Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AD8161

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-11-2001
Datum publicatie
16-01-2002
Zaaknummer
20.000870.00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

parketnummer : 20.000807.00O.W.V.

uitspraakdatum : 22 november 2001

tegenspraak

GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

meervoudige kamer voor strafzaken

A R R E S T

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 6 januari 2000 in de strafzaak onder parketnummer 01/035027-96 tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats], op [geboortedatum]

wonende te [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tijdig tegen genoemd vonnis hoger beroep ingesteld.

Het onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en de terechtzitting in hoger beroep.

Het hof heeft kennis genomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen van de zijde van de belanghebbende naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De raadsman heeft de volgende feitelijke gang van zaken geschetst, welke het hof aannemelijk acht.

In een brief van mr. Claassens, vice-president van de rechtbank, d.d. 4 juni 1998, wordt de raadsman van belanghebbende verzocht kenbaar te maken of cliënt en hij bij de mondelinge behandeling ter zitting aanwezig zouden willen zijn. Op 21 juli 1998 wordt de raadsman gebeld door de griffie van de rechtbank met hetzelfde verzoek. Naar aanleiding van dit telefoontje deelt de raadsman van belanghebbende schriftelijk mede op 28 juli 1998 dat hij en zijn cliënt aanwezig zullen zijn bij deze zitting.

Op de zittingsdag van 9 november 1999 melden belanghebbende en diens raadsman zich om respectievelijk 8.50 en 9.00 uur bij de deurwaarder in het Bossche Paleis van Justitie. Om 9.30 uur vragen belanghebbende en diens raadsman aan de deurwaarder, inmiddels een andere dan degene waarbij zij zich eerder hadden aangemeld, waarom het zo lang duurt. Deze nieuwe deurwaarder deelt mede dat de zaak al bij verstek behandeld is en dat het onderzoek reeds is gesloten. Vervolgens blijkt dat de rechtbank de brief van de raadsman van 28 juli 1998 nimmer heeft ontvangen. Voor de verdere gang van zaken verwijst het hof naar het proces-verbaal van terechtzitting van 22 november 2001 en de daaraan gehechte pleitnotities. Ten dele blijken deze feiten uit de stukken, ten dele zijn ze aldus door de raadsman verwoord. Het hof acht deze gang van zaken aannemelijk.

parketnummer : 20.000807.00O.W.V.

uitspraakdatum : 22 november 2001

Het hof overweegt hierover het volgende:

Het hof stelt vast, dat door een nalatigheid of een communicatiestoornis de rechtbank aan de mondelinge behandeling van de zaak is begonnen zonder de aanwezigheid van de belanghebbende en diens raadsman. In zoverre is er sprake van een aan het onderzoek in eerste aanleg klevend gebrek. De hoofdregel in een dergelijke situatie is, dat het hof op grond van dat gebrek de gegeven beslissing vernietigt en doende wat de rechtbank had moeten doen, de zaak ten gronde afdoet. Echter, in de onderhavige situatie, waarin de rechtbank aan de behandeling van de zaak begonnen is, en de behandeling ook heeft afgerond, ofschoon de belanghebbende en diens raadsman in het gerechtsgebouw aanwezig waren en de deurwaarder van hen aanwezigheid op de hoogte hebben gesteld, brengt het in artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, besloten liggende beginsel, dat een verdachte in appellabele zaken aanspraak heeft op berechting in twee feitelijke instanties mee, dat de zaak wordt terugverwezen naar de eerste rechter, een en ander geheel overeenkomstig de zaak, gepubliceerd in NJ 2000, 423.

B E S L I S S I N G:

Het hof:

Vernietigt het beroepen vonnis en doet opnieuw recht.

Verwijst de zaak naar de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch, teneinde de zaak met inachtneming van het vorenstaande te berechten en af te doen.

Dit arrest is gewezen door Mr. Koster-Vaags, als voorzitter

Mrs. de Poorter en Denie, als raadsheren

in tegenwoordigheid van Mr. Pentinga, als griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 22 november 2001