Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2002:AE7684

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-08-2002
Datum publicatie
17-09-2002
Zaaknummer
99/00657
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2002/48.2.2
V-N 2002/54.6 met annotatie van Redactie
FutD 2002-1812
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 99/00657

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

PROCES VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, elfde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van mevrouw X te Y (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid Particulieren te P van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur), op het bezwaarschrift betreffende de met verhoging opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1996, aanslagnummer A, en het bij het vaststellen van die aanslag met betrekking tot die verhoging genomen kwijtscheldingsbesluit.

De mondelinge behandeling

De mondelinge behandeling heeft plaatsgehad, voor wat betreft de enkelvoudige belasting met gesloten deuren en voor wat betreft de verhoging in het openbaar, ter zitting van het Hof van 13 augustus 2002 te 's-Hertogenbosch.

Aldaar is verschenen en gehoord de Inspecteur.

Belanghebbende is, hoewel op regelmatige wijze opgeroepen, niet verschenen.

Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 27 augustus 2002, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

De beslissing

Het Hof:

verklaart het beroep gegrond,

vernietigt de bestreden uitspraak,

handhaaft de navorderingsaanslag en de daarin begrepen verhoging van 100%,

vernietigt het kwijtscheldingsbesluit,

verleent kwijtschelding van de verhoging tot op 10% van de enkelvoudige belasting,

gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende het gestorte griffierecht ten bedrage van € 38,57 (ƒ 85,-) vergoedt.

De gronden

1. Aan belanghebbende is een primitieve aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1996 opgelegd met dagtekening 14 mei 1997. Op de eenheid Particulieren te P van de Rijksbelastingdienst is binnengekomen een signaallijst waaruit de door belanghebbende niet-aangegeven rente bleek, welke lijst is gedagtekend 17 mei 1997. Het Hof acht het niet aannemelijk dat deze signaallijst bij de Inspecteur is binnengekomen vóórdat de primitieve aanslag werd vastgesteld. Belanghebbendes betoog dat hierop neerkomt dat de Inspecteur niet heeft aangetoond dat sprake is van een nieuw feit, wordt door het Hof verworpen.

2. Voor zover belanghebbendes betoog moet worden opgevat in die zin dat de tot navordering leidende gegevens reeds elders bij de belastingdienst bekend waren vóórdat de primitieve aanslag door de Inspecteur werd vastgesteld, wordt het eveneens door het Hof verworpen. Belanghebbende heeft gesteld noch aannemelijk gemaakt dat de onderwerpelijke gegevens reeds zodanig vroeg bij de belastingdienst aanwezig waren dat geoordeeld moet worden dat de verwerkingstermijn van die gegevens onredelijk lang is geweest.

3. Belanghebbende heeft gesteld noch aannemelijk gemaakt dat sprake is van een navordering verhinderend verzuim aan de zijde van de Inspecteur. Ook anderszins is het Hof van een zodanig verzuim niet gebleken.

4. Nu belanghebbende bij het opmaken van de aangifte bekend was, dan wel moet zijn geweest, met de onderwerpelijke rente-ontvangst doordat zij ter zake reeds een dagafschrift van haar bank, alsmede een brief, had ontvangen, is het naar het oordeel van het Hof aan haar grove schuld te wijten dat te weinig belasting is geheven. Daaraan doet niet af dat belanghebbende toentertijd een hectische periode doormaakte en veel dagafschriften ontving waarop aanzienlijke bedragen paraisseerden. De verhoging is derhalve terecht opgelegd.

5. In beginsel acht het Hof verdere kwijtschelding van de verhoging dan door de Inspecteur is verleend niet op zijn plaats. Gelet evenwel op het tijdsverloop tussen het door de Inspecteur indienen van het vertoogschrift op 3 april 2000 en de mondelinge behandeling op 13 augustus 2002, alsmede gelet op de lengte van de totale, sinds het opleggen van de navorderingsaanslag verstreken periode, is het Hof ambtshalve van oordeel dat artikel 6 van het Europese verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is geschonden. In een en ander vindt het Hof aanleiding de verhoging te matigen tot 10%.

De proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken. Nu belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert met haar gemachtigde, van beroep belastingambtenaar, acht het Hof het niet aannemelijk dat belanghebbende enig bedrag ter zake van diens bijstand verschuldigd is geworden. Naar het oordeel van het Hof is in casu dan ook geen sprake van door een derde verleende rechtsbijstand, noch van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het Hof is ook ambtshalve niet gebleken, dat belanghebbende voor vergoeding in aanmerking komende kosten als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten fiscale procedures heeft gemaakt.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

Aldus vastgesteld op 27 augustus 2002 door N. van Beelen, lid van voormelde Kamer, en op die datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van M.A.M. van den Broek, griffier.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 29 augustus 2002

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende € 68,07.

Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van € 68,07 verschuldigd.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.