Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AE5187

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-12-2001
Datum publicatie
11-07-2002
Zaaknummer
98/00089
Formele relaties
Cassatie: ECLI:NL:HR:2003:AI0923
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 98/00089

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, vierde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van mevrouw X te Y tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid particulieren te P (vestiging Y) van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift van belanghebbende betreffende na te melden aanslag.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 1995 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van fl. 40.610,-- (hierna: de aanslag). Bij de bestreden uitspraak is de aanslag gehandhaafd.

1.2. Belanghebbende is van voormelde uitspraak in beroep gekomen bij het Hof. De Inspecteur heeft het beroep bij vertoogschrift bestreden. Op het vertoogschrift heeft belanghebbende gereageerd bij conclusie van repliek. Daarop heeft de Inspecteur een conclusie van dupliek ingediend.

1.3. De eerste mondelinge behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden ter zitting van 25 februari 2000 te Eindhoven. Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende en de Inspecteur. Ter zitting heeft de Inspecteur buiten bezwaar van de wederpartij een aan de Inspecteur gerichte brief van A zorgverzekeringen te Y overgelegd, welke brief is gedateerd 25 januari 1999. Aan het einde van de mondelinge behandeling heeft het Hof de zaak aangehouden, ter verkrijging van nader bewijs omtrent de na de zitting resterende, nog in geschil zijnde aftrekposten.

1.4. Ter staving van de juistheid van de nog in geschil zijnde aftrekposten heeft belanghebbende aan het Hof een brief gestuurd welke is gedateerd 28 april 2000. Die brief is op 1 mei 2000 bij het Hof binnengekomen en is voorzien van twee bijlagen. Bij een bijlage gaat het om een ten behoeve van het Centraal Ziekenfonds ingevuld formulier met betrekking tot behandeling/onderzoek door een oogarts. Bij de andere bijlage gaat het om een stuk, in de aanhef waarvan in getypte letters is vermeld "Thuiszorg regio B" en waarin overigens, alles handgeschreven, het volgende is vermeld.

"Y 3-10-95

Mevr X

A straat 1

postcode C te Y

Aanmaning

Nog openstaande rekeningen dagelijkse verzorging

f 7.498,--

Direkt de voldoen.

Administratie"

(handtekening)

1.5. De tweede mondelinge behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden ter zitting van 29 juni 2001, gehouden te 's-Hertogenbosch. Aldaar is belanghebbende verschenen en gehoord.

De Inspecteur is met bericht daaromtrent niet verschenen.

Ter zitting is belanghebbende nog in de gelegenheid gesteld nader bewijs bij te brengen omtrent de juistheid van de na de eerste zitting resterende aftrekposten, waarover het geschil nog ging.

1.6. Het Hof heeft op 13 juli 2001 mondeling uitspraak gedaan. Afschriften van het proces-verbaal van die mondelinge uitspraak zijn op 18 juli 2001 aangetekend aan partijen verzonden.

1.7. Belanghebbende heeft bij brief van 24 juli 2001, ter griffie ingekomen daags daarna, het Hof verzocht de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke.

2. Vaststaande feiten

Het Hof stelt de volgende feiten vast.

2.1. Belanghebbende heeft op 13 maart 1996 haar aangiftebiljet inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1995 ingediend. Dat biljet heeft belanghebbende persoonlijk aan het loket ter Inspectie afgegeven. Aan het loket heeft belanghebbende vragen gesteld en is zij door verschillende personen te woord gestaan.

2.2. In bedoeld aangiftebiljet heeft belanghebbende aan buitengewone lasten een totaalbedrag van fl. 13.451,-- opgevoerd. In dat biljet is als (belastbaar) inkomen een bedrag van fl. 26.970,-- vermeld. Bij brief van 18 maart 1996 berichtte belanghebbende de Inspecteur dat "ik vergeten ben om van mijn aangifteformulier 1995 af te trekken bij buitengewone lasten het bedrag i.v.m. verzorgingsonkosten e.d. ad f 7.500,-.". In verband daarmee werd in de brief aan buitengewone lasten een bedrag vermeld van (fl. 13.451,-- + fl. 7.500,-- =) fl. 20.951,-- en aan belastbaar inkomen een bedrag van (fl. 26.970,-- - fl. 7.500,-- =) fl. 19.470,--.

2.3. Bij voormelde brief van 18 maart 1996 bevond zich een kopie van een rekeningafschrift d.d. 10 november 1995 (volgnr. 37) van girorekening D van belanghebbende bij de Postbank. De kopie laat twee afschrijvingen zien, te weten een afschrijving van fl. 115,-- ten gunste van girorekening E met bij "naam/omschrijving" vermelding van "RDB PNEM Y DKT Y", alsmede een afschrijving van fl. 7.500,-- met bij "naam/omschrijving" vermelding van "COOP RABOBANK Y BA Y THUISZORG regio B". Bij die laatste afschrijving staat in de kopie onder "girorekening" geen nummer vermeld.

2.4. In het in voormeld aangiftebiljet als buitengewone lasten vermelde bedrag van fl. 13.451,-- is begrepen een door belanghebbende opgevoerde post aanschaf bril ad fl. 1.495,--. Ter staving van die post heeft belanghebbende een (copie van een) contantbon in het geding gebracht.

