Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2002:AE8138

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-08-2002
Datum publicatie
27-09-2002
Zaaknummer
99/00670
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2002, 1507 met annotatie van Berns
FutD 2002-1872

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 99/00670

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

PROCES VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, elfde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep X te Y (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid Particulieren te P van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur), op het bezwaarschrift betreffende de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1996.

De mondelinge behandeling

De mondelinge behandeling heeft plaatsgehad met gesloten deuren ter zitting van het Hof van 13 augustus 2002 te 's-Hertogenbosch.

Aldaar zijn verschenen en gehoord XX, door belanghebbende gemachtigd om tijdens de mondelinge behandeling namens hem op te treden, bijgestaan door de echtgenote van belanghebbende. Namens de Inspecteur is verschenen A.

Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 27 augustus 2002, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

De beslissing

Het Hof:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden uitspraak;

- vermindert de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van ƒ 47.871,-;

- gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze gestorte griffierecht ad € 38,57 (ƒ 85,-) vergoedt;

- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 6,80 en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.

De gronden

1. Tussen partijen is in geschil of belanghebbende de door hem betaalde ziektekosten van zijn zoon ad ƒ 10.303,- als buitengewone lasten in aftrek mag brengen. De Inspecteur is van mening dat deze kosten niet op belanghebbende hebben gedrukt omdat de zoon en zijn partner voldoende draagkracht hadden om deze kosten zelf te voldoen. Belanghebbende is daarentegen van mening dat het inkomen van zijn zoon (en diens partner) niet relevant is voor de aftrek van ziektekosten en concludeert tot vernietiging van de uitspraak en tot aftrek van alle door hem betaalde ziektekosten van zijn zoon. De Inspecteur concludeert tot vernietiging van de uitspraak en vermindering van het belastbaar inkomen met ƒ 102,- tot ƒ 58.174,- omdat hij bij de aanslagregeling en de uitspraak op bezwaar de drempel van de ziektekosten onjuist heeft berekend.

2. Nu noch uit de tekst van de wet, noch uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever de aftrek van ziektekosten op de voet van artikel 46, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (hierna: Wet IB) afhankelijk heeft willen stellen van enig criterium samenhangende met het inkomen of vermogen van degene voor wie de onderwerpelijke kosten zijn betaald, is het Hof van oordeel dat de door belanghebbende betaalde ziektekosten van zijn zoon aftrekbaar zijn voorzover zij hoger zijn dan de in artikel 46, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Wet IB genoemde drempel en dat derhalve de draagkracht van de zoon buiten beschouwing dient te blijven. Het gelijk is derhalve aan de zijde van belanghebbende.

3. Gezien het voorgaande kunnen belanghebbendes overige grieven, te weten dat sprake is van opgewekt vertrouwen op grond van de brochure "Buitengewone lasten" en dat de uitspraak op bezwaar ondeugdelijk is gemotiveerd, wat er ook van zij, onbesproken blijven.

4. Gelet op al het vorenstaande dient te worden beslist zoals hiervoor vermeld.

De proceskosten en het griffierecht

Nu belanghebbende in het gelijk is gesteld, acht het Hof termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van dit beroep bij het Hof in redelijkheid heeft moeten maken. Het Hof stelt deze kosten in goede justitie, mede gelet op het bepaalde in het Besluit proceskosten fiscale procedures, op de reiskosten per openbaar vervoer 2e klasse, een retour Y-'s-Hertogenbosch, voor het bijwonen van de zitting, zijnde € 6,80.

Mede gelet op artikel 5, lid 7, eerste volzin, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken dient de Inspecteur aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van € 38,57 (ƒ 85,-) te vergoeden.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

Aldus vastgesteld op 27 augustus 2002 door N. van Beelen, lid van voormelde Kamer en op die datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van M.A.M. van den Broek, griffier.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 29 augustus 2002

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende € 68,07.

Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van € 68,07 verschuldigd.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.