Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AB2850

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
20-06-2001
Datum publicatie
26-07-2001
Zaaknummer
99/00969
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2001-1485
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 99/00969

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van X te Y tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid Ondernemingen P van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende de hem voor het jaar 1996 opgelegde aanslag inkomstenbelasting/ premie volksverzekeringen.

De mondelinge behandeling

De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden ter zitting van het Hof van 6 juni 2001 te 's-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord belanghebbende, de gemachtigde van belanghebbende, tot bijstand vergezeld van de heer T, eveneens verbonden aan het vorengenoemde kantoor, alsmede, de Inspecteur.

Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 20 juni 2001, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

De beslissing

Het Hof bevestigt de bestreden uitspraak.

De gronden voor de beslissing

(1) Vaststaat dat het door belanghebbende ter beschikking stellen van het onderhavige mobiele podium aan derden gepaard gaat met het door belanghebbende verrichten van diensten bestaande uit het ontwerpen van de specifieke opbouw van het podium voor het betreffende evenement, het maken van tekeningen en berekeningen in dat kader, het in voorkomende gevallen (doen) verzorgen van decors, het al dan niet mede ter beschikking stellen van bijkomende goederen als vermeld op pagina 1, onderaan, van belanghebbendes pleitnota, het vervoer van het podium cum annexis naar en van de plaats van het evenement, de montage, afbouw en demontage van het podium c.a., het verzorgen van de aansluitingen en het verrichten van allerlei hand- en spandiensten ten behoeve van de organisator van het betreffende evenement.

(2) Belanghebbende heeft ter zitting uitdrukkelijk verklaard dat ook naar zijn oordeel sprake is van één bedrijfsmiddel, alsmede dat hij met zijn verwijzing naar de uitlatingen van de Staatssecretaris van Financiën (Kamerstuk 15 300, Hoofdstuk IXB en XIII, nr. 21) niet heeft bedoeld een beroep op het vertrouwens- of het gelijkheidsbeginsel te doen. Derhalve is alleen in geschil of het onderhavige mobiele podium bestemd is om hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden in de zin van artikel 11, vijfde lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (tekst 1996).

Naar normaal spraakgebruik wordt het mobiele podium door belanghebbende in het kader van zijn bedrijfsuitoefening aan derden ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling gaat weliswaar gepaard met de onder (1) vermelde bijbehorende diensten, doch deze terbeschikkingstelling is naar het oordeel van het Hof niet aan die diensten ondergeschikt nu die terbeschikkingstelling niet dienstbaar is aan die diensten, maar die diensten integendeel dienstbaar zijn aan de terbeschikkingstelling van het podium. Het gaat de organisatoren van evenementen immers om het gebruik van het podium c.a.; de overige prestaties die belanghebbende verricht strekken ertoe om het gebruik van het podium c.a. door die organisatoren op de door hen gewenste wijze mogelijk te maken. Aan het vorenstaande kan niet afdoen dat het grootste deel van de prijs die belanghebbende in rekening brengt, is toe te rekenen aan de overige prestaties van belanghebbende (Hoge Raad 10 juni 1998, BNB 1998/306).

(3) Gelet op het vorenstaande is het gelijk aan de zijde van de Inspecteur. Voor dit geval is niet in geschil dat de bestreden uitspraak dient te worden bevestigd.

(4) Nu het beroep ongegrond is en bijzondere omstandigheden niet zijn gesteld of gebleken, vindt het Hof geen aanleiding de Inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten. De Inspecteur heeft ter zitting verklaard geen aanspraak te maken op vergoeding van proceskosten.

(5) Gelet op het vorenstaande moet worden beslist als eerder vermeld.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

Aldus vastgesteld op 20 juni 2001 door J.A. Meijer, voorzitter, P. Fortuin en M.W.C. Feteris, en op die datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van C.A. van Roosmalen, waarnemend-griffier.

Bij verhindering van de voorzitter is deze uitspraak in plaats van door deze ondertekend door P. Fortuin.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 20 juni 2001

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

U kunt binnen vier weken na de verzenddatum van deze uitspraak dit gerechtshof schriftelijk verzoeken de mondelinge uitspraak te vervangen door een schriftelijke (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

Voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak bedraagt het griffierecht voor belanghebbende fl. 150,--.

Het bestuursorgaan is voor het verkrijgen van een schriftelijke uitspraak een griffierecht van fl. 150,-- verschuldigd.

De vervanging van een mondelinge uitspraak door een schriftelijke strekt ertoe de mondelinge uitspraak in een andere vorm vast te leggen. Het gerechtshof mag daarbij de gedane uitspraak niet aan een heroverweging onderwerpen.

Uitsluitend tegen een schriftelijke uitspraak van het gerechtshof staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarvoor is eveneens een griffierecht verschuldigd. Het ter verkrijging van een schriftelijke uitspraak betaalde griffierecht wordt door de griffier van de Hoge Raad in mindering gebracht op het voor beroep in cassatie verschuldigde recht.