Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9160

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/04658
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N 2001/29.5 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 98/04658

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, op het verzet van X te Y tegen de beschikking van de voorzitter van de Belastingkamer van dit Hof d.d. 21 februari 2000 op het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid ondernemingen van de rijksbelastingdienst te Y (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift betreffende de aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 1995.

De behandeling van het verzet

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

Belanghebbende heeft niet gevraagd in de gelegenheid te worden gesteld om te worden gehoord.

De gronden

1. Bij voornoemde beschikking is de bestreden uitspraak bevestigd, uit overweging dat het bezwaarschrift niet binnen de wettelijke termijn bij de Inspecteur is ingediend en belanghebbende daarom bij de uitspraak van de Inspecteur terecht niet-ontvankelijk is verklaard in het bezwaar.

2. Belanghebbende heeft tegen deze beschikking tijdig verzet gedaan.

3. Niet in geschil is dat het aanslagbiljet is gedagtekend 30 mei 1998.

De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken. Bij verzending per post is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen (artikelen 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb).

4. In het verzetschrift stelt belanghebbende dat hij bij schrijven d.d. 27 april 1998 de Inspecteur heeft medegedeeld dat hij te zijner tijd met een gemotiveerd bezwaar zou komen; een kopie van dit schrijven legt hij als bijlage bij het verzetschrift over.

De ambtenaar stelt in de reaktie op het verzetschrift dat de brief van 27 april 1998 een reactie is op het controlerapport en niet is aan te merken als een bezwaarschrift.

5. Indien belanghebbende door middel van een brief aan de Inspecteur bezwaren kenbaar maakt tegen een controlerapport, kan zulks in de regel niet anders worden opgevat dan dat belanghebbende daarmee tevens een bezwaarschrift indient tegen op grond van dat controlerapport opgelegde aanslagen, mits deze aanslagen reeds zijn vastgesteld.

De Inspecteur heeft in de reaktie op het verzetschrift vermeld, dat de definitieve aanslag voor het onderhavige jaar op 22 april 1998 is verwerkt in het geautomatiseerde systeem en dat het, toen op 28 april 1998 de reactie van belanghebbende was ontvangen, niet meer mogelijk was om de aanslag te blokkeren.

Nu de aanslag reeds tot stand was gekomen in de zin van artikel 6:10, lid 1, letter a, van de Awb is geen sprake van een prematuur bezwaarschrift.

6. Gelet op het vorenoverwogene heeft de voorzitter bij de beschikking ten onrechte de bestreden uitspraak, waarbij belanghebbende niet-ontvankelijk is verklaard in het bezwaar, bevestigd.

7. Het verzet is derhalve gegrond, zodat de beschikking van de voorzitter vervalt en de zaak alsnog in behandeling wordt genomen.

De proceskosten

De beslissing inzake de proceskosten wordt aangehouden totdat op het geschil ten principale zal zijn beslist.

De beslissing

Het Hof verklaart het verzet gegrond, vernietigt de beschikking van de voorzitter en bepaalt dat de zaak alsnog in behandeling wordt genomen.

Aldus vastgesteld op 27 november 2000 door R.J. Koopman, lid van voormelde kamer, in tegenwoordigheid van A.W.J. Strik, waarnemend-griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 27 november 2000

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van dit beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.