Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AF9901

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-04-2003
Datum publicatie
11-06-2003
Zaaknummer
00/01765
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2003/37.1.12
FutD 2003-1113
NTFR 2003/1077
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 00/01765

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch elfde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van X te Y (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Grote Ondernemingen P van de rijksbelastingdienst (hierna, evenals de Voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst / Z van de rijksbelastingdienst, de thans ten aanzien van belanghebbende bevoegde ambtenaar, aan te duiden als: de ambtenaar) op het bezwaarschrift betreffende na te melden aanslag.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 1996 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van fl. 23.360,=, welke aanslag, na daartegen tijdig gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de ambtenaar is verminderd tot een naar een belastbaar inkomen van fl. 21.678,=.

1.2. Tegen die uitspraak is belanghebbende tijdig en op regelmatige wijze in beroep gekomen bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de Griffier van belanghebbende een recht geheven van fl. 60,= ( = € 27,23).

De ambtenaar heeft bij verweerschrift het beroep bestreden.

1.3. Het onderzoek ter zitting heeft met gesloten deuren plaatsgehad op 18 februari 2003 te 's-Hertogenbosch.

Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede, de ambtenaar.

Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. Het Hof rekent deze pleitnota tot de stukken van het geding.

De ambtenaar heeft ter zitting, zonder bezwaar van de wederpartij, een kopie overgelegd van de actiefzijde van de balans per 31 december 1996 van de door belanghebbende gedreven onderneming.

Het Hof heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten en bepaald dat binnen twaalf weken schriftelijk uitspraak wordt gedaan.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en de verklaringen van partijen ter zitting staat als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast.

2.1. Belanghebbende is sedert 1995 maat bij de maatschap A & Co, een maatschap met een zestal vestigingen en circa 125 werknemers (hierna: de maatschap). De maatschap heeft in 1996 vier maten, waaronder belanghebbende. Belanghebbende is in 1996 gerechtigd tot 10% van de maatschapswinst.

2.2. In 1996 heeft de maatschap een PC-regeling voor haar personeel ingevoerd waarbij aan daarvoor in aanmerking komende personeelsleden onder bepaalde voorwaarden een PC voor thuisgebruik werd verstrekt.

2.3. De in 2.2. bedoelde voorwaarden luidden, voor zover hier van belang:

2.5. De hard- en software blijft juridisch en economisch eigendom van de maatschap.

5. De medewerkers moeten een vergoeding betalen aan de maatschap voor privégebruik van de configuratie. Het Bestuur heeft een aantal criteria vastgesteld (...), op basis waarvan per medewerker is bepaald, hoe hoog diens bijdrage is. Deze bijdrage wordt uitgedrukt in een percentage van de prijs van de standaardconfiguratie, dan wel, als deze lager is, in een percentage van de prijs van de gekozen configuratie.

6. De vergoeding voor privégebruik kan door de medewerker in 48 gelijke maandelijkse termijnen worden betaald; voorzover de medewerker deze vergoeding in een bedrag ineens bij de aflevering van de configuratie wenst te betalen, worden deze 48 termijnen contant gemaakt tegen een rentevoet van 5%. Als de vergoeding voor privégebruik 100% van de prijs van de configuratie bedraagt, moet deze vergoeding, berekend tegen de nominale waarde, in één keer bij de aflevering van de configuratie worden betaald.

7. In het geval een medewerker uit dienst treedt, is de medewerker verplicht om de computerconfiguratie over te nemen van de maatschap. De overnamesom wordt bepaald als volgt:

7.1. In het geval de medewerker zijn vergoeding voor privégebruik in maandelijkse termijnen betaalde, wordt de aanschafprijs van de standaardconfiguratie respectievelijk de gekozen configuratie verminderd met 1/48e deel voor iedere maand welke is verstreken ná de levering van de configuratie.

