Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AE9769

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-01-2001
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R200000745
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bovenmatige huurschuld, welke beëndigingsgrond zich naar het oordeel van het Hof wél voordoet, wordt met behulp van lening van vriendin voldaan, derhalve geen beëindiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Hertogenbosch

Arrest

In de zaak in hoger beroep van:

X.

wonende te P.,

appellant,

nader te noemen X.,

procureur mr. mr. J.A.Th.M. van Zinnicq Bergmann

Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het - ten onrechte als beschikking aangeduide - vonnis van de rechtbank te Roermond van 13 december 2000, waarvan de inhoud bij X. bekend is.

Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 20 december 2000, heeft X. verzocht bij arrest, voor zover de wet zulks toelaat uitvoerbaar bij voorraad, voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, de beëindiging van de toepassing van de schuldsanering ten aanzien van X. te weigeren, kosten rechtens.

2.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 12 januari 2001. Bij die gelegenheid zijn X. , zijn advocaat en curator mr. X gehoord.

2.3 Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van :

- de producties, overgelegd bij het beroepschrift;

de door de griffier van voormelde rechtbank toegezonden stukken, ingekomen ter griffie op 3 januari 2001;

een brief met bijlagen van de procureur van X. van 5 januari 2000;

een brief van de bewindvoerder van 9 januari 2001 met als bijlage een boedelverslag;

een (fax)brief met bijlage van de advocaat van de man van 15 januari 2001.

De gronden van het hoger beroep

De grief heeft de strekking te betogen dat de rechtbank ten onrechte en op onjuiste gronden de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X. heeft beëindigd.

De beoordeling

4.1 Bij vonnis van voormelde rechtbank van 26 april 2000 is ten aanzien van X. de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken. Als bewindvoerder werd aangesteld mr. C.A.W. van Amelsfoort en tot rechter-commissaris werd benoemd mr. F. Oelmeijer

4.2 Bij voordracht van de rechter-commissaris van 28 november 2000 heeft deze bij de rechtbank de schuldsaneringsregeling in de zaak van X. voorgedragen tot beëindiging, omdat uit een brief van de bewindvoerder van 13 november 2000 blijkt dat X. bovenmatig nieuwe schulden doet ontstaan.

4.3 Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X. beëindigd met benoeming van mr. F. Oelmeijer tot rechter-commissaris en mr. C.A.W. van Amelsfoort voornoemd tot curator in het faillissement van X. De rechtbank kwam tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling omdat naar haar oordeel uit het mondeling verslag van de bewindvoerder en hetgeen verder tijdens de mondelinge behandeling in eerste aanleg naar voren is gekomen dat X. niet naar behoren zijn uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen nakomt (de in artikel 350 lid 3 aanhef en onder c. FW genoemde beëindiginggrond) en hij zijn schuldeisers tracht te benadelen ( de in artikel 350 lid 3 aanhef en onder e. genoemde beëindiginggrond) en dat zulks aan X. is toe te rekenen. Daartegen komt X. op.

4.4 Naar het oordeel van het hof doen zich de beëindiginggronden als bedoeld in artikel 350 lid 3 aanhef en onder c. en e. FW zich niet voor, maar wel de in artikel 350 lid 3 aanhef en onder d. FW bedoelde beëindiginggrond: het doen of laten ontstaan van bovenmatige schulden, de in de voordracht van de rechter-commissaris bedoelde beëindiginggrond.

4.5 In de maanden april tot en met december 2000 heeft X. een huurschuld laten ontstaan van ongeveer fl. 6.300,--. Dat is gebeurd doordat hij van zijn maandelijkse toelage fl. 1.900,-- een bedrag van fl. 6.500,-- aan zijn broer heeft geleend, die naar zijn zeggen in ernstige financiële problemen was geraakt. Volgens X. dreigde bij zijn broer afsluiting X. as, water en elektriciteit. X. stelt dat zijn broer zijn toezegging om het geleende bedrag, althans de huurachterstand, aan hem terug te betalen niet is nagekomen, waardoor hij zelf niet in staat was de door hem verschuldigde huurpenningen te voldoen.

4.6 Als productie 5 bij het beroepschrift heeft van X. een verklaring van zijn broer van 20 december 2000 in het geding gebracht, waarin deze verklaart, verkort weergegeven dat hij het geleende bedrag van fl. 6.500,-- binnen 2 weken in één keer zal terugbetalen. X. heeft in het beroepschrift gesteld dat hij na terugontvangst van het aan zijn broer geleende geld de huurschuld zal voldoen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft X. verklaard dat zijn broer niettegenstaande het gestelde in de brief van 20 december 2000 het geleende bedrag van fl. 6.500,-- nog niet heeft terugbetaald.

4.7 X. heeft tegenover het hof verklaard dat zijn vriendin zich bereid heeft verklaard hem een bedrag van fl.6.500,-- te lenen, dat zij nog op de dag van de terechtzitting in hoger beroep - 12 januari 2001 - zou storten op de derderekening van het kantoor van de advocaat van X. opdat deze daaruit de achterstand in de huurbetalingen van X. zal kunnen aanzuiveren. Omdat er niet gebleken is van andere nieuwe schulden van X. ontstaan vanaf de van toepassingverklaring van de schuldsaneringsregeling, heeft het hof daarop X. in de gelegenheid gesteld uiterlijk op 15 januari 2001 aan te tonen dat op 12 januari 2001 een bedrag van fl. 6.500.-door zijn vriendin op de derderekening van het kantoor van de advocaat van de man zal zijn gestort, in welk geval het hof bij arrest van 19 januari 2001 het verzoek van X. zal toewijzen. Het hof heeft X. uitdrukkelijk te verstaan gegeven, dat dit de laatste kans is die hem wordt gegeven en dat er geen twijfel aan kan bestaan dat vergelijkbaar gedrag in de toekomst tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling en tot zijn faillissement zal leiden.. Bij per telefax van 15 januari 2001 toegezonden brief van die datum met bijlage blijkt dat aan het Vorenstaande is voldaan.

4.8 Op grond van het vorenstaande bestaat er naar het oordeel van het hof geen aanleiding (meer) om de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X. te beëindigen. De grief is dus gegrond; het bestreden vonnis wordt vernietigd.

De beslissing

Het hof:

Vernietigt het op 13 december 2000 door de rechtbank te Roermond gewezen vonnis, waarvan beroep;

En in zoverre opnieuw rechtdoende:

Wijst alsnog af de voordracht van de rechter-commissaris tot beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X. , geboren op ... en wonende te P.,

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Teeffelen, Smeets Van der Linden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 19 januari 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.