Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2001:AB2846

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-06-2001
Datum publicatie
26-07-2001
Zaaknummer
97/20662
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2001-1491
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 97/20662

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, derde meervoudige Belastingkamer, op het beroep van X, domicilie gekozen hebbende te Y tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid ondernemingen te P van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende de hem opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1995.

1. Ontstaan en loop van het geding

De aanslag is berekend naar een belastbaar inkomen van ƒ 283.200,--.

Na bezwaar heeft de Inspecteur de aanslag bij de bestreden uitspraak verminderd tot een naar een belastbaar inkomen van ƒ 268.424,--.

Belanghebbende is van deze uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.

De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad in raadkamer ter zitting van het Hof van 13 december 2000 te 's-Hertogenbosch. Daar is toen verschenen en gehoord de Inspecteur.

Belanghebbende is niet verschenen.

De griffier heeft verklaard dat hij bij op 8 november 2000 naar het door belanghebbende opgegeven adres aangetekend verzonden brief met ontvangstbevestiging, waarvan een afschrift tot de stukken van het geding behoort, heeft kennis gegeven van plaats, dag en uur der mondelinge behandeling. Nu de ontvangstbevestiging niet retour is ontvangen heeft de griffier op 14 december 2000 telefonisch contact opgenomen met mevrouw Z, zus van belanghebbende. Zij heeft bevestigd de oproeping te hebben ontvangen op het door belanghebbende ter domicilie gekozen adres en deze te hebben doorgezonden naar belanghebbendes huisadres in Frankrijk.

2. Feiten

Het Hof stelt op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting, als tussen partijen niet in geschil dan wel door een der partijen gesteld en door de wederpartij niet of onvoldoende weersproken, de volgende feiten vast.

2.1. Bij aanvang van het jaar 1995 dreef belanghebbende als dierenarts een onderneming. De onderneming werd gedreven in de rechtsvorm van een maatschap. Buiten belanghebbende was er één andere maat, te weten de heer U.

2.2. Belanghebbende heeft zijn onderneming per 31 augustus 1995 gestaakt.

2.3. Bij uittreding uit de maatschap heeft belanghebbende van de heer U een bedrag aan goodwill van ƒ 225.000,-- bedongen. De betaling van dit bedrag heeft plaatsgevonden op 2 oktober 1995.

2.4. Op 5 september 1995 is belanghebbende geëmigreerd naar Frankrijk. Daarna genoot hij in Nederland geen binnenlands inkomen meer.

2.5. Bij ontbinding van het huwelijk met S in 1994 is belanghebbende alimentatieverplichtingen aangegaan.

2.6. Deze alimentatieverplichtingen heeft belanghebbende eind 1995 geheel afgekocht voor een som ineens van ƒ 39.000,--. De betaling van deze som heeft plaatsgevonden op 28 december 1995.

3. Het geschil, de standpunten en conclusies van partijen

3.1. Tussen partijen is uitsluitend in geschil het antwoord op de volgende vraag. Is de in 2.6. bedoelde afkoopsom aftrekbaar van het voor emigratie door belanghebbende genoten binnenlands inkomen.

3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. De Inspecteur heeft daaraan ter zitting geen argumenten toegevoegd.

3.3. Belanghebbende concludeert tot vernietiging van de bestreden uitspraak en vermindering van de aanslag tot een naar een belastbaar inkomen van ƒ 229.424,--.

De Inspecteur concludeert tot bevestiging van zijn uitspraak.

4. Overwegingen omtrent het geschil

4.1. Belanghebbendes stelling komt er, naar het Hof verstaat, op neer dat het geen verschil mag maken of een afkoopsom wordt voldaan voor of na emigratie.

4.2. Deze stelling vindt, naar het oordeel van het Hof, geen steun in het recht. Belanghebbende gaat er ten onrechte aan voorbij dat hij op grond van de Nederlandse wetgeving na zijn emigratie in 1995 in het geheel niet meer in de Nederlandse heffing betrokken kan worden. Het is verder aan zijn emigratieland Frankrijk om een eventuele persoonlijke aftrek als de onderhavige te honoreren.

4.3 Belanghebbendes grief is verder dat hij blijft zitten met een aftrekpost die, nu hij deze ook in Frankrijk niet in mindering kan brengen op zijn inkomen, geen effect heeft. Deze grief komt neer op een klacht over de redelijkheid en de billijkheid van de Nederlandse wetgeving. Het is de rechter evenwel niet toegestaan daarover te oordelen. Hij dient de wet toe te passen en zich te onthouden van oordelen over de redelijkheid en de billijkheid daarvan.

4.4. Het gelijk is op grond van het in 4.2. en 4.3. overwogene derhalve aan de zijde van de Inspecteur.

5. Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

6. Beslissing

Het Hof bevestigt de bestreden uitspraak.

Aldus vastgesteld op 18 juni 2001 door P.J.M. Bongaarts, voorzitter, R.J. Koopman en J.W.J. Huige, in tegenwoordigheid van C.A.F.M. Stassen, waarnemend-griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 18 juni 2001

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een

beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ

's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak

overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie

is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.