7.2. In het geval de medewerker zijn vergoeding voor privégebruik in één keer bij aflevering van de configuratie betaalde, wordt de waarde van de configuratie berekend conform de bij 7.1. weergegeven rekenregel. Op dit bedrag wordt de contante waarde van de per de datum van uitdiensttreding nog vooruitbetaalde vergoeding voor privégebruik in mindering gebracht. Ook bij deze berekening wordt een rekenrente van 5% gebruikt (...)

8. De juridische en economische eigendom van de computerconfiguratie wordt op verzoek van de medewerker, maar uiterlijk na 48 maanden, door de maatschap overgedragen aan de medewerker. Voor de bepaling van de overnamesom worden de rekenregels zoals genoemd in hoofdstuk 7 van deze notitie gehanteerd.

10.1. De kosten van verzekering van de ter beschikking gestelde configuratie komen voor rekening van de medewerker. De medewerker dient er zorg voor te dragen dat de configuratie deugdelijk is verzekerd tegen voorkomende risico's. Bij het onverhoopt teniet gaan van de configuratie als gevolg van brand, diefstal of enig ander onheil, zal de medewerker een vergoeding betalen aan de maatschap, welke wordt berekend conform de in hoofdstuk 7 van deze notitie weergegeven rekenregels.

Kleinere onderhouds- en reparatiewerkzaamheden kunnen door een medewerker van onze automatiseringsafdeling worden uitgevoerd. De externe kosten van (grotere) onderhouds- en reparatiewerkzaamheden komen voor rekening van de medewerker, tenzij deze aannemelijk maakt dat de onderhouds- en reparatiekosten niet door onoordeelkundig gebruik c.a. zijn veroorzaakt. In dat laatste geval komen de kosten voor rekening van de maatschap.

Met toestemming van de kantoorleiding is het aan de medewerker toegestaan om papier en toner te betrekken via kantoor. Deze kosten komen voor rekening van de maatschap.

10.5. Het is de medewerker en zijn gezinsleden zonder beperkingen toegestaan om ten behoeve van persoonlijke doeleinden gebruik te maken van de ter beschikking gestelde configuratie. Het is evenwel uitdrukkelijk verboden om kopieën van de door de maatschap ter beschikking gestelde software in enigerlei vorm aan derden ter beschikking te stellen. Het is eveneens verboden de configuratie ter beschikking te stellen aan niet-gezinsleden.

11. (...) De in hoofdstuk 7 en 8 van deze notitie vermelde regelingen bij tussentijdse uitdiensttreding en eigendomsoverdracht zullen onverkort op de upgrading, uitbreiding of vervanging worden toegepast.

2.4. Het antwoord op de vraag of aan een bepaalde medewerker een PC ter beschikking wordt gesteld, en de hoogte van de door elke betrokken medewerker te betalen vergoeding voor privégebruik van de PC, werden door een namens het Bestuur van de maatschap ingestelde commissie bepaald. Bij het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor privégebruik werd gewicht toegekend aan het regelmatig of incidenteel verrichten van werkzaamheden voor kantoor in de thuissituatie, en tevens aan de ervaring van de medewerker dan wel zijn potentie in het ontwikkelen van automatiseringstoepassingen en zijn bereidheid tot het vergaren van relevante automatiseringskennis. Op basis van deze criteria werd een percentage zakelijk gebruik verondersteld variërend tussen 30 en 70.

2.5. Op grond van de in 2.2. aangeduide regeling is in 1996 aan 61 werknemers een PC ter beschikking gesteld. Ter zake daarvan heeft de maatschap in 1996 voor een bedrag groot fl. 223.234,= aan PC's aangeschaft. Het aan belanghebbende toe te rekenen deel bedraagt een vierde deel van dat bedrag, ofwel fl. 55.809,=.

2.6. Ter zake van de vergoedingen voor privégebruik als omschreven in 2.3. en 2.4. zijn in de boekhouding van de maatschap als bate opgenomen bedragen vermeld, geheven bij wijze van inhoudingen op de lonen van de werknemers, groot fl. 6.695,51 per kwartaal.

