Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2000:AE9741

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-06-2000
Datum publicatie
08-08-2006
Zaaknummer
R200000293
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Tussentijdse beëindiging teruggedraaid omdat een verzoek tot ondercuratelestelling zal worden ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Hertogenbosch,

Rekestenkamer

Arrest d.d. 7 juni 2000

in de zaak van:

1. X. appellant sub 1, hierna te noemen X.,

2. Y. appellante sub 2, hierna te noemen Y.,

beiden wonende te P.,

procureur mr A.A.H.M. van Hout,

op het hoger beroep tegen het vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch van 9 mei 2000, waarbij de toepassing van de schuldsanering is beëindigd en X. en Y. in staat van faillissement zijn verklaard.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar voormeld vonnis van de rechtbank, die bij partijen bekend is.

Het geding in hoger beroep

2.1. Hij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 16 mei 2000, hebben X. en Y. verzocht voormeld vonnis en de daarbij behorende beëindiging van de schuldsaneringsregeling te vernietigen.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 31 mei 2000. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

X. en Y. bijgestaan door hun advocaat,

de heer Z., broer van X.

2.3. Het hof heeft voorts kennisgenomen van:

de producties, overgelegd bij het beroepschrift,

een brief met bijlagen van de procureur van X. en Y. van 29 mei 2000,

een schrijven d.d. 26 mei 2000 van A.

3. De gronden van het hoger beroep

X. en Y. stellen zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte de toepassing van de schuldsanering heeft beëindigd.

4. De beoordeling

4.1. Hij vonnis van de rechtbank van 12 april 1999 is de definitieve schuldsanering ten aanzien X. en Y. uitgesproken.

4.2. Rij vonnis van 9 mei 2000 heeft de rechtbank de toepassing van de schuldsaneringsregeling ten aanzien van X. en Y. beëindigd en hen in staat van faillissement verklaard. Tegen die beslissing zijn zij in hoger beroep gekomen.

4.3. In hoger beroep stelt de advocaat van X. en Y. dat zij zelf niet in staat zijn hun vermogensgerechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. X. en Y. zijn zwakbegaafd en kunnen hun uitgavenpatroon niet in de hand houden. In de visie van de advocaat lost een faillissement niets op. Voorts wordt door de advocaat nog aangevoerd dat X. en Y. te kennen hebben gegeven dat zij de uit schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zullen nakomen.

4.4. Ter terechtzitting in hoger beroep is gebleken dat zich de volgende ontwikkelingen hebben voorgedaan:

4.4.1. De broer van X. die sedert 5 oktober 1984 in het kader van een onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen als zijn bewindvoerder optreedt, heeft op 10 mei 2000 zijn taken overgedragen aan bewindvoerderskantoor Kroezen te Vorten-Mullum. Dit kantoor behartigt thans de vermogensrechtelijke belangen van zowel X. als Y. Aan X. en Y. wordt wekelijks een bedrag beschikbaar gesteld voor hun levensonderhoud en voorts tracht het kantoor een regeling te treffen met verschillende schuldeisers.

4.4.2. Voorts is gebleken dat aan een aantal formaliteiten is voldaan om een verzoek tot ondercuratelestelling van X. en Y. in te dienen bij de rechtbank.

Er is inmiddels een psychiatrisch rapport gereed dat is opgemaakt door de heer C. Kooijman van het GGzE, de behandelend sociaal psychiatrisch verpleegkundige van X. . Zowel X. als Y. hebben inmiddels een verklaring ondertekend waarbij zij akkoord gaan met een verzoek tot ondercuratelestelling.

Voorts mag verondersteld worden dat een ondercuratelestelling ook door de bewindvoerster in het kader van de WSNP, mw E. van Trier, wordt ondersteund. Blijkens de overgelegde verslagen van de bewindvoerster valt immers op te maken dat reeds in een eerder stadium de rechter-commissaris toestemming is verzocht een verzoek tot ondercuratelestelling van X. en Y. in te dienen bij de rechtbank.

Het verzoek tot ondercuratelestelling zal dan ook op korte termijn worden ingediend.

X. en Y. hebben ter zitting verklaard zich te zullen houden aan de aanwijzingen die hen in het kader van de schuldsaneringsregeling zullen worden gegeven.

4.5. Gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden is het hof van oordeel dat toepassing van de schuldsaneringsregeling van X. en Y., in ieder geval voor de periode dat nog niet beslist is op het in te dienen verzoek tot ondercuratelestelling, voldoende met de nodige waarborgen is omkleed. Dat betekent dat het vonnis, waarvan beroep, moet worden vernietigd, met als gevolg dat schuldsaneringsregeling van X. en Y. alsnog doorloopt

5. De beslissing

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep.

Dit arrest is gewezen door mrs Koens, Lo-Sin-Sjoe en Dorn, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 7 juni 2000, in tegenwoordigheid van de griffier.