Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2000:AA8903

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
97/21389
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 97/21389

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, vijfde enkelvoudige Belastingkamer, op het verzet van de heer P. te K tegen de beschikking van de voorzitter van de Belastingkamer van dit Hof d.d. 20 oktober 1998 inzake het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak van het hoofd van de eenheid particulieren te Y van de rijksbelastingdienst (hierna: de Inspecteur) op het bezwaarschrift van belanghebbende betreffende na te melden aanslag.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Aan belanghebbende is voor het jaar 1995 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van fl. 55.852,--. Die aanslag is, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur gehandhaafd. Het voor belanghebbende bestemde afschrift van die uitspraak is gedagtekend 18 augustus 1997.

1.2. Belanghebbende is bij brief gedateerd 20 oktober 1997, bij het Hof binnengekomen op 23 oktober daarna, van de uitspraak van de Inspecteur in beroep gekomen bij het Hof. De Inspecteur heeft dit beroep bij vertoogschrift bestreden.

1.3. Met toepassing van het bepaalde in artikel 18 van de Wet administratieve

rechtspraak belastingzaken heeft de voorzitter van de Belastingkamer van dit Hof (hierna: de voorzitter) bij beschikking d.d. 20 oktober 1998 belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard in zijn beroep. Van de beschikking zijn op diezelfde dag aangetekend afschriften verzonden aan partijen.

1.4. Belanghebbendes echtgenote heeft namens belanghebbende bij brief gedateerd 26 november 1996, bij het Hof binnengekomen op 30 november daarna, tegen de beschikking een verzetschrift ingediend. Dat verzetschrift is voorzien van een bijlage.

1.5. Belanghebbendes gemachtigde, hierna in 1.6 te noemen, heeft het verzetschrift aangevuld bij brief gedateerd 17 maart 1999, voorzien van twee bijlagen, een en ander bij het Hof op diezelfde dag per telefax binnengekomen.

De twee bijlagen betreffen respectievelijk een beschikking instelling mentorschap en een beschikking onderbewindstelling.

1.6. De mondelinge behandeling van het verzet heeft plaatsgevonden ter zitting van 16 februari 2000. Aldaar is verschenen en gehoord mr. J, advocaat/procureur te L, als gemachtigde van belanghebbende. Het Hof merkt met toestemming van belanghebbende de brief van belanghebbende gedateerd 15 december 1999, voorzien van een bijlage, een en ander bij het Hof op diezelfde dag per telefax binnengekomen, aan als ter voormelde zitting voorgedragen pleitnota van belanghebbende. De inhoud van die pleitnota wordt als hier ingelast aangemerkt.

2. Beschikking en het standpunt van belanghebbende

2.1. In de beschikking, waarin belanghebbende niet-ontvankelijk is verklaard in zijn beroep, heeft de voorzitter overwogen als volgt.

"De bestreden uitspraak is met dagtekening 18 augustus 1997 ter post bezorgd.

De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn eindigde op 29 september 1997.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is het nog tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is bezorgd en het bovendien niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Het beroepschrift is op 23 oktober 1997 bij de griffie van het Gerechtshof binnengekomen.

Uit het vorenstaande volgt dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend. Belanghebbende moet derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in het beroep.".

2.2. In het verzetschrift heeft belanghebbendes echtgenote namens belanghebbende aangevoerd dat belanghebbende al jaren aan een ernstige, ongeneeslijke ziekte lijdt, dat hij sinds juli 1998 in een verpleegkliniek in Kerkrade verblijft, dat hij in oktober 1997 met een oud-collega bij het "Polizeipräsidium Aachen" contact heeft opgenomen, dat hij die collega volmacht heeft gegeven zijn zaken te regelen, dat die collega voor hem naar de "Belastingdienst Particulieren in Y" is geweest en dat door die omstandigheden het beroep te laat zal zijn ingediend.

2.3. In de in 1.5 vermelde brief d.d. 17 maart 1999 heeft belanghebbendes gemachtigde voornoemd het verzet aangevuld met aan te voeren dat "het feit dat het beftreffende beroepschrift niet tijdig is ingediend, het directe gevolg is van de psychische situatie waarin de Heer V zich toentertijd heeft bevonden", dat "Mevrouw V, die zich normaal nooit met verwerking van administratie bezig gehouden heeft, daarom veel te laat erachter gekomen is dat haar man geestelijk niet in staat was zijn belangen, zoals voorheen, op een behoorlijke manier te behartigen" en "dat het ziektebeeld van de Heer V uiteindelijk dusdanige vormen heeft aangenomen dat er door de Kantonrechter te Heerlen op verzoek van Mevrouw V een beschikking instelling mentorschap alsmede een beschikking onderbewindstelling is afgegeven.".

2.4. In voormelde pleitnota heeft belanghebbendes gemachtigde voornoemd

"ten overvloede nog medegedeeld dat het beroep stoelt op art. 6.11 Awb.".