2.7. In de balans per ultimo 1996 welke is overgelegd als bijlage bij de aangifte zijn de onderwerpelijke PC's niet onder de activa opgenomen. In die balans is onder het hoofd "vorderingen" opgenomen het aandeel in het maatschapsvermogen dat uit hoofde van het maatschapscontract toekomt aan belanghebbende. Tot dat maatschapsvermogen behoren de onderwerpelijke PC's. Op de maatschapsbalans per ultimo 1996 komen die PC's voor onder de activa.

2.8. Uit een door belanghebbende in de bezwaarfase overgelegd overzicht blijkt dat in het jaar 1998 22 werknemers hebben ingelogd voor een totale tijdsduur van 6.317 minuten, en in het jaar 1999 19 werknemers voor een totale tijdsduur van 4.166 minuten.

3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1. Het geschil betreft het antwoord op de vraag of belanghebbende recht heeft op toepassing van investeringsaftrek voor het aan hem toe te rekenen deel van de kosten van de PC's groot fl. 55.809,=, voor een bedrag groot fl. 10.604,=, zijnde 19% van fl. 55.809,=.

Belanghebbende is van oordeel dat deze vraag bevestigend moet worden beantwoord. De ambtenaar is de tegenovergestelde opvatting toegedaan.

Partijen zijn het er ter zitting over eens geworden dat indien de vraag bevestigend moet worden beantwoord, het uit dien hoofde alsnog als investeringsaftrek in aanmerking te nemen bedrag op fl. 10.604,= is te stellen.

3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Ter zitting hebben zij hieraan nog het volgende, zakelijk weergegeven, toegevoegd:

Belanghebbende

De conclusie in de pleitnota strekt ten onrechte tot verlaging van het belastbare inkomen tot fl. 6.605,=, dit moet zijn verlaging tot fl. 11.356,=. De PC's zijn aan de werknemers ter beschikking gesteld met het oog op voor kantoor te verrichten werkzaamheden. Er is dus geen sprake van een PC-privé project zoals dergelijke projecten bij andere werkgevers gebruikelijk waren. De bij de aangifte voor 1996 gevoegde lijst van investeringen vermeldt enkele laptops. Deze laptops waren uitsluitend bestemd voor de medewerkers van de automatiseringsafdeling van de maatschap en zij waren niet bestemd voor gebruik door de overige werknemers. Er zijn verscheidene werknemers uitgesloten van terbeschikkingstelling van een PC omdat de ter zake aangestelde commissie oordeelde dat het privégebruik naar verwachting hoger zou uitvallen dan 70% van het totale gebruik.

De ambtenaar

De gegevens over het inbellen door werknemers zijn niet concludent voor de bepaling van de mate van het zakelijke gebruik van de PC's.

3.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot vermindering van de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van fl. 11.356,=.

De ambtenaar concludeert tot bevestiging van de bestreden uitspraak.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Ingevolge het gestelde in artikel 11, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet IB) wordt ingeval in een kalenderjaar voor een bedrag van meer dan fl. 3.500,= doch niet meer dan fl. 527.000,= wordt geïnvesteerd in bedrijfsmiddelen, op verzoek van de belastingplichtige een in het tweede lid aangewezen percentage van het investeringsbedrag ten laste gebracht van de winst over dat jaar (investeringsaftrek).

4.2. Op grond van de in 2.2. bedoelde voorwaarden ging naar het oordeel van het Hof bij de verstrekking van een in die voorwaarden bedoelde computerconfiguratie bestaande uit hard- en software (hierna: computer), door de maatschap aan een medewerker, het economische belang bij die computer, zijnde het risico voor waardeveranderingen daarvan, direct over op die medewerker. Het Hof doet dit oordeel steunen op de volgende overwegingen.

4.2.1. De medewerker moest ter zake van het privégebruik van de computer een vergoeding aan de maatschap betalen welke vergoeding gerelateerd is aan de prijs van de computer. Aldus werd aan de medewerker in feite de integrale aanschaffingsprijs van de computer in rekening gebracht onder aftrek van een bedrag voor het gebruik van die computers ten behoeve van de maatschap.

