Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2003:AF5813

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-01-2003
Datum publicatie
14-03-2003
Zaaknummer
99/00128
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingadvies 2003/7.14
V-N 2003/24.16 met annotatie van Redactie
FutD 2003-0555
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 99/00128

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Y (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Ondernemingen P van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op haar bezwaarschrift betreffende het bedrag dat door haar als omzetbelasting op aangifte is voldaan over het tijdvak 1 juli 1998 tot en met 31 juli 1998.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Belanghebbende heeft op 25 augustus 1998 aangifte gedaan van de door haar over het tijdvak 1 juli 1998 tot en met 31 juli 1998 verschuldigde omzetbelasting. Het desbetreffende aangiftebiljet vermeldt als zodanig een bedrag van fl. 39.153,=. Naar aanleiding van het door haar bij schrijven van 9 oktober 1998 - door de Inspecteur ontvangen op 12 oktober 1998 - tegen dit bedrag gemaakte bezwaar heeft de Inspecteur bij uitspraak van 18 december 1998 besloten geen teruggaaf te verlenen.

Tegen die uitspraak is belanghebbende tijdig en op regelmatige wijze in beroep gekomen bij het Hof. Ter zake van dit beroep heeft de Griffier van belanghebbende een recht geheven van fl. 80,=.

De Inspecteur heeft het beroep bij vertoogschrift bestreden.

1.2. De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden ter zitting van het Hof van 11 september 2001 te

's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord de gemachtigden van belanghebbende, alsmede, de Inspecteur.

Belanghebbende heeft te dezer zitting een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan het Hof en aan de wederpartij. Het Hof rekent deze pleitnota tot de stukken van het geding.

1.3. Het Hof heeft in deze zaak op 25 september 2001 mondeling uitspraak gedaan. Afschriften van het proces-verbaal van die uitspraak zijn op 4 oktober 2001 aan partijen verzonden. Belanghebbende heeft tijdig en op regelmatige wijze verzocht de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke; ter zake van dit verzoek heeft zij een recht van fl. 150,= voldaan.

2. Vaststaande feiten

Blijkens de stukken van het geding en de verklaringen van partijen ter zitting staat tussen partijen het volgende vast.

2.1. Belanghebbende is ondernemer in de zin van artikel 7, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet). Haar bedrijfsactiviteiten bestaan onder meer uit het verwerken van onbewerkte AVI-bodemassen, te weten afvalslakken en andere residuen die nog metaal of metaalverbindingen bevatten (hierna: de bodemslakken), afkomstig van de onder 2.2 nader te noemen vuilverbrandingsinstallatie. Belanghebbende haalt de bodemslakken met eigen vrachtauto's op in Q en verwerkt ze op haar eigen bedrijfsterrein in Y tot grondstoffen voor de wegenbouw, waartoe de bodemslakken een ecologisch verantwoorde bewerking (valorisatie) ondergaan.

2.2. Ter uitvoering van haar onder 2.1 genoemde activiteiten heeft belanghebbende een overeenkomst gesloten met S, gevestigd te Q (hierna: S), welk contract door beide partijen is ondertekend. Daarin is onder meer het volgende bepaald:

"ER WORDT UITEENGEZET:

In het kader van de definitieve gunning van de opdracht voor de verwijdering van bodemslakken van de huisvuilverbrandingsinstallatie van het Q Gewest (bijzonder bestek nr. 1), besluiten partijen over te gaan tot de ondertekening van onderhavige overeenkomst.

(...)

ER WORDT OVEREENGEKOMEN:

Artikel 1

X gaat over tot de valorisatie van de bodemslakken afkomstig van de huisvuilverbrandingsinstallatie van het Q Gewest, waarvan S (Hof: S) de eigenaar is en waarvan de uitbating toevertrouwd werd aan T, Astraat 1 te Q.

De opdracht van X houdt meer concreet in:

-de lading in haar voertuigen met behulp van de aanwezige

gesloten kraan van de bodemslakken in de

huisvuilverbrandingsinstallatie van het Q Gewest.

X aanvaardt met deze lading de bodemslakken en wordt

eigenaar en draagt het risico m.b.t. deze vlakken vanaf deze

aanvaarding in de huisvuilverbrandingsinstallatie van het

Q Gewest.

-het transport van de huisvuilverbrandingsinstallatie van S tot het centrum voor behandeling op de terreinen van X gelegen

aan de Bstraat 1, te Y in Nederland.

-het transport gebeurt per vrachtwagen via de autosnelweg of via de kortste vaarroute van Q tot Y.

-het behandelen op dezelfde plaats van de bodemslakken.

X verbindt er zich toe dat een en ander geschiedt in overeenstemming met de toepasselijke regels en wetgeving zowel in België als in Nederland.

Daarenboven zal X binnen de 180 dagen na ontvangst van de bodemassen een verklaring ondertekenen en afleveren waaruit blijkt dat de opwerking en de afzet van de bodemassen heeft plaatsgevonden volgens ecologisch verantwoorde methodes.

Deze verklaring gebeurt maandelijks en de eerste maal ten laatste de eerste dag van de 6de maand na inwerkingtreding van de overeenkomst.

Artikel 2

(...)

Artikel 5

S betaalt aan X als vergoeding voor het geheel van de door de onderhavige overeenkomst geviseerde prestaties de bedragen zoals vastgesteld in bijlage 9 van de door haar ingediende offerte (prijs variant).

