Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AD9741

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
08-11-2001
Datum publicatie
04-03-2002
Zaaknummer
98/04696
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2002/28.1.2
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 98/04696

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, op het verzet van mevrouw X te Y (Zwitserland) tegen de beschikking van de voorzitter van de Belastingkamer van dit Hof d.d. 27 november 2000 op het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid particulieren/ondernemingen buitenland te P van de rijksbelastingdienst op het bezwaarschrift betreffende de aanslag in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 1992.

De behandeling van het verzet

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

Belanghebbende heeft niet gevraagd in de gelegenheid te worden gesteld om te worden gehoord.

De gronden

1. Bij voornoemde beschikking is belanghebbende niet-ontvankelijk in het beroep verklaard uit overweging dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na de dagtekening van de uitspraak van de Inspecteur bij de griffie van het Gerechtshof is binnengekomen.

2. De vorengenoemde beschikking is met dagtekening 27 november 2000 ter post bezorgd.

3. De wettelijke termijn voor het indienen van een verzetschrift bedraagt 6 weken. Deze termijn eindigde op 8 januari 2001.

4. Een verzetschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is het nog tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd en het bovendien niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

5. Het verzetschrift is op 12 januari 2001 bij de griffie van het gerechtshof binnengekomen, terwijl niet is gebleken dat het voor 8 januari 2001 ter post is bezorgd, in tegendeel, uit de enveloppe waarin het verzetschrift zich bevond blijkt dat het pas op 10 januari 2001 ter post is bezorgd.

6. Uit het vorenstaande volgt dat het verzetschrift niet tijdig is ingediend. Belanghebbende moet derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in het verzet.

De proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

De beslissing

Het Hof verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in het verzet.

Aldus vastgesteld op 8 november 2001 door R.J. Koopman, lid van voormelde kamer, in tegenwoordigheid van C.A. van Roosmalen, waarnemend-griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.

Het door belanghebbende gestorte griffierecht zal na het onherroepelijk worden van deze uitspraak door de griffier van het Hof aan belanghebbende worden teruggegeven.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 8 november 2001

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van dit beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.