Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2002:AE9818

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-05-2002
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R200200095 en R200200096
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Looptijd saneringsregeling - ondernemer; inspanningsverplichting. Enkele feit dat sprake is van hoge ondernemingsschulden is onvoldoende voor looptijd van 5 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

hof te 's-Hertogenbosch

Arrest

In de zaak in hoger beroep met rekestnummer R200200095 van:

X.,

Wonende te P.,

appellant,

procureur mr. G.H. Rompen.

en

In zaak van hoger beroep met rekestnummer R200200096 van:

Y.,

wonende te P.,

appallant,

procureur mr. G.H. Rompen.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de door de rechtbank te 's-Hertogenbosch op 19 februari 2002 gewezen vonnis waarvan beroep, waarvan de inhoud bij partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. X. en Y. hebben ierder bij een afzonderlijk beroepschrift, binnengekomen ter griffie op 26 februari 2002, hoger beroep ingesteld van de beslissing van de rechtbank van 19 februari 2002, waarin de rechtbank het saneringsplan heeft vastgesteld en daarin de termijn van de schuldsanering heeft bepaald op vijf jaar te rekenen vanaf de datum waarop de schuldsaneringsregelingen van toepassing zijn verklaard, te weten 11 januari 1999.

2.2. X. en Y. hebben het hof verzocht om voornoemde beslissing van de rechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 19 februari 2002 te vernietigen, en alsnog te bepalen dat de schuldsanering is beëindigd op 11 januari 2002, en dat de schuldsanering alsdan drie jaar van toepassing is geweest, met alle gevolgen van dien. Kosten rechtens.

2.3. Het hof zal voeging bevelen van voormelde onder R200200095 en R200200096 ter griffie ingeschreven zaken, omdat die zaken betrekking hebben op de man en de vrouw die op die datum van mondelinge behandeling gehuwd zijn, zodat sprake is van verknochtheid.

2.4. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 24 april 2002. Bij die gelegenheid zijn X. en Y. en hun raadsman gehoord, alsmede de waarnemend bewindvoerder mr. M.C.J. de Schepper.

2.5. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

- de producties overgelegd bij de beroepschriften;

- de briefvan de bewindvoerder van 1 maart 2002;

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1. X. en Y. zijn in 1987 in algemene gemeenschap van goedren gehuwd en zijn medio 1993 gestart met een café/cafetaria/restaurantbedrijf dat aanvankelijk goed gefloreerd heeft. Door diverse oorzaken is daarin eind jaren '90 een kentering gekomen waardoor appellanten niet meer aan hun financiële verplichtingen konden voldoen waarna door derden hun faillissement is aangevraagd. Bij de behandeling van de faillissementsaanvraag is door hen de mogelijkheid benut om het faillissement in een schuldsaneringsregeling te laten omzetten. De rechtbank te 's-Hertogenbosch heeft op 11 januari 1999 de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van hen uitgesproken, die op februari 1999 in een definitief regeling is omgezet.

4.2. Op 19 februari 2002 heeft de rechtbank geoordeeld dat sanieten zich onvoldoende hebben ingespannen om hun crediteuren maximaal te voldoen in relatie tot de zeer omvangrijke schuldenlast van circa €450.000,- (f.1.000.000,-) en het door sanieten gespaarde bedrag van circa €772,- (f.1.700). De rechtbank heeft vervolgens de looptijd van de schuldsaneringsregeling bepaald op vijf jaar.

Tegen die beslissing komen appellanten in hoger beroep op.

4.3.1. Bij de beoordeling of er gronden aanwezig zijn om de looptijd van de schuldsaneringsregeling te verhogen tot 5 jaar overweegt het hof dat met betrekking tot de looptijd van de schuldsaneringsregeling als norm geldt een looptijd van drie jaar. Van die termijn kan bij rechterlijke beslissing worden afgeweken als de omstandigheden va het geval daarvoor aanleiding geven. Het vaststellen van een langere termijn kan gerechtvaardigd zijn in die situatie.s waarbij er sprake is van niet te goeder trouw zijn van een schuldenaar, maar waarin de rechter meent niet gebruik te moeten maken van art. 288 lid 2 onder b Fw, er sprake is van een natuurlijk persoon alsondernemer en de hoogte van de schulden en/of de terugbetalingscapaciteit daartoe aanleiding geeft of er naar het oordeel van de rechter sprake is van een bijzondere situatie. De schuldsaneringsregeling kan uitsluitend langer dan drie jaar duren, indien voor de gehele looptijd vanaf de vaststelling van het saneringsplan, een nominaal bedrag boven de beslagvrije voet wordt toegekend.