Op die contantbon staat het volgende.

"Totaal 1495.00

Kontant 1500.00

Wisselgeld 5.00

B.t.w.17,6% 222.66

14-07-95 15.57

Verkoper: F

Ruilen met kassabon binnen 8 dagen

Wij geven GEEN geld terug

In plaats daarvan een tegoedbon"

2.5. Bij de aanslagregeling is bij "rente-inkomsten" een bedrag van

fl. 1.577,-- in aanmerking genomen als "belast rentebestanddeel inzake de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten". Dat bedrag had belanghebbende niet in haar aangifte vermeld. Verder heeft de aanslagregelend ambtenaar van het door belanghebbende als buitengewone lasten opgevoerde bedrag ad fl. 20.951,-- een gedeelte van fl. 19.371,-- niet aftrekbaar geoordeeld, afgezien van de werking van de drempel.

2.6. Belanghebbendes beroep was gericht tegen alle correcties.

3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1. Ter zitting van 25 februari 2000 zijn partijen het erover eens geworden dat belanghebbende ter zake van vervoerskosten recht heeft op een aftrek van fl. 1.000,-- en dat belanghebbende ter zake van extra uitgaven voor kleding en beddegoed recht heeft op een aftrek van fl. 650,-- (lage forfait). Die posten zijn derhalve niet meer in geschil. Belanghebbende heeft haar overige grieven waaronder de grief dat aan het loket vertrouwen is gewekt, ter zitting van 25 februari 2000 ingetrokken, met uitzondering van haar grief inzake de in 2.2 bedoelde post thuiszorg ad fl. 7.500,-- en haar grief inzake de 2.4 vermelde post aanschaf bril ad fl. 1.495,--.

3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden, vermeld in de van hen afkomstige stukken. Ter zitting zijn daaraan geen argumenten toegevoegd.

3.3. Mede in verband met het verhandelde ter zitting van 25 februari 2000 concludeert de Inspecteur, naar het Hof begrijpt, tot vernietiging van de bestreden uitspraak en vermindering van de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van (fl. 40.610,-- - fl. 1.000,-- - fl. 650,-- =) fl. 38.960,--. Mede in verband met het verhandelde ter zitting van 25 februari 2000 concludeert belanghebbende, naar het Hof begrijpt, tot een (verdere) verlaging van het belastbare inkomen met (fl. 7.500,-- + fl. 1.495,-- =) fl. 8.995,-- tot (fl. 38.960,-- - fl. 8.995,-- =) fl. 29.965,--.

4. Overwegingen omtrent het geschil

4.1. Belanghebbende, op wie in deze de bewijslast rust, heeft tegenover de betwisting daarvan door de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat het bij de giro-overschrijving van fl. 7.500,-- om een overschrijving naar een rekeningnummer van de thuiszorg regio B gaat, ook niet met de in 1.4 weergegeven "aanmaning". In verband daarmee heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij ter zake van die overschrijving recht heeft op een aftrek.

4.2. Belanghebbende, op wie in deze de bewijslast rust heeft, heeft tegenover de betwisting daarvan door de Inspecteur niet aannemelijk gemaakt dat het bij de kassabon ten bedrage van fl. 1.495,-- om de aanschaf van een bril gaat, ook niet met het in 1.4 bedoelde formulier ten behoeve van het Centraal Ziekenfonds. In verband daarmee heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat zij ter zake van het bedrag op die kassabon recht heeft op een aftrek.

4.3. Gelet op het vorenstaande moet belanghebbendes belastbare inkomen worden vastgesteld op fl. 40.610,-- - fl. 1000,-- - fl. 650,-- = fl. 38.960,--.

Proceskosten

Het beroep van belanghebbende heeft ertoe geleid dat de aanslag moet worden verminderd. Belanghebbende heeft haar beroepsprocedure zelf gevoerd en geen kosten gemaakt van door een derde, beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Zij heeft wel in verband met de eerste mondelinge behandeling en de tweede mondelinge behandeling reiskosten gemaakt. Gelet op het vorenstaande acht het Hof termen aanwezig de Inspecteur te veroordelen in de reiskosten van belanghebbende, met inachtneming van het Besluit proceskosten fiscale procedures. Het Hof stelt die kosten vast op [fl. 21,-- (NS retour 2e klas Y-Eindhoven) + fl. 13,25 (NS retour 2e klas Y-'s-Hertogenbosch) =] fl. 34,25.

5. Beslissing

Het Hof vernietigt de bestreden uitspraak, vermindert de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van fl. 38.960,--, gelast de Inspecteur aan belanghebbende het door haar gestorte griffierecht ten bedrage van fl. 80,-- te vergoeden, veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van fl. 34,25 en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die de kosten moet vergoeden.

Aldus vastgesteld op 18 december 2001 door G.J. van Muijen,lid van voormelde Kamer, in tegenwoordigheid van P.H.A. Calis, waarnemend-griffier, en op die datum in het openbaar uitgesproken.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 18 december 2001

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van dit beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien de belanghebbende na een mondelinge uitspraak griffierecht heeft betaald ter verkrijging van een vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit griffierecht in mindering op het door de belanghebbende voor het indienen van het beroep in cassatie verschuldigde griffierecht.

In het beroepschrift in cassatie kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.