Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AF8195

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-03-2003
Datum publicatie
02-05-2003
Zaaknummer
99/30368
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2003-0880
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 99/30368

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:66, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van mevrouw X te Y (Curaçao) (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid particulieren/ondernemingen P van de rijksbelastingdienst (hierna, evenals de Voorzitter van het managementteam van het onderdeel Belastingdienst/Limburg van de rijksbelastingdienst, de thans ten aanzien van belanghebbende bevoegde Inspecteur, aan te duiden als: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende na te melden aanslag.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 1998 een aanslag in de inkomstenbelasting en de premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 49.351,--, welke aanslag, na daartegen tijdig gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.

1.2. Tegen die uitspraak is belanghebbende tijdig en op regelmatige wijze in beroep gekomen bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de Griffier van belanghebbende een recht geheven van ƒ 60,-- ( = € 27,23).

De Inspecteur heeft bij verweerschrift het beroep bestreden.

1.3. Bij ambtshalve gegeven beschikking van 20 september 2001 heeft de Inspecteur - op de gronden in zijn verweerschrift vermeld - de aanslag verminderd tot een naar een belastbaar inkomen van ƒ 39.410,-- en een premie-inkomen van ƒ 49.351,--.

1.4. Belanghebbende heeft, na daartoe door het Hof in de gelegenheid te zijn gesteld, een conclusie van repliek ingediend en de Inspecteur een conclusie van dupliek.

1.5. Middels haar brief van 29 april 2001 heeft belanghebbende gereageerd op de conclusie van dupliek. De Inspecteur heeft op 20 juni 2001 een nadere schriftelijke conclusie ingediend.

1.6. Met toestemming van partijen heeft het Hof bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Het Hof heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding staat als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast.

2.1. Belanghebbende is geboren op 26 februari 1946 en gehuwd.

2.2. Gedurende het gehele jaar 1998 was belanghebbende woonachtig op de Nederlandse Antillen en in het bezit van de Nederlandse nationaliteit.

2.3. In het onderhavige jaar heeft belanghebbende een uitkering genoten ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (hierna: de uitkering) ter hoogte van ƒ 40.443,--. Daarnaast genoot belanghebbende een invaliditeitspensioen ten bedrag van ƒ 9.941,--.

2.4. Belanghebbende heeft ter zake van de omwisseling in Antilliaanse guldens van de onder 2.3. vermeldde inkomsten kosten gemaakt tot een bedrag van ƒ 3.764,--.

2.5. De Inspecteur heeft in het onderhavige jaar de kosten, welke belanghebbendes echtgenoot heeft gemaakt ter zake van de omwisseling van zijn in Nederlandse guldens ontvangen inkomsten in Antilliaanse guldens, in aftrek toegelaten.

3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1. Het geschil betreft het antwoord op de volgende vragen:

3.1.1. Kunnen de op belanghebbende drukkende uitgaven als bedoeld in artikel 46, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: de Wet) met toepassing van de zogenoemde 90%-regeling op haar inkomen in mindering worden gebracht?

3.1.2. Kunnen de onder 2.4 vermelde kosten ten laste van belanghebbendes inkomen worden gebracht?

3.1.3. Heeft de Inspecteur, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.5 is vermeld, het gelijkheidsbeginsel geschonden?

3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt.

3.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak. De Inspecteur concludeert tot handhaving van de aanslag zoals deze is vastgesteld bij ambtshalve gegeven beschikking van

20 september 2001.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat belanghebbende voldoet aan de zogenoemde 90%-eis neergelegd in het Besluit van 14 april 2000, nr. DB 2000/00288 M, is het Hof van oordeel dat belanghebbende tegenover de gemotiveerde betwisting door de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de op belanghebbende drukkende uitgaven ter zake van ziekte, invaliditeit, bevalling, adoptie en overlijden in het onderhavige jaar uitstijgen boven de in artikel 46, lid, 1 onderdeel b, van de Wet gestelde drempel. Als enig bewijs van de omvang van de gestelde ziektekosten zijn door belanghebbende enige bescheiden gevoegd bij de conclusie van repliek. Deze bescheiden bevatten echter geen informatie waaruit de omvang van de in 1998 betaalde ziektekosten kan worden afgeleid en ontberen daarom bewijskracht.

4.2 De kosten van omwisseling van de in Nederlandse guldens uitbetaalde uitkering en van het eveneens in Nederlandse guldens uitbetaalde invaliditeitspensioen van belanghebbende in Antilliaanse guldens kunnen niet ten laste van het belastbaar inkomen worden gebracht. Deze kosten kunnen immers niet worden gerekend tot de op de inkomsten drukkende kosten die zijn gemaakt tot verwerving, inning en behoud van de inkomsten in de zin van artikel 35 van de Wet. Evenmin voorziet enige andere rechtsregel in aftrek van deze kosten van omwisseling als kosten of verlies.

4.3. Van schending van het gelijkheidsbeginsel is bij afwezigheid van begunstigend beleid of een oogmerk tot begunstiging eerst sprake indien in de meerderheid van de met het geval van belanghebbende vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing is achterwege gebleven. Ter ondersteuning van haar beroep op het gelijkheidsbeginsel heeft belanghebbende slechts één geval genoemd waarbij de Inspecteur ter zake van de kosten van omwisseling van de in Nederlandse guldens uitbetaalde bedragen in Antilliaanse guldens een juiste wetstoepassing achterwege heeft gelaten. Aldus heeft belanghebbende naar het oordeel van het Hof niet aannemelijk gemaakt dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden.

4.4. Gelet op het vorenstaande is het gelijk met betrekking tot de in geschil zijnde vragen aan de zijde van de Inspecteur. Diens uitspraak moet worden bevestigd.

5. Proceskosten

Hoewel het beroep gegrond is, acht het Hof geen termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de proceskosten als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

Belanghebbende heeft namelijk niet verzocht om een proceskostenvergoeding, en het Hof is ook ambtshalve niet gebleken, dat zij voor vergoeding in aanmerking komende kosten heeft gemaakt als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

6. Beslissing

Het Hof

- verklaart het beroep gegrond,

- vernietigt de bestreden uitspraak,

- handhaaft de aanslag zoals deze is vastgesteld bij ambtshalve gegeven beschikking van de Inspecteur van - 20 september 2001,

- gelast dat aan belanghebbende wordt vergoed het door deze ter zake van de behandeling van het beroep verschuldigde griffierecht ten bedrage van € 27,23,

- - wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die het griffierecht moet vergoeden.

Aldus gedaan door R.J. Koopman, lid van voormelde kamer, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van A.A. van Wendel de Joode, griffier, in het openbaar uitgesproken op: 17 maart 2003

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 17 maart 2003

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen

van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus

70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden

uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in

cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.