrag heeft ontvangen - de ontvangen bedragen betrekking hebben op de aan F eerst in de jaren vóór 1995 om niet ter beschikking gestelde en in 1995 aan F geleverde machines en inventaris.

4.5. Uit hetgeen in 4.4 is overwogen volgt, dat de onderhavige goederen zich op het moment van de levering in 1995 derhalve reeds bij de koper, F, bevonden. Op grond van het bepaalde in artikel 5, eerste lid, onderdeel b, van de Wet is de plaats waar een levering wordt verricht, in geval het goed in verband met de levering niet wordt vervoerd, de plaats, waar het goed zich bevindt op het tijdstip van de levering. De plaats van de levering van de onderhavige machines en inventaris is mitsdien gelegen in Tunesië.

4.6. Artikel 1 van de Wet bepaalt, voor zover hier van belang, dat onder de naam "omzetbelasting" een belasting wordt geheven ter zake van leveringen van goederen en diensten, welke in Nederland door ondernemers in het kader van hun onderneming worden verricht. Nu de plaats van de levering in casu in Tunesië is, is ter zake van die levering geen omzetbelasting in Nederland verschuldigd, zodat de tweede in geschil zijnde vraag geen beantwoording meer behoeft.

4.7. Op grond van het hiervoor onder 4.1. tot en met 4.6. overwogene dient de naheffingsaanslag te worden verminderd met een bedrag gelijk aan 17,5/117,5 van fl. 60.000,= is, afgerond fl. 8.936, tot een bedrag van fl. 4.233,=.

5. Griffierecht en proceskosten

Gelet op artikel 8:74, eerste lid, van de Awb dient aan belanghebbende het door haar gestorte griffierecht ad € 204,20 (fl. 450,=) te worden vergoed.

Nu het beroep gegrond is, acht het Hof termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep bij het Hof redelijkerwijs heeft moeten maken. Het Hof stelt deze kosten, mede gelet op het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht, op 2,5 (punten) x € 322,= (waarde per punt) x 1 (gewicht van de zaak) is € 805,=, vermeerderd met een bedrag aan reiskosten van belanghebbende zelf ad € 8,=, is in totaal € 813,=.

6. Beslissing

Het Hof verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de bestreden uitspraak,

vermindert de naheffingsaanslag met een bedrag van

fl. 8.936,= tot een bedrag van € 1.920,85 (fl. 4.233,=),

gelast dat aan belanghebbende wordt vergoed het door deze ter zake van de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 204,20,

veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 813,= en

wijst de Staat aan als de rechtspersoon die het griffierecht en de proceskosten moet vergoeden.

Aldus gedaan door J. Swinkels, lid van voormelde Kamer en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van D.G. Moll van Charante, griffier, in het openbaar uitgesproken op: 10 juni 2003

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 10 juni 2003

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen

van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus

70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden

uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in

cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.