3. Beoordeling van het verzet

3.1. Het voor belanghebbende bestemde afschrift van de bestreden uitspraak is gedagtekend 18 augustus 1997. Aannemelijk is dat dat stuk niet later dan op die datum ter post is bezorgd. Belanghebbendes beroepschrift, dat is gedateerd 20 oktober 1997, is op 23 oktober 1997 bij het Hof binnengekomen, dat is na het verstrijken van de wettelijke beroepstermijn van zes weken. Ten aanzien van de vraag of die termijnoverschrijding verschoonbaar is, overweegt het Hof het volgende.

3.2.1. De in 1.4 vermelde bijlage betreft een kopie van een "Vollmacht" waarin belanghebbende "im Rahmen meiner Steuererklärung und des bereits dazu erfolgten Schriftverkehrs mit dem Finanzamt Heerlen" machtigt "meine Interessen zu vertreten und Einsicht in meine diesbezüglichen Unterlagen (Steuerbescheid, Schriftverkehr pp.) zu nehmen bzw. Informationen hieraus zu halten. Die "Vollmacht" is gedateerd 14 oktober 1997.

3.2.2. De in 1.5 vermelde beschikking onderbewindstelling betreft een door de Kantonrechter te Heerlen op 16 februari 1999 gewezen beschikking. In die beschikking is het volgende is vermeld.

"De kantonrechter te Heerlen

gezien het verzoekschrift dat op 3 december 1998 is ingediend door J V-C

(_)

tot instelling van een bewind over de goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan V, rechthebbende,

(_)

uit de stukken en de behandeling ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat de rechthebbende als gevolg van zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand niet in staat is ten volle zijn vermogensrechtelijke belangen zelf behoorlijk waar te nemen;

beschikt

stelt een bewind in over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan rechthebbende V (_)

Benoemt tot bewindvoerders:

J V-C

wonende N-straat 00

0000 XX K.".

R V

wonende T-straat 00

00000 A (Duitsland)".

3.2.3. De bijlage bij belanghebbendes pleitnota betreft een "second opinion" van de polikliniek klinische genetica van het Academisch Ziekenhuis te Maastricht waarin een eerdere diagnose dat belanghebbende leed en lijdt aan de "ziekte van Huntington", wordt bevestigd. De betreffende brief, gericht aan belanghebbendes echtgenote, is gedateerd 3 november 1998.

In die brief is vermeld dat de "ziekte van Huntington een aandoening is die de spieren en het zenuwstelsel aantast", dat "er ook psychische verschijnselen optreden, zich aanvankelijk uitend bijvoorbeeld in karakterveranderingen, later in symptomen die op dementie lijken", dat "de ziekte langzamerhand erger wordt" en "dat de meeste patiënten nog 15 à 20 jaar leven nadat de eerste ziekteverschijnselen duidelijk zijn geworden.". In die brief is verder (ondermeer) vermeld dat belanghebbende "al ongeveer 10 jaar problemen heeft" en "na een opname in W", een psychiatrische kliniek, "nu is opgenomen in de verpleegkliniek in K.".

3.3. Gelet op het vorenstaande is aannemelijk dat belanghebbende lijdt aan een ernstige ziekte die hem belet zijn belangen op een behoorlijke manier waar te nemen, zoals dat vóór het ontstaan van de ziekte het geval was. Aannemelijk is verder dat belanghebbende reeds geruime tijd aan die ziekte lijdt. Ook is aannemelijk dat die ziekte belanghebbende tijdens de beroepstermijn belette zijn (fiscale) belangen waar te nemen en tijdig in beroep te komen. Daarop wijst de omstandigheid dat belanghebbende in oktober 1997, toen de tot ultimo 29 september 1997 lopende beroepstermijn al was verstreken, een volmacht gaf aan een oud-collega zoals in 3.1.1 omschreven. In dit verband merkt het Hof nog op dat belanghebbendes echtgenote in haar aan het Hof gerichte brief gedateerd 12 januari 1998, als reactie op een vragenbrief van het Hof naar aanleiding van het binnengekomen beroepschrift, vermeldt dat "mein Mann sich zur Zeit nach einem kürzlich erfolgten Suizid-Versuch zur beobachtenden Behandlung in der psychiatrischen Einrichtung W in H befindet".

3.4. Nu aannemelijk is dat voormelde, ernstige ziekte belanghebbende tijdens de beroepstermijn belette zijn (fiscale) belangen waar te nemen en tijdig in beroep te komen, vormt die ziekte een omstandigheid op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende bij de overschrijding van de beroepstermijn in verzuim is geweest. Niet-ontvankelijkverklaring in het beroep behoort derhalve achterwege te blijven. Het verzet van belanghebbende is gegrond.

Proceskosten

Het Hof acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing

Het Hof verklaart het verzet van belanghebbende gegrond en neemt belanghebbendes beroepschrift alsnog in behandeling.

Aldus vastgesteld op 27 november 2000 door P.J.M. Bongaarts, lid van voormelde Kamer, in tegenwoordigheid van P.H.A. Calis, waarnemend-griffier, en op die datum in het openbaar uitgesproken.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op 27 november 2000