Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AE9789

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-07-2001
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R200100425
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Alleenstaand ouder met kind jonger dan 5 jaar volgens ABW niet sollicitatieplichtig. Hof stelt echter geen strengere eisen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Het gerechtshof te ‘s- Hertogenbosch

Arrest gewezen inzake

X.,

Wonende te P.,

Appellant,

Hierna te noemen: X.,

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te ’s-Hertogenbosch van 21 juni 2001, waarvan de inhoud van X bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 29 juni 2001, heeft X verzocht op hem de schuldsaneringsregeling van toepassing te verklaren, kennelijk met vernietiging van voormelde beschikking.

2.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 juli 2001. Bij die gelegenheid zijn X en zijn procureur gehoord.

2.3 Het hof heeft voorts kennis genomen van de inhoud van:

Het proces- verbaal van de mondeling behandeling in eerste aanleg op 18 juni 2001:

de door de griffier van voormelde rechtbank aan het hof toegezonden stukken.

3. De gronden van het hoger beroep

Het hof verwijst naar de inhoud van het beroepschrift.

4. De beoordeling

4.1 X heeft de rechtbank verzocht de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing te verklaren. De rechtbank heeft dat verzoek bij de bestreden uitspraak afgewezen op grond van gegronde vrees dat X tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling zal trachten zijn schuldeisers te benadelen of zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren zal nakomen.

4.2 Die vrees heeft de rechtbank gebaseerd op de omstandigheden dat X er eind 1998 voor heeft gekozen zijn betaalde baan als taxichauffeur op te geven om voor thans zijn twee jaar oude dochtertje te kunnen zorgen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft X overigens verklaard dat hij die beslissing medio 2000 heeft genomen. Sindsdien ontvangt D een bijstandsuitkering. X heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat zijn kind niet door familie of kennissen opgevangen kan worden, dat hij niet bereid is een oplossing te zoeken die hem in staat stelt inkomsten te verwerven en dat hij zijn kind ook niet tijdelijk in een crèche wil plaatsen omdat hij haar verzorging en opvoeding niet aan derden wil overlaten. Volgens X gaat de verzorging en opvoeding van zijn kind boven zijn verplichtingen zijn schuldeisers zo veel mogelijk tevreden te stellen.

4.3 De gemeentelijke sociale dienst heeft in het standpunt van X kennelijk geen aanleiding gevonden hem een bijstandsuitkering te weigeren of een korting daarop toe te passen. Op grond van artikel 107 lid 2 ABW gelden voor een ouder met een volledig verzorgende taak voor een of meer ten laste komende kinderen, jonger dan vijf jaar, niet de verplichting van artikel 113 lid 1 van die wet, te weten:

- naar vermogen trachten arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen;

- ervoor zorg te dragen als werkzoekende geregistreerd te zijn en blijven bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie;

- passende arbeid te aanvaarden;

- na te laten hetgeen inschakeling in de arbeid belemmert;

mee te werken aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding en aan een scholing of opleiding, die noodzakelijk wordt geacht;

- verkrijgen van die voorziening, daarvan gebruik te maken en daartoe op een aangegeven tijd en plaats te verschijnen.

4.4 Uit de parlementaire behandeling van artikel 107 ABW blijkt dat met deze bepaling is betoogd aan degenen met de zorg voor kinderen jonger dan vijf jaar de arbeidsverplichting alleen op te leggen als de betrokkene dat zelf wil en dat een dergelijke uitzondering in deze situatie gerechtvaardig is, omdat in de praktijk de algemene afstemmingsverplichtingen doorgaans met zich meebrengt dat, als de kinderen nog jong zijn, het oordeel van de ouder zelf moet worden gerespecteerd dat de taakverzorging niet kan worden gecombineerd met arbeidsverplichtingen. De wetgever heeft dus expliciet gekozen voor een vrijstelling van de arbeidsverplichtingen voor deze categorie van alleenstaande ouders.

