Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8356

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-09-2002
Datum publicatie
04-10-2002
Zaaknummer
02/01517
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2002/50.2.9
FutD 2002-1922
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 02/01517

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, eerste meervoudige Belastingkamer, op het beroep van de heer X te Y tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid particulieren/ondernemingen te P (inmiddels: het hoofd van de eenheid ondernemingen te P) van de rijksbelastingdienst (hierna gezamenlijk te noemen: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1991.

De mondelinge behandeling

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad met gesloten deuren ter zitting van het Hof van 3 september 2002 te 's-Hertogenbosch.

Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende, gemachtigde van belanghebbende, alsmede de Inspecteur.

Na de behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 17 september 2002, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

De beslissing

Het Hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de bestreden uitspraak, vermindert de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van fl. 57.637,--, waarvan fl. 10.011,-- belast naar een bijzonder tarief van 45%, gelast dat de Staat der Nederlanden aan belanghebbende vergoedt het door deze gestorte griffierecht ten bedrage van € 34,02 (= (fl. 75,--), veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.208,19 en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

De gronden voor de beslissing

1. Ter zitting hebben partijen uitdrukkelijk verklaard dat tussen hen uitsluitend nog in geschil is het antwoord op de vraag of de behaalde boekwinst op het woonhuis en de stallen in het onderhavige geval van fiscale staking van de onderneming gevolgd door de start van een nieuw bedrijf, naar willekeur op de investeringskosten van de grond kan worden afgeboekt.

Belanghebbende, die deze vraag bevestigend beantwoordt, beroept zich daarvoor op de resolutie van 5 augustus 1987, nummer DB 87/3354 (hierna: de Resolutie). De Inspecteur beantwoordt de in geschil zijnde vraag, eveneens met een beroep op de Resolutie, ontkennend.

2. Ter zitting heeft het Hof met partijen uitvoerig besproken de uitspraak van de derde meervoudige Belastingkamer van dit Hof van 22 juni 2000, nr. 97/660, zoals onder meer gepubliceerd in VN 2000/46.13. De in die zaak berechte casus, waarbij de toepassing van de resolutie van 25 augustus 1992, nummer DB 92/3157 (zijnde de opvolger van de Resolutie) onderwerp van geschil was, is - behoudens het feit dat in die casus sprake is van een verplaatsing en niet van een staking van een onderneming - identiek aan de onderhavige zaak.

3. Het Hof is van oordeel dat er geen enkele aanleiding bestaat de Resolutie anders uit te leggen in een geval van staking van een onderneming dan in een geval van verplaatsing van een onderneming.

Het Hof verwijst voor de motivering van dit oordeel naar de rechtsoverwegingen zoals neergelegd in de hiervoor vermelde in VN 2000/46.13 gepubliceerde uitspraak van dit Hof, welke motivering het Hof integraal overneemt en tot de zijne maakt.

4. Voor dit geval is tussen partijen niet in geschil dat moet worden beslist als hiervoor is vermeld.

De proceskosten

Het Hof acht termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van zijn beroep bij het Hof redelijkerwijs heeft moeten maken. Het Hof stelt deze kosten vast op 2,5 punten maal (fl. 710,-- maal wegingsfactor 1,5 ofwel (fl. 2.662,50 (= € 1.208,19).

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

Aldus gedaan door G.J. van Muijen, voorzitter, J.W.J. Huige en T. Blokland, en voor wat betreft de beslissing in tegenwoordigheid van R.O.J.M. de Windt, griffier, in het openbaar uitgesproken op 17 september 2002.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 17 september 2002

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende € 41,--.

Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van € 41,-- verschuldigd.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.