Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2000:AE9752

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-10-2000
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R200000567 / R200000568
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onttrekking aan faillissementsboedel en vergokken van een deel daarvan alsmede ontbreken van deugdelijke boekhouding is onvoldoende afwijzingsgrond;

Faillietverklaring na 1 december 1998 vormt kennelijk ook geen afwijzingsgrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Hertogenbosch

Beschikking

In de zaak in hoger beroep met rekestnummer R200000567 van:

X., wonende te P.,

appellant,

hierna te noemen X.

procureur mr. L.C.M. Vedder,

In de zaak in hoger beroep met rekestnummer R200000568 van:

Y.,

wonende te P.,

appellante,

hierna te noemen Y.

procureur mr. L.C.M. Vedder.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de onder rekestnummers 55638/FT-RK 00.982 en 55639/FT-RK 00.983 gegeven beslissingen van de rechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 2 oktober 2000, waarvan beroep, waarvan de inhoud aan partijen bekend zijn.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Appellanten zijn echtgenoten en hebben ieder bij afzonderlijk beroepschrift, binnengekomen ter griffie van het hof d.d. 9 oktober 2000, hoger beroep ingesteld van de beslissingen van de rechtbank van 2 oktober 2000, waarbij het verzoek van appellanten om toepassing van de schuldsaneringsregeling is afgewezen. Gelet op de verknochtheid van beide zaken heeft het hof de voeging van beide zaken bevolen, opdat zij gezamenlijk zullen worden behandeld en beslist.

2.2. Appellanten hebben het hof verzocht om alsnog de schuldsaneringsregeling op hen van toepassing te verklaren.

2.3.De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 oktober 2000. Bij gelegenheid zijn partijen en hun raadsvrouwe gehoord.

2.4. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

de producties overlegd bij de beroepschriften;

twee brieven van de toenmalige curator in het faillissement van X. van respectievelijk 7 oktober 2000 en 16 oktober 2000.

3. De gronden van het hoger beroep.

Appellanten stellen zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw zijn geweest.

4. De beoordeling

4.1. X. is bij vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 18 augustus 1999 in staat van faillissement verklaard. Bij beslissing van 21 juni 2000 van de rechtbank is wegens de toestand van de boedel de opheffing van voornoemd faillissement bevolen.

4.2. Bij verzoekschrift van 22 augustus 2000 hebben appellanten de rechtbank verzocht om toepassing van de schuldsaneringsregeling. Bij uitspraak van 2 oktober heeft de rechtbank de verzoeken van appellanten afgewezen. De rechtbank overwoog dat X. op de dag dat het faillissement werd uitgesproken ( 18 augustus 1999) een bedrag van f. 10.400,- van de bankrekening heeft afgehaald en daarvan - volgens eigen verklaring - een deel groot f. 5.900,- heeft vergokt. Daarnaast overweeg de rechtbank dat appellanten blijkens het verslag van de curator van 10 september 1999 voorafgaande aan het faillissement geen deugdelijke boekhouding hebben gevoerd. Voorts overwoog de rechtbank dat appellanten ter zitting geen steekhoudende verklaring hebben gegeven voor het feit dat X. noch voorafgaande aan, noch tijdens, noch bij gelegenheid van de opheffing van het faillissement om beƫindiging van het faillissement heeft gevraagd onder gelijktijdige toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tegen de uitspraak van de rechtbank zijn appellanten in hoger beroep gekomen.

4.3. Tijdens behandeling in hoger beroep is gebleken dat beide appellanten sinds medio 2000 in loondienst werken. X. werkt als spuiter tegen een maandloon van f. 1.810,- netto en Y. verricht part-time horecawerkzaamheden tegen een netto maandsalaris van circa f. 911,-. Voorts is gebleken dat appellanten, mede met behulp van hun ouders, inmiddels een deel van de schulden hebben afbetaald; sinds zij werk hebben zijn geen nieuwe schulden ontstaan.

4.4. Onder deze omstandigheden ziet het hof aanleiding om anders te beslissen dan de rechtbank. Weliswaar heeft de rechtbank terecht gewicht toegekend aan de - kennelijk - slechte berdijfvoering van de eenmanszaak van X. waardoor in snel tempo een forse schuldenlast is ontstaan en evenzeer aan de onjuiste handelwijze van X. op de dag van het faillissement, maar daar tegenover staat dat het hof in hoger beroep de overtuiging heeft gekregen dat appellanten, die nog erg jong zijn, daadwerkelijk een streep achter het verleden willen zetten en zich daadwerkelijk willen inspannen om zoveel als mogelijk in hun schulden te voldoen.

4.5. Het hof ziet op grond hiervan annleiding - met vernietiging van de beslissing van de rechtbank - alsnog de gevraagde schuldsanering uit te spreken.

5. De uitspraak.

Het hof:

vernietigt de vonnissen, waarvan beroep,

opnieuw rechtdoende:

spreekt uit de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van:

X.

geboren op ...,

wonende te P.,

en

Y.,

geboren op ...,

wonende te P.

Draagt de griffier van het hof op om van deze uitspraak onverwijld kennis te geven aan de griffier van de rechtbank te 's-Hertogenbosch met het oog op de benoeming door de rechtbank van een rechtbank van een rechter-commissaris en een bewindvoerder.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Etten, Hehemann en Lo-Sin-Sjoe en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 27 oktober 2000 in tegenwoordigheid van de griffier.