4.5 Het vorenstaande brengt naar het oordeel van het hof zodanig echter niet meer met zich, dat een alleenstaande ouder die aan boven vermelde criteria voldoet ook zonder meer zou moeten worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. Van belang is ook de omvang van de schuldenlast en de wijze waarop die is ontstaan. Ook een alleenstaande ouder die de zorg heeft voor een kind beneden de leeftijd van vijf jaren, dient zich in te spannen om, zo veel als in redelijkheid mogelijk is, zich de belangen van de schuldeisers aan te trekken.

4.6 Ten tijde van inleidend verzoek van X beliep zijn totale schuldenlast fl.25.615.31. Volgens X is zijn vriendin de gemaakte afspraken dat ook zij een deel van de gezamenlijke schulden zou betalen, niet nagekomen, zodat hij alleen daarvoor wordt aangesproken. Vervolgens is er een aantal schulden ontstaan toen de vriendin van X hem samen met hun geboren dochtertje heeft verlaten. X was naar zijn zeggen door dat vertrek nog al aangeslagen en is enige tijd overspannen geweest. Hij is toen gestopt met de betalingen op zijn schulden en voldeed ook niet meer aan zijn lopende vaste betalingsverplichtingen. in juni 2000 kreeg X de zorg voor zijn dochtertje. Zijn ex- vriendin gaf aan niet meer voor haar te kunnen zorgen. Vanaf september 2000 berust het gezag over het kind alleen bij X.

4.7 ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat de bijstandsuitkering van X wordt overgemaakt naar de gemeentelijke Kredietbank, die X een zakgeld van fl.150,-- per week verstrekt. Op het vakantiegeld van X is beslag gelegd door zijn schuldeisers.

4.8 In beroepschrift heeft X gesteld dat hij bereid is te zoeken naar een oplossing teneinde de zorg voor zijn dochtertje te kunnen combineren met zijn verplichtingen om zijn schuldeisers zoveel mogelijk tevreden kunnen stellen. Hij heeft zijn dochtertje inmiddels aangemeld voor een crèche voor twee ochtenden in de week en een middag per week, maar zij is nog niet toegelaten. X stelt de stellige intentie te hebben om - zodra zijn dochtertje op de crèche gewend is af en toe is aan een (langer) verblijf in een kinderdagverblijf , te gaan werken voor zover dit kan worden gecombineerd met de verzorging en de opvoeding van het kind. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft hij verklaard daarbij aan een periode van een jaar te denken. Daarom zou vervolgens de procureur van X gekozen kunnen worden voor een langere periode van de schuldsaneringsregeling dan de gebruikelijke van drie jaren. X heeft tegenover het hof verklaard dat zijn ouders maximaal een dag in de week zijn dochtertje zouden kunnen opvangen. Hij vindt dat echter geen ideale situatie en zorgt vooralsnog liever zelf voor zijn kind.

4.9 Het hof acht het door X geschetste perspectief vooralsnog te onzeker om hem tot de schuldsaneringsregeling toe te laten. Naar het oordeel van het hof dient X zich eerst gedurende de periode van ten minste een jaar maximaal in te spannen om zo veel als mogelijk is op zijn schulden af te lossen. Daarbij past hij eerder part time gaat werken dan hij thans voorstelt. Naar het oordeel van het hof biedt zijn beroep van taxichauffeur daartoe de mogelijkheden. Als hij naar deze periode kan aantonen dat hij de belangen van de crediteuren maximaal heeft aangetrokken, kan hij alsdan opnieuw een verzoek tot toepassend van de schuldsaneringsregeling bij de rechtbank indienen. Het hof kan zich verenigen met de door de rechtbank bestreden vonnis genomen beslissing en de daaraan gegeven motivering, zoals het hof deze heeft aangevuld. De grief faalt dus, zodat hij dat vonnis behoort te worden bekrachtigd.

5. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het op 21 juli 2001 door de rechtbank te ’s-Hertogenbosch gewezen vonnis.

Dit arrest is gewezen door de mrs. Van Etten, Spliet en Van der Eerden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 20 juli 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.