Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AD8479

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-11-2001
Datum publicatie
25-01-2002
Zaaknummer
96/02605
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2002-0301
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 96/02605

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, tweede meer-voudige Belastingkamer, op het beroep van de heer X te

Y (België) tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Grote ondernemingen P van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op zijn bezwaarschrift betreffende de hem voor het jaar 1992 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

De mondelinge behandeling:

De eerste mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden ter zitting van het Hof van 1 september 1999 te 's-Hertogenbosch. Aldaar is toen verschenen en gehoord, de Inspecteur, .

Naar aanleiding van het verhandelde ter zitting heeft tussen het Hof en partijen op de voet van het bepaalde in de artikelen 14, eerste lid, aanhef en onder 2º, en 16 van de Wet administratieve recht-spraak belastingzaken een briefwisseling plaatsgevonden.

De tweede mondelinge behandeling heeft met gesloten deuren plaats-gevonden ter zitting van het Hof van 14 november 2001 te

's-Hertogenbosch. Aldaar is toen verschenen en gehoord de Inspecteur.

Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 28 november 2001, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

De beslissing:

Het Hof vernietigt de bestreden uitspraak;

vermindert de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen

van fl. 466.491,=;

veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belang-

hebbende tot een bedrag van fl. 1.420,= onder aanwijzing van

de Staat der Nederlanden als de rechtspersoon die deze

kosten moet vergoeden; en

gelast dat door de Inspecteur aan belanghebbende het door

deze gestorte griffierecht ad fl. 75,= wordt vergoed.

De gronden:

(1) Gelet op zijn conclusie betwist belanghebbende alle correcties behalve de correctie minder afschrijving ad fl. 8.750,=.

(2) Met betrekking tot de correctie onttrokken kasgeld ad

fl. 18.000,= heeft de Inspecteur, op wie in dezen de bewijslast rust, niets aannemelijk gemaakt.

(3) Blijkens het rapport van het Strafrechtelijk Financieel Onder-zoek zijn de door de Inspecteur op pagina 6, bovenaan, van zijn brief aan het Hof van 18 oktober 1999 vermelde bedragen van

fl. 175.000,=, fl. 100.000,= en fl. 100.000,= door W B.V. als vordering in rekening-courant geboekt op V B.V., X Beheer B.V. en T B.V.. Nu niet is gesteld of gebleken dat de waarde in het economische verkeer van deze rekening-courantvorderingen van W B.V. lager is dan de nominale waarde, vermag het Hof niet in te zien dat W B.V. door het overmaken van evenvermelde bedragen is verarmd c.q. dat belanghebbende daardoor is verrijkt. Derhalve is er geen grond deze bedragen tot het inkomen van belanghebbende te rekenen.

(4) In het arrest van de Strafkamer van dit Hof van 29 september 1998 is bewezen verklaard dat belanghebbende zich het op pagina 6, bovenaan, van de onder (3) bedoelde brief van de Inspecteur vermelde bedrag van fl. 80.000,= heeft toegeëigend. Het Hof neemt de desbetreffende gronden van de Strafkamer over en maakt die tot de zijne.

(5) Belanghebbende, op wie in dezen tegenover de gemotiveerde stellingname van de Inspecteur de bewijslast rust, heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij zich het op pagina 6, bovenaan, van de onder (3) bedoelde brief van de Inspecteur vermelde bedrag ad fl. 245.000,= niet heeft toegeëigend. Met name heeft hij dit ook niet aannemelijk gemaakt met het gestelde op pagina 42 en 43 in de Nadere conclusie van antwoord in de civiele procedure tussen hem en de Ontvanger.

(6) Het zich toe-eigenen van de onder (4) en (5) vermelde bedragen van fl. 80.000,= en fl. 245.000,= valt naar het oordeel van het Hof te brengen onder het bepaalde in artikel 22, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, nu belanghebbende daartoe voldoende arbeid heeft verricht (auto's aan het vermogen van W B.V. onttrekken en die verkopen), deze arbeid is verricht in het economische verkeer en van die arbeid redelijkerwijs voordeel kon worden verwacht.

(7) Gelet op al het vorenstaande bedraagt belanghebbendes belast-bare inkomen fl. 132.741,= (aangegeven belastbaar inkomen) + fl. 8.750,= (niet in geschil) + fl. 80.000,= + fl. 245.000,= is fl. 466.491,=.

(8) In de omstandigheid dat het beroep gedeeltelijk gegrond is, vindt het Hof, nu bijzondere omstandigheden niet zijn gesteld of gebleken, aanleiding de Inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten. Het Hof stelt deze kosten, met inachtneming van het bepaalde in het Besluit proceskosten fiscale procedures, op 1 (punt) x

fl. 710,= (waarde per punt) x 2 (gewicht van de zaak) is fl. 1.420,=.

(9) Nu het beroep gedeeltelijk gegrond is, dient de Inspecteur, gelet op het bepaalde in artikel 5, zevende lid, eerste volzin, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, aan belanghebbende het door hem voor deze zaak gestorte griffie-recht ad fl. 75,= te vergoeden.

(10) Gelet op al het vorenstaande moet worden beslist als eerder vermeld.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

Aldus vastgesteld op 28 november 2001 door J.A. Meijer, voorzitter, M.E. van Hilten en A.C. van Leijenhorst, en op die datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van Th.A.J. Kock, waarnemend-griffier.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 10 december 2001

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende fl. 150,=.

Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak eveneens een griffierecht van fl. 150,= verschuldigd.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.