Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8769

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-04-2003
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R200300171
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Het enkele feit dat schuldenaren de Nederlandse taal niet of beperkt machtig zijn, is op zichzelf genomen geen grond tot het verzoek tot afwijzing van de schuldsaneringsregeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch

Arrest

In de zaak in hoger beroep van:

M.

en

E.

appellanten,

procureur mr. J.E. Lenglet.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het op verzoek van thans appellanten door de rechtbank te Breda gewezen vonnis van 25 februari 2003, dat bij partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ter griffie ingekomen op 3 maart 2003, hebben appellanten het hof – kort gezegd verzocht de bestreden beschikking te vernietigen en ten aanzien van hen alsnog de schuldsaneringsregeling toepasselijk te verklaren.

2.2. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties overgelegd bij beroepschrift;

- de brief met bijlagen van de raadsman van appellanten van 14 maart 2003.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 25 maart 2003 en bij die gelegenheid zijn uitsluitend de heer M gehoord, alsmede zijn raadsman, die - nu de heer M voornoemd de Nederlandse taal onvoldoende blijkt te verstaan en te spreken tevens als tolk-vertaler fungeerde, zulks met instemming van appellant.

Het hof heeft geconstateerd dat mevrouw E behoorlijk is opgeroepen, maar niet ter zitting is verschenen.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst daarvoor naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling.

4.1. De gang van zaken laat zich als volgt samenvatten:

- bij inleidend verzoekschrift, ter griffie van voornoemde rechtbank ingekomen op 17 december 2002, hebben appellanten de rechtbank verzocht ten aanzien van hen de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken;

- bij vonnis van 25 februari 2003 heeft de rechtbank te Breda het verzoek van appellanten afgewezen;

- tegen dat vonnis zijn appellanten opgekomen.

4.2. Appellanten hebben zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank op onjuiste gronden hun verzoek heeft afgewezen.

4.3. Op basis van de inhoud van de overgelegde bescheiden en op grond van hetgeen ter voormelde zitting van de kant van appellanten naar voren is gebracht, is het hof van oordeel, dat het enkele feit dat appellanten de Nederlandse taal niet of beperkt machtig zijn op zich genomen geen grond is tot afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling en dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de taalbarrière in het kader van deze procedure dermate van invloed zal kunnen zijn dat moet worden gevreesd dat die barrière ertoe zal kunnen leiden dat appellanten niet zouden voldoen aan de uit de schuldsaneringsregeling voor hen voortvloeiende verplichtingen.

4.3.1. Ook overigens is niet gebleken, dat er aan de kant van appellanten zich gronden voordoen of hebben voorgedaan die zouden leiden tot de conclusie dat hun verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling behoort te worden afgewezen.

4.4. Dat betekent dat het hof op het hoger beroep van appellanten zal beslissen op nader aan te geven wijze.

5. De uitspraak

Het hof:

vernietigt het door de rechtbank te Breda ten aanzien van voornoemde appellanten gewezen vonnis van 25 februari 2003;

en opnieuw rechtdoende:

verklaart de schuldsaneringsregeling van toepassing ten aanzien van:

M.

en

E.

verwijst de zaak vervolgens naar de rechtbank te Breda ter benoeming van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.

Dit arrest is gewezen door mrs. Lamers, Van Zinnen en Vlaardingerbroek, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 1 april 2003, in tegenwoordigheid van de griffier.