Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AD8482

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-11-2001
Datum publicatie
30-01-2002
Zaaknummer
98/03202
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER.

Nr. 98/03202

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH.

PROCES VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK.

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, vierde enkelvoudige Belastingkamer, op het beroep van de heer mr. X te Y (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de heffingsambtenaar Sector middelen van de gemeente Y (hierna: de ambtenaar), op het bezwaarschrift betreffende de in het kader van de Wet waardering onroerende zaken aan belanghebbende gezonden beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak A straat 1 te Y (hierna: de onroerende zaak) per de peildatum 1 januari 1995 is vastgesteld voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000.

1. De mondelinge behandeling.

Deze heeft met gesloten deuren plaatsgevonden ter zitting van het Hof van 16 november 2001 te 's-Hertogenbosch.

Aldaar zijn verschenen en gehoord belanghebbende, alsmede, namens de ambtenaar, de heer A, werkzaam bij de gemeente P en de heer B, gediplomeerd WOZ-taxateur van D.

Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 30 november 2001, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

2. De beslissing

Het Hof bevestigt de bestreden uitspraak.

3. De gronden

3.1. Bij voormelde beschikking heeft de ambtenaar de waarde van de onroerende zaak vastgesteld op fl. 550.000,=. Bij de bestreden uitspraak is die waarde verminderd tot fl. 520.000,=.

3.2. Ter zitting heeft belanghebbende uitdrukkelijk verklaard dat hij zijn grieven dat de heffingsambtenaar niet bevoegd was om op het bezwaarschrift te beslissen en dat de bestreden uitspraak was gemotiveerd met stukken welke hem niet bekend waren, ingetrokken.

3.3. De ambtenaar, op wie de bewijslast rust van de juistheid van de in geschil zijnde waarde van de onroerende zaak, beroept zich op een taxatierapport, opgemaakt op 11 mei 1999 en ter ondersteuning daarvan op de opbrengst behaald bij verkoop van een aantal met de onroerende zaak vergelijkbare objecten.

3.4. Het Hof heeft onvoldoende reden aan de betrouwbaarheid van dit taxatierapport te twijfelen. Belanghebbende heeft geen taxatierapport of gegevens van gelijk gewicht overgelegd.

3.5. Belanghebbende verdedigt een waarde van de onroerende zaak van

fl. 323.500,=. Hij maakt met hetgeen hij aanvoert met betrekking tot de waardedrukkende factoren, welke vooral betrekking hebben op de ligging van de onroerende zaak, onvoldoende waar dat van die aspecten een sterker waardedrukkende werking uitgaat dan door de taxateur in aanmerking is genomen. Dit oordeel van het Hof wordt ondersteund door de inhoud van het ter zitting door de ambtenaar overgelegde overzicht (matrix) met betrekking tot de vergelijkbare objecten.

3.6. Voor de benadering van de waarde van een onroerende zaak kan het beste worden uitgegaan van de waarde van op of omstreeks de peildatum verkochte vergelijkbare objecten. Het door belanghebbende kennelijk voorgestane systeem waarbij hij uitgaat van de waarde van de onroerende zaak zoals deze op een eerdere peildatum voor de heffing van de (toen nog) onroerend-goedbelastingen is vastgesteld, kan niet worden gevolgd.

3.7. Hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd, brengt het Hof niet tot het oordeel dat het taxatierapport en de ter ondersteuning daarvan overgelegde matrix, op welke stukken de ambtenaar zich beroept, op onjuiste uitgangspunten berusten, zodat het er op grond hiervan voor moet worden gehouden dat de door de ambtenaar gehanteerde waarde niet te hoog is. Belanghebbende, die zelf geen deskundige is op het gebied van waardering van onroerende zaken, heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt.

Het Hof slaat hierbij geen acht op de omstandigheid dat -naar de ambtenaar ter zitting onweersproken heeft gesteld- de onroerende zaak momenteel voor een prijs van fl. 1.600.000,= door belanghebbende te koop wordt aangeboden.

3.8. De omstandigheid dat de door de ambtenaar ter vergelijking aangevoerde objecten andere objectkenmerken hebben, brengt nog niet met zich dat deze objecten niet als vergelijkbaar met de onroerende zaak kunnen worden bestempeld. Wel is van belang dat bij de vergelijking met zodanige verschillen rekening wordt gehouden. De ambtenaar heeft, gelijk hiervoor reeds is overwogen, gemotiveerd gesteld dat zulks is geschied.

3.9. Ter zitting heeft belanghebbende nog, onder verwijzing naar een kennelijk daarover in het maandblad van "Vereniging eigen-huis" gepubliceerd artikel, als (nieuwe) grief aangevoerd dat D niet als een onafhankelijk opererend taxatiebureau is aan te merken. Nu belanghebbende deze grief niet nader heeft geadstrueerd, acht het Hof deze ongegrond, nog afgezien van het moment dat belanghebbende deze grief in het geschil heeft gebracht.

3.10. Hetgeen belanghebbende, op wie de last rust zulks aannemelijk te maken, overigens heeft aangevoerd met betrekking tot de wijze van taxeren van het door de gemeente ingehuurde taxatiebureau, is voor het Hof onvoldoende om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de uitgevoerde taxatie en de objectiviteit van de voor dat bureau werkzame taxateurs, omdat op 16 april 1999 alsnog een volledige in- en uitwendige opname van de onroerende zaak heeft plaatsgevonden en de taxateurs in het onderhavige taxatierapport schriftelijk hebben verklaard dat zij het taxatierapport te goeder trouw en naar beste kennis en wetenschap hebben opgesteld.

4. De proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

Aldus vastgesteld op 30 november 2001 door G.J. van Muijen, lid van voormelde Kamer, en op die datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van R.O.J.M. de Windt, waarnemend-griffier.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 10 december 2001

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ

's-Hertogenbosch).

Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende ( 150,=.

Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van ( 150,= verschuldigd.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.