Na één jaar van de inwerkingtreding van onderhavige overeenkomst wordt desgevallend de prijs voor het afgelopen jaar vermeerderd met de in bijlage 9 voorziene toeslagen.

Dit cijfer wordt bepaald op basis van de weegbonnen dewelke worden opgesteld bij de ophaling van de bodemslakken bij NB en dewelke gevoegd zijn aan de maandelijkse facturatie.

Artikel 6

X verbindt er zich toe dat de bunkers dewelke de bodemslakken van de verbrandingslijnen opvangen, nooit overlopen.

Wanneer X in gebreke blijft hieraan te voldoen, gaat zij over tot betaling van een schadevergoeding van 60 Gulden per ton bodemslakken dewelke niet worden verwijderd, waarbij S zich het recht voorbehoudt de opdracht toe te vertrouwen aan een derde, kosten en schadevergoeding ten laste van X.

Artikel 7

X verbindt er zich toe het transport van de bodemslakken enkel en alleen te verrichten mits het bekomen van de nodige vergunning door de bevoegde overheden voor het transport van de bodemslakken.

Het transport gebeurt onder haar verantwoordelijkheid en risico.".

2.3. Belanghebbende neemt jaarlijks ongeveer 125.000 ton bodemslakken af.

Belanghebbende heeft over de vergoeding welke zij gedurende het tijdvak juli 1998 van S heeft ontvangen ter zake van het laden, transporteren en behandelen van de bodemslakken omzetbelasting aangegeven naar het tarief van 17,5%. Het gaat daarbij om een bedrag van - naar tussen partijen niet in geschil is - fl. 547.544,=, ter zake waarvan belanghebbende (17,5/117,5 is) fl. 81.549,= aan omzetbelasting heeft voldaan.

2.4. Van oordeel zijnde dat over deze vergoedingen geen omzetbelasting verschuldigd is aangezien er sprake is van een levering, heeft belanghebbende bezwaar gemaakt tegen het in 2.3 genoemde bedrag aan omzetbelasting dat zij op aangifte heeft voldaan.

3. Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen

3.1. Nu belanghebbende ter zitting haar subsidiaire standpunt heeft ingetrokken, is tussen partijen uitsluitend nog in geschil of belanghebbende het van S ontvangen bedrag heeft verkregen ter zake van een door haar jegens S verrichte prestatie en, zo ja, of deze prestatie de levering van een goed of een dienst vormt.

3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, waaronder de door belanghebbende ter zitting voorgedragen en overgelegde pleitnota, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt. Ter zitting hebben zij hieraan nog het volgende, zakelijk weergegeven, toegevoegd:

Belanghebbende

In België wordt alleen vanuit silo's ingeladen. Andere handelingen met betrekking tot de bodemslakken vinden daar niet plaats. De ene keer hebben de bodemslakken wel waarde, de andere keer niet. De vergoeding moet worden gezien als een bijdrage in de bedrijfskosten van belanghebbende, niet als een subsidie.

Aanspraak wordt gemaakt op vergoeding van proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten bestaan uitsluitend uit de kosten van de aan belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep bij het Hof door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De Inspecteur

Aangezien wij van oordeel zijn dat er sprake is van een in Nederland verrichte dienst, is er voor ons geen aanleiding geweest om belanghebbende er op te wijzen zich te wenden tot de Belgische belastingdienst.

In onze visie zijn de bodemslakken goederen. In belanghebbendes prestatie jegens S zien wij geen vervoer.

Geen aanspraak wordt gemaakt op vergoeding van proceskosten.

3.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot het verlenen van een teruggaaf ten bedrage van

fl. 42.396,=. De Inspecteur concludeert daarentegen tot bevestiging van de bestreden uitspraak.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Het geschil betreft de vraag of belanghebbende het van S ontvangen bedrag heeft verkregen ter zake van een door haar jegens S verrichte prestatie en, zo ja, of deze prestatie de levering van een goed of een dienst vormt.

4.2. Naar het oordeel van het Hof kan de overeenkomst tussen S en belanghebbende niet anders worden uitgelegd dan dat belanghebbende aan S een prestatie verricht. Deze prestatie, bestaande uit het verwijderen van bodemslakken zoals neergelegd in de overeenkomst waartegenover het door belanghebbende van S ontvangen bedrag als vergoeding staat, vormt een dienst. De overdracht van de eigendom van de slakken heeft in het kader van deze dienst geen zelfstandige betekenis nu aan het verwijderen van de slakken inherent is dat de slakken in eigendom worden overgedragen.

4.3. Niet is gesteld of gebleken dat de onderhavige dienst op grond van een van de bepalingen van artikel 6, lid 2, van de Wet niet in Nederland belastbaar is.

4.4. Gelet op hetgeen onder 4.2 en 4.3 is overwogen, is het gelijk aan de zijde van de Inspecteur. Voor dit geval is niet in geschil dat de bestreden uitspraak moet worden bevestigd.

5. Proceskosten

Nu het beroep ongegrond is en bijzondere omstandigheden niet zijn gesteld of gebleken, vindt het Hof geen aanleiding de Inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard geen aanspraak te maken op vergoeding van proceskosten.

6. Beslissing

Gelet op al het vorenstaande moet worden beslist als volgt:

Het Hof bevestigt de bestreden uitspraak.

Aldus vastgesteld op 23 januari 2003 door M.E. van Hilten, voorzitter, P. Fortuin en J.W. Verstraate, en op die datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van Th.A.J. Kock, waarnemend-griffier.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 23 januari 2003

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in

cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.