Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2002:AE7674

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
05-08-2002
Datum publicatie
17-09-2002
Zaaknummer
00/02239
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2002-1825
V-N 2002/47.4.12

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 00/02239

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

PROCES VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van mevrouw X te Y tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Ondernemingen P van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op haar bezwaarschrift betreffende de haar opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 1998 tot en met 31 december 1998, aanslagnummer A.

De mondelinge behandeling

De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden ter zitting van het Hof van 22 juli 2002 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord gemachtigde van belanghebbende, alsmede de Inspecteur.

Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 5 augustus 2002, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

De beslissing

Het Hof verklaart het beroep ongegrond.

De gronden

(1) Belanghebbende heeft ter zitting uitdrukkelijk verklaard dat het geschil uitsluitend de vraag betreft of op haar diensten de vrijstelling van artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel h, van de Wet op de omzetbelasting 1968 van toepassing is en dat zij alle andere in het bezwaar- en beroepschrift aangevoerde grieven laat varen.

(2) Naar algemeen spraakgebruik is onder een lijkbezorger te verstaan degene die zich belast met alles wat bij een begrafenis of crematie vereist is. Uit de door partijen gegeven omschrijvingen van belanghebbendes werkzaamheden leidt het Hof af dat zij zich slechts bezig houdt met het organiseren en het leiden van de uitvaartplechtigheid. Belanghebbende is mitsdien niet als lijkbezorger aan te merken.

Nu de onder (1) bedoelde vrijstelling slechts ziet op diensten door lijkbezorgers vallen belanghebbendes diensten niet onder deze vrijstelling. Belanghebbendes beroep op het arrest van het Hof van Jusititie van de Europese Gemeenschappen te Luxemburg van 5 juni 1997, nr. C-2/95 (SDC), faalt, aangezien dit arrest betrekking heeft op een vrijstelling welke afhankelijk is van de aard van de prestatie, terwijl de onderhavige vrijstelling afhankelijk is van de hoedanigheid van de dienstverrichter.

(3) Gelet op het vorenstaande faalt ook belanghebbendes beroep op de resolutie van 21 april 1969, nr. D69/1991. Het beroep is derhalve ongegrond.

(4) Nu het gelijk aan de zijde van de Inspecteur is en bijzondere omstandigheden zijn gesteld noch gebleken, acht het Hof geen termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard geen aanspraak te maken op vergoeding van proceskosten.

(5) Gelet op al het vorenstaande moet worden beslist als eerder vermeld.

Waarvan is opgemaakt dit proces verbaal.

Aldus vastgesteld op 5 augustus 2002 door J.A. Meijer, voorzitter, M.E. van Hilten en P. Fortuin, en op die datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van M.J.J. van Oorschot, griffier.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 9 augustus 2002

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende € 82,50. Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van € 142,50 verschuldigd.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.