4.3.2. X. heeft ter zitting in hoger beroep verklaard heeft dat hij zelf lange ernstige geestelijke problemen heeft gehad, als gevolg van het staken van de onderneming, de schuldsanering en de gevolgen daarvan. Als gevolg van de psychisch-sociale problemen heeft hij zich in 1999 onder medische behandeling van de huisarts moeten stellen. Vanaf eind 1999 werkt X. vijftien uur per week als medewerker catering en buffetverzorging in het cateringsbedrijf van zijn broer en verdient daarmee €453,78 (f.1.000,-) netto per maand. De werkzaamheden vinden veelal in het weekend plaats, soms op vrijdagen, soms ook op donderdagen en soms ;s avonds. Vanaf april 2002 werkt X. 25 uur bij zijn werkgever en is in inkomen gestegen tot €748,- (f.1.650,-)

4.3.3. Y. heeft ter zitting verklaard dat zij sinds 1 december 1999 als oproepkrackt bij de Stichting Z., werk voor circa 15 uur per week en dat zij daarmee maandelijks netto €518,98 (f.1.143,68) verdient. Per augustus 2000 heeft zij een vast arbeidscontract voor 20 uur. Sinds 2002 verdient zij €620,- (f.1.366,30), doch deze verdiensten kunnen hoger zijn omdat zij tevens als invalkracht bij ziekte bij X. werkt. Zij werkt meestal ochtende en 's avonds.

4.3.4. X. en Y. hebben de zorg voor vier jonge kinderen: A. geboren op Q., B. geboren op Q., C. geboren op Q., en D. geboren op Q. C. heeft wegens ee aangeboren gebrek, het syndroom van Beckwith-Wiedermann, tot november 2001 extra (medische) verzorging nodig gehad, waardoor hij twee keer per week is behandeld in Blixembosch te Eindhoven. Per voornoemde datum is deze intensieve medische behandeling gestopt en teruggebracht tot medische controle van een keer per drie maanden. Daarnaast heeft C. na zijn operatie in de tweede helft van 2001 wekelijks nog fysiotherapie en logepedie. Wegens deze zorg voor hun kinderen en het ontbreken van de financiële middelen on een oppas te betalen, waren zij tot omstreeks 2002 niet in staat om meer uren betaalde werkzaamheden te verrichten.

4.3.5. De bewindvoerder heeft verklaard dat sanieten zich maximaal hebben ingespannen om zoveel mogelijk actief te vergaren, in ogenschouw nemend het aantal kinderen en de benodigde extra zorg voor zoon C., Y. die vanwege haar zorgverplichtingen door de Sociale Dienst van de gemeente B. ontheven is van haar sollicitatieverplichtingen, heeft nochtans per 1 december 1999 een parttime baan aanvaard. De echtlieden hebben hun volledige medewerking verleend aan de liquidatie van het vermogen, de verkoop van de aan hen in eigendom toebehorende woning en inning van debiteuren. Voor een afwijking van een reguliere termijn van drie jaar is -aldus de bewindvoerder- geen reden.

4.5. Het hof acht aannemelijk dat X. in 1999 vanwege zijn psychische en sociale problemen veelvuldig de huisarts heeft moeten consulteren en niet in staat is geweest om meer dat 15 uur arbeid uit inkomen te genereren. Y. heeft vanaf december 1999 20 uur betaalde arbeid verricht. De vraag of appellanten onder de omstandigheden die toen golden, meer betaalde werkzaamheden kunnen verrichten, moet naar het oordeel van het hof negatief worden beantwoord, gezien de zorg voor hun vier kinderen en in het bijzonder de extra verzorging en behandeling van C. Deze behandeling heeft onder meer ingehouden dat C. twee keer per week in Blixembosch in Eindhoven is behandeld, operaties heeft ondergaan, alsmede fysiotherapeutische en logopedische behandelingen. Sanieten konden alleen de verzorging en opvoeding van hun kinderen, en met name de extra zorg en behandeling van C., ter hand nemen, door hun betaalde werkzaamheden onderling op elkaar afstemmen. Omdat per november 2001 de intensieve medische behandeling van C. is teruggebracht tot medische controle van een keer per drie maanden, is X. thans in staat om 25 uur betaalde werkzaamheden te verrichten.

4.6. Op grond van voornoemde feiten en omstandigheden is het hof, anders dan de rechtbank van oordeel dat de schuldenaren zich gedurende de lopende schuldsaneringsregeling naar vermogen hebben ingespannen on hun crediteuren maximaal te voldoen. Van zodanig zwaarwegende omstandigheden dat moet worden afgeweken van het uitgangspunt van een looptijd van drie jaren, is alle omstandigheden in aanmerking nemend, onvoldoende gebleken. De enkele omstandigheid dat sanieten, voorafgaand aan de schuldsaneringsregeling, in hun onderneming een hoge schuld hebben opgebouwd, doet niet af aan het oordeel dat zij zich lopende die regeling naar vermogen hebben ingespannen en kan daarom niet dienen als zelfstandige grond om een langere termijn van sanieten te vergen. Ook de terugbetalingscapaciteit geeft daartoe geen aanleiding.

De bestreden vonnissen dienen derhalve te worden vernietigd.

5. De uitspraak

het hof in de zaken met rekestnummers R200200095 en R200200096:

vernietigt het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 19 februari 2002, waarvan beroep;

en opnieuw rechtdoende:

bepaalt de looptijd van de schuldsaneringsregelingen van X. en Y. op drie jaar.

Dit arrest is gewezen door mrs. Koens, Drijkoningen en Den Hartog Jager en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof op 3 mei 2002 in tegenwoordigheid van de griffie.