4.2.2. In het geval een medewerker uit dienst treedt, is de medewerker verplicht de computer over te nemen van de maatschap tegen de aanschafprijs daarvan verminderd met 1/48 deel daarvan voor elke maand welke sedert de levering van die computer is verstreken, verminderd met eventuele op het moment van uitdiensttreding nog resterende vooruitbetaalde vergoedingen voor privégebruik, een en ander berekend inclusief omzetbelasting.

4.2.3. Uiterlijk 48 maanden na de verstrekking zou de juridische eigendom van de computer overgaan van de maatschap op de medewerker.

4.2.4. De kosten van verzekering van de computer kwamen voor rekening van de medewerker.

4.2.5. De medewerker diende zorg te dragen voor deugdelijke verzekering van de computer tegen voorkomende risico's.

4.2.6. Bij het tenietgaan van de computer ten gevolge van brand, diefstal of enig ander onheil zou de medewerker een vergoeding aan de maatschap verschuldigd zijn, welke vergoeding zou zijn te bepalen op de wijze als in 4.2.2. omschreven.

4.2.7. De externe kosten van grotere onderhouds- en reparatiewerkzaamheden kwamen voor rekening van de medewerker, indien aannemelijk zou zijn dat de onderhouds- en reparatiekosten zouden zijn veroorzaakt door diens onoordeelkundige gebruik van de computer.

4.2.8. Het was de medewerker zonder beperkingen toegestaan om de computer te gebruiken voor persoonlijke doeleinden.

4.3. Aan het in 4.2. bedoelde oordeel doen naar het oordeel van het Hof niet af dat kleinere onderhouds- en reparatiewerkzaamheden voor rekening van de maatschap zouden worden uitgevoerd en de externe kosten van grotere onderhouds- en reparatiewerkzaamheden voor rekening van de maatschap zouden komen indien de medewerker aannemelijk zou maken dat het defect aan de computer niet was te wijten aan diens onoordeelkundige gebruik, nu die werkzaamheden en kosten vergelijkbaar zijn met de werkzaamheden en de kosten welke een leverancier van computers zich jegens zijn afnemers gewoonlijk moet getroosten.

4.4. Aan het in 4.2. bedoelde oordeel doet naar het oordeel van het Hof, noch op zichzelf beschouwd noch in samenhang met de in 4.3. bedoelde omstandigheden beschouwd, evenmin af dat het de medewerker verboden was kopieën van de ter beschikking gestelde software ter beschikking te stellen aan derden en het eveneens verboden was de computer ter beschikking te stellen aan niet-gezinsleden, nu het verbod om kopieën van meegeleverde software aan derden te verstrekken ook bij leverantie van een computer gebruikelijk is, en aan de inperking van de rechten van de medewerker ten gevolge van het verbod om de computer aan niet-gezinsleden ter beschikking te stellen inhoudelijk een slechts ondergeschikt belang kan worden toegekend, en dat verbod overigens niet leidt tot de conclusie dat het economische belang bij de computer bij de maten van de maatschap is gebleven.

4.5. Ook de omstandigheid dat de maatschap de aanschafkosten van de computers bij wijze van jaarlijkse afschrijvingen ten laste van haar winst heeft gebracht, brengt, nog daargelaten of zulks terecht is geschied, noch op zichzelf beschouwd, noch in samenhang met de onder 4.3. en 4.4. bedoelde omstandigheden, met zich dat het economische belang bij de computers niet bij de medewerkers berustte maar bij de maten van de maatschap.

4.6. Uitgaande van het in 4.2. bedoelde oordeel zijn de onderwerpelijke computers naar het oordeel van het Hof niet te kwalificeren als bedrijfsmiddelen in de zin van artikel 11, lid 1, van de Wet IB.

4.7. Gelet op het vorenstaande is het gelijk met betrekking tot de in geschil zijnde vraag aan de zijde van de ambtenaar.

5. Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

6. Beslissing

Het Hof verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door N. van Beelen, voorzitter, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van J.W.J. van der Heijden, griffier, in het openbaar uitgesproken op: 14 april 2003

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 14 april 2003

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen

van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus

70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden

uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in

cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.