Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2000:AA9158

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/03264
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2002/529
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 98/03264

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, op het verzet van X te Y tegen de beschikking van de voorzitter van de Belastingkamer van dit Hof d.d. 13 oktober 1999 op het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van het hoofd van de sector middelen van de gemeente Y (hierna: de ambtenaar) op het bezwaarschrift betreffende de in het kader van de Wet waardering onroerende zaken aan belanghebbende gezonden beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak Astaat 1 te Y per de peildatum 1 januari 1995 is vastgesteld voor het tijdvak 1 januari 1997 tot en met 31 december 2000.

De behandeling van het verzet

Er heeft geen mondelinge behandeling plaatsgevonden.

Belanghebbende heeft niet gevraagd in de gelegenheid te worden gesteld om te worden gehoord.

De gronden

1. Bij voornoemde beschikking is belanghebbende niet-ontvankelijk in het beroep verklaard uit overweging dat het beroepschrift niet binnen de wettelijke termijn van zes weken na de dagtekening van de uitspraak van de ambtenaar bij de griffie van het Gerechtshof is binnengekomen.

2. Belanghebbende heeft tegen deze beschikking tijdig verzet gedaan.

3. De voorzitter heeft vastgesteld dat de bestreden uitspraak met dagtekening 29 april 1998 ter post is bezorgd.

De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken; deze termijn eindigde op 10 juni 1998. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen (artikelen 6:7 en 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb).

4. Belanghebbende heeft als bijlage bij het verzetschrift een kopie van een brief d.d. 8 mei 1998, gericht aan de ambtenaar, overgelegd. In deze brief worden klachten geformuleerd tegen de uitspraak van de ambtenaar. Deze vaststelling roept de vraag op of die brief niet had moeten worden opgevat als een bij het onbevoegd bestuursorgaan ingediend beroepschrift. Daaraan doet niet af dat die brief was gericht aan de ambtenaar.

Gelet op artikel 6:15, eerste en tweede lid, van de Awb had de ambtenaar deze brief zo spoedig mogelijk dienen door te zenden aan het Gerechtshof. Onder zo spoedig mogelijk dient in dit verband twee weken te worden verstaan (zie de arresten van de Hoge Raad van 8 december 1999, BNB 2000/38* en 39*).

Gelet op de hiervoor in 3 genoemde beroepstermijn van zes weken was de brief tijdig bij het Hof binnengekomen om als beroepschrift in behandeling te kunnen worden genomen.

5. Onder die omstandigheden kan, naar het oordeel van het Hof, niet worden gezegd dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

Het verzet is derhalve gegrond, zodat de beschikking van de voorzitter vervalt en de zaak alsnog in behandeling wordt genomen.

De proceskosten

De beslissing inzake de proceskosten wordt aangehouden totdat op het geschil ten principale zal zijn beslist.

De beslissing

Het Hof verklaart het verzet gegrond, vernietigt de beschikking van de voorzitter en bepaalt dat de zaak alsnog in behandeling wordt genomen.

Aldus vastgesteld op 27 november 2000 door R.J. Koopman, lid van voormelde kamer, in tegenwoordigheid van A.W.J. Strik, waarnemend-griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 27 november 2000

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van dit beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.