Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AE9796

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-11-2001
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R200100597
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Hoger beroep niet bij procureur is niet-ontvankelijk, ook in de omstandigheden van dit geval (gestelde toevoegingsperikelen).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Hertogenbosch

Arrest

In de zaak in hoger beroep van:

X.,

Wonende te P.,

Appellant,

procureur: mr. J.L.M. van Gastel.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beschikking van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 21 augustus 2001, waarvan de inhoud bij partij bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij brief van 26 augustus 2001, ingekomen ter griffie van de rechtbank te 's-Hertogenbosch op 27 augustus 2001 en vervolgens na doorzending ingekomen ter griffie van het hof op 7 september 2001, heeft appellant verzocht voormelde beschikking te vernietigen.

2.2. De mondelinge behandeling heeft, na een verzoek tot aanhouding van appellant, plaatsgevonden op 21 november 2001. Bij die gelegenheid zijn appellant, zijn raadsman en namens de curator mr. C.W.M. Slegers gehoord.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 14 augustus 2001;

de brief van de president van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 6 september 2001;

de brief met bijlage van mr. P.H.C.M. Schoenmaker, waarnemend president rechtbank 's-Hertogenbosch, d.d. 25 september 2001;

de brief met bijlage van X., d.d. 28 september en 1 oktober 2001;

de brief met bijlage van mr. C.W.M. Slegers namens de curator, d.d. 1 oktober 2001.

de brief van deprocureur Mr. J.L.M. van Gastel van 19 november 2001.

3. De gronden van het hoger beroep

De grief van appellant is gericht tegen de beslissing van de rechtbank om schuldsaneringsregeling die op 31 janurari 2000 op hem van toepassing is verklaard tussentijdse te beëindigen.

4. De beoordeling

4.1. Bij vonnis van 21 augustus 2001 is, met toepassing van artikel 350, lid 3 sub c en e Fw ten aanzien van appellant de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd met benoeming van de rechter-commissaris en een curator met ingang van de datum van het in kracht van gewijsde gaan van dat vonnis.

Appellant heeft zich bijde brief van 26 augustus 2001, ter griffie van de rechtbank binnengekomen op 27 augustus 2001 tot de president van de rechtbank gewend. In die brief heeft appellant onder meer aangegeven zonder tussenkomst van een procureur in heger beroep te komen van voormelde beslissing en heeft hij de president verzocht dat verzoekschrift ter griffie van het hof in te dienen.

In verband met de vakantie van de president van de rechtbank is de brief pas op 6 september 2001 beantwoord. De president heeft vorenbedoelde brief van 26 augustus 2001 opgevat als een beroepschrift en deze brief doorgezonden aan het hof.

Ter griffie van het hof binnengekomen op 7 september 2001.

4.2. Ter zitting voert appellant aan dat hij zelfstandig hoger beroep heeft moeten instellen, daar hij als voormalig zelfstandig onderneming niet tijdig een toevoeging van een procureur heeft kunnen verkrijgen. Door de postblokkade wordt zijn post eerst aan zijn curator toegezonden, waardoor hij pas enige tijd later van de beslissing van de rechtbank op de hoogte is gesteld.

4.3. Door mr. Slegers is ter zitting gebracht dat appellanten ter zitting van de rechtbank op 14 augustus 2001 is geïnformeerd over de mogenlijkheid om binnen 8 dagen hoger beroep in te stellen door middel van een procureur ondertekend verzoekschrift.

De beslissing d.d. 21 augustus 2001 is door de rechtbank ook rechtstreeks aan appellant toegezonden.

Vervolgens is door mr. Slegers op 22 augustus 2001 nogmaals een afschrift van de beslissing van de rechtbank aan appellant toegezonden.

4.4. Het hof overweegt dat tegen de beslissing van de rechtbank van 21 augustus 2001 voor appellant hoger beroep openstond gedurende acht dagen na de dag van uitspraak. op grond van artikel 341, lid 1 Fw schrijft voor dat een dergelijk beroepschrift door een procureur dient te zijn ondertekend.

4.5. Vast staat dat door appellant niet is voldaan aan het bovenmelde wettelijke vereist - dat een dergelijk verzoekschrift door een procureur dient te zijn ondertekend.

Dat appellant niet tijdig op de hoogte is geweest van de bestreden beslissing d.d. 21 augustus 2001 vindt reeds wwerlegging in het feit dat hij reeds in zijn brief van 26 augustus melding maakt van die beslissing van de rechtbank en de benoeming van een rechter-commissaris en curator. Ook overigens is die stelling van appellant niet aannemenlijk geworden.

4.6. Het hof overweegt voorts dat appellant ter zitting in onvoldoende mate heeft aangetoond waarom hij er niet in is geslaagd is om tijdig van een procureur te verkrijgen, opdat hij aan de wettelijke gestelde vormeisen zou kunnen voldoen. Het hof verwijst hiervoor teven naar een brief van Mr. Van Gastel van 19 november 2001, waarin deze onder meer schrijft dat hij bereid is om appellant in de procureur bij te staan, zoals hij daartoe overigens altijd in staat is geweest. Het hof betrekt hierbij ook de omstandigheid dat appellant heeft aangegeven Mr. Van Gastel sinds 1995 meermalen te hebben raadgepleegd.

4.7. Op grond van vorenstaande feiten en omstandigheden stelt het hof vast dat het appelschrift niet is ingediend conform de toepassing wettelijke voorschriften. Dit brengt mee dat de man niet-ontvankeljk verklaard dient te worden in zijn hoger beroep.

5. De beslissing

Het hof:

verklaart appellant niet-ontvankelijk in het door hem gestelde hoger beroep.

Deze beschikking is gegeven door mrs. Koens, Draijer-Udo en van der Linden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van het hof van 28 november 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.