Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AE9762

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
12-01-2001
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R200000723
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Afwijzing met perspectief op toelating als verzoeker gedurende een substantiƫle periode blijk heeft gegeven de belangen van al zijn crediteuren maximaal te hebben aangetrokken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Hertogenbosch

Arrest

In de zaak in hoger beroep van:

X.

wonende te P.,

appellant,

hierna te noemen X.,

procureur mr. M.A.E.A. Muurmans.

Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 4 december 2000, waarvan de inhoud bij X. bekend is.

Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 12 december 2000, heeft X. verzocht voormeld vonnis te vernietigen en, opnieuw rechtdoende, voor hem alsnog de wettelijke schuldsanering van toepassing te verklaren en de zaak te verwijzen naar de rechtbank te 's -Hertogenbosch om te worden voortgezet met inachtneming van de overwegingen in het door het hof te wijzen arrest.

2.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 5 januari 2001. Bij die gelegenheid zijn X. en zijn raadsman gehoord.

2.3 Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de bij het beroepschrift overgelegde producties.

De gronden van het hoger beroep

X. stelt dat een deel van zijn schulden is ontstaan gedurende de periode van 24 mei 1998 tot en met 24 mei 1998 tot en met 24 mei 2000, toen hij gedetineerd was, dat die schulden buiten zijn schuld zijn ontstaan en dat hem daarvan geen verwijt gemaakt kan worden. Mede als gevolg van vorenbedoelde periode van detentie is X. niet in staat geweest tot enige aflossing op zijn schulden, hetgeen hem evenmin verweten kan worden.

De beoordeling

4.1 Ter zitting van het hof is gebleken dat X. in 1996 ter zake van overtreding van de Opiumwet is veroordeeld tot een vrijheidsstraf, in verband waarmee hij gedurende een periode van acht maanden gedetineerd is geweest. Daarnaast is aan X. de verplichting opgelegd tot betaling van een geldsbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Ten tijde van het wijzen van het thans bestreden vonnis diende X. te dier zake in ieder geval nog een bedrag van fl. 12.181,45 te betalen.

4.2 X. heeft voorts ter zitting van het hof verklaard, dat op de A.A.W.uitkering, welke hij ontvangt, een bedrag van fl. 238,-- per maand wordt ingehouden, waarvan fl. 100,-- wordt aangewend ter aflossing van vorenbedoelde schuld en het resterende bedrag wordt besteed aan aflossing van (een of meer van) de overige schulden. X. heeft ter zitting van het hof gesteld dat, dat bedrag al gedurende drie jaar wordt ingehouden, maar hij daarvan geen bewijsstukken overgelegd.

4.3 Nu X. met betrekking tot het ontstaan van een substantieel deel van zijn schulden niet te goeder trouw heeft gehandeld, is het hof met de rechtbank op de in de bestreden beschikking aangegeven gronden van oordeel dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling moet worden afgewezen.

De omstandigheid dat X. na het opleggen van de hiervoor bedoelde vrijheidsstraf opnieuw strafrechtelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar, in verband waarmee hij gedetineerd is geweest gedurende de periode van 24 mei 1998 en tot met 24 mei 2000, waardoor hij naar zijn zeggen niet in staat is geweest tot aflossing van zijn schulden, kan aan het vorenstaande niet afdoen.

4.4 Ook het hof sluit niet uit dat, indien X. over enige tijd wederom een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal indienen en hij aantoonbaar blijk heeft gegeven zich gedurende een substantiƫle periode de belangen van al zijn crediteuren maximaal te hebben aangetrokken, een dergelijk verzoek wellicht wel voor toewijzing vatbaar is.

4.5 Het bestreden vonnis dient dus worden bekrachtigd.

De beslissing

Het hof:

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 4 december 2000.

Dit arrest is gegeven door mrs. Van Etten, Van Teeffelen en Dorn en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 12 januari 2001 in tegenwoordigheid van de griffier.