Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2002:AF1537

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
14-05-2002
Datum publicatie
05-12-2002
Zaaknummer
99/00526
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2002-2164
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 99/00526

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, eerste meervoudige Belastingkamer, op het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid X B.V. te Z tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid grote ondernemingen te Y van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende de haar voor het boekjaar 1989/1990 opgelegde aanslag in de vennootschapsbelasting.

1. Ontstaan en loop van het geding

1. Aan belanghebbende is voor het boekjaar 1989/1990 een aanslag in de vennootschapsbelasting opgelegd naar een belastbaar bedrag van

fl. 2.420.302,--, onder verrekening van fl. 27.780,-- aan buitenlandse bronbelasting, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd, met vermindering van het belastbare bedrag tot een bedrag van fl. 2.345.522,-- en zonder verrekening van buitenlandse bronbelasting.

Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Gerechtshof te Arnhem, dat deze uitspraak heeft bevestigd.

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem beroep in cassatie ingesteld. Bij arrest van 23 december 1998, nummer 33.813, heeft de Hoge Raad de uitspraak van het Gerechtshof te Arnhem vernietigd en het geding verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak in meervoudige kamer met inachtneming van het arrest.

Belanghebbende heeft, daartoe door het Hof in de gelegenheid gesteld, naar aanleiding van het arrest een conclusie ingediend.

De Inspecteur heeft, daartoe door het Hof in de gelegenheid gesteld, op de inhoud van de conclusie gereageerd.

2. De eerste mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden ter zitting van de derde meervoudige Belastingkamer van het Hof van 14 februari 2001 te 's-Hertogenbosch. Daar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede de Inspecteur.

Na deze zitting heeft een met partijen gevoerde briefwisseling plaatsgevonden, waarbij het bepaalde in artikel 14, lid 1, sub 2°, en artikel 16 van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken is nageleefd.

De tweede mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden ter zitting van de eerste meervoudige Belastingkamer van het Hof van 3 april 2002 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede, de Inspecteur.

Nu zowel de Kamer als de samenstelling ervan bij de mondelinge behandeling van 3 april 2002 een andere was dan die bij de mondelinge behandeling van 14 februari 2001, heeft de voorzitter bij de aanvang van de zitting van 3 april 2002 een korte samenvatting gegeven van al hetgeen partijen ter zitting van 14 februari 2001 over en weer naar voren hebben gebracht. Partijen hebben desgevraagd uitdrukkelijk verklaard zich met deze samenvatting te verenigen.

Gronden voor de beslissing

Belanghebbende heeft ter zitting van 3 april 2002 verklaard zijn grieven tegen de uitspraak van de Inspecteur te laten varen. Aangezien het Hof ook ambtshalve niet is gebleken dat de bestreden uitspraak onjuist is, moet deze worden bevestigd.

Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Beslissing

Het Hof bevestigt de bestreden uitspraak.

Aldus vastgesteld op 14 mei 2002 door P.J.M. Bongaarts, voorzitter, J.W.J. Huige en M.J. Ellis, leden, en op die datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van R.O.J.M. de Windt, waarnemend-griffier.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 14 mei 2002

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.