Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8771

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-03-2003
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R200300157
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Door de Rechtbank geweigerde homologatie wordt door het Hof alsnog verleend op grond van later binnengekomen volmachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Hertogenbosch

Arrest

in de zaak in hoger beroep van:

W.

appellant,

procureur mr. F.M.Y. Wertenbroek.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 18 februari 2003, waarvan de inhoud aan appellant bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 26 februari 2003 heeft appellant verzocht voormelde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende het akkoord te homologeren.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 maart 2003. Bij die gelegenheid zijn appellant en zijn raadsvrouwe, alsmede de bewindvoerder gehoord.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de producties, overgelegd bij het beroepschrift.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

Bij vonnis van voormelde rechtbank van 4 februari 2002 is ten aanzien van appellant de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken, met benoeming van mr. M.J.W. van Ingen te 's-Hertogenbosch tot bewindvoerder.

Appellant heeft ten aanzien van de vorderingen, waarvoor de schuldsanerings-regeling werkt, aan de schuldeisers van die vorderingen aangeboden aan het door de bewindvoerder gerealiseerde boedelactief, dat per 8 november 2002 € 6.485,76 bedroeg, een bedrag van € 12.000,-- toe te voegen. Het alsdan bestaande boedelactief zal worden verdeeld na aftrek van de kosten bewindvoering, publicatiekosten en overige boedelkosten die door de rechtbank op de gebruikelijke wijze zullen worden vastgesteld, op de wijze als bepaald in art. 349 Faillissementswet onder de crediteuren (zodat de preferente crediteuren een dubbel percentage zullen verkrijgen van hetgeen de concurrente crediteuren zullen ontvangen), zulks tegen finale kwijting.

Het ontwerpakkoord is op 10 november 2002 ter griffie van voormelde rechtbank gedeponeerd en is behandeld tijdens de op 14 januari 2003 door de rechter-commissaris gehouden verificatievergadering, tijdens welke vergadering het akkoord na stemming is aangenomen en het ontwerpsaneringsplan is vastgesteld.

Op 4 februari 2003 heeft de behandeling van de homologatie van het akkoord, de voortzetting van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en het door appellant ingediende ontwerp van het saneringsplan plaatsgevonden, waarna de rechtbank bij de door appellant bestreden beschikking van 18 februari 2003 de homologatie van het op 10 november 2002 aangeboden akkoord heeft geweigerd en heeft bepaald dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet.

De rechtbank heeft aan deze weigering ten grondslag gelegd, dat van de groep preferenten, bestaande uit -anders dan de rechter-commissaris in zijn advies van 24 januari 2003 vermeldt- twee crediteuren, namelijk de Belastingdienst Ondernemingen Amsterdam en UWV Gak, niemand is verschenen, dat er aldus in de groep preferenten geen enkele stem is uitgebracht en dat derhalve niet is voldaan aan de wettelijk vereiste toestemming van artikel 332 lid 3 sub a FW.

Appellant is het met deze beslissing niet eens en stelt dat inmiddels de beide preferente schuldeisers, te weten de belastingdienst Ondernemingen Amsterdam en het UWG Gak hebben ingestemd met het door hem aangeboden akkoord, waarmee aan de voorwaarde van artikel 332 lid 3 sub a Fw is voldaan.

Het hof overweegt als volgt.

Vast staat, dat er in de onderhavige schuldsaneringsregeling twee preferente schuldeisers zijn, te weten de Belastingdienst Ondernemingen Amsterdam voor bedragen van € 1.701,53 , € 6.145,10 , € 1.664,92 , € 1.560,55 en € 49,69 alsmede UWV Gak voor een bedrag van € 4.207,30.

Uit de bij het appèlschrift gevoegde bescheiden blijkt, dat voornoemde belastingdienst op 24 februari 2003 schriftelijk heeft ingestemd met het geformuleerde akkoord zoals hiervoor vermeld en heeft verklaard aan de saniet onherroepelijk last en volmacht te geven om namens de belastingdienst voor het aangeboden akkoord te stemmen. Deze verklaring kwam te laat om nog ingebracht te worden bij de stemming ter verificatievergadering van 14 januari 2003.

Hetzelfde geldt voor de verklaring van het UWG Gak d.d. 25 februari 2003, waarbij overigens aangetekend moet worden, dat het UWG onder een aantal voorwaarden wenst in te instemmen met het geformuleerde akkoord.

De bewindvoerder heeft ter zitting van 18 maart 2003 hieraan toegevoegd, dat hij nog recent contact heeft gehad met beide preferente schuldeisers en dat deze laatsten ook thans blijven bij hun instemmende verklaring, waaruit het hof begrijpt dat het UWG Gak ermede instemt dat het in geval van akkoord het UWG Gak toekomende bedrag in de toekomst zo snel als mogelijk zal worden betaald. De bewindvoerder heeft geen bezwaar tegen de overige voorwaarden van het UWG Gak, die hij bestempelt als gebruikelijk in deze situatie.

Verder staat vast, dat geen van de concurrente schuldeisers heeft tegengestemd en dat in dit verband voldaan is aan het vereiste van artikel 332 lid 3 onder b FW.

Uit het bovenstaande volgt, dat thans in tegenstelling tot de situatie op 14 januari 2003 ook voldaan is aan het vereiste van artikel 332 lid 3 onder a FW.

Bij gebreke van informatie over de aard en de duur van de door de bewindvoerder in het kader van de schuldsaneringsegeling verrichte werkzaamheden zal het hof de zaak ter vaststelling van het salaris van de bewindvoerder terugverwijzen naar de rechtbank.

Mitsdien kan worden beslist als volgt:

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 18 februari 2003

en opnieuw rechtdoende:

homologeert het op 10 november 2002 aangeboden ontwerp van het akkoord;

verwijst de zaak ter vaststelling van het salaris van de bewindvoerder naar de rechtbank te 's-Hertogenbosch.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Teeffelen, Lamers en Draijer-Udo en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 25 maart 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.