Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6983

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
18-08-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/02253
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 98/02253

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, op het verzoek van X te Y tot veroordeling van burgemeester en wethouders van de gemeente Y (hierna: de ambtenaar) in de kosten die belanghebbende bij het gerechtshof heeft moeten maken in verband met de behandeling van zijn beroep tegen de uitspraak van de ambtenaar op het bezwaarschrift betreffende de in het kader van de Wet waardering onroerende zaken aan belanghebbende gezonden beschikking waarbij de waarde van de onroerende zaak Astraat 1 te Y (hierna: de onroerende zaak) voor de jaren 1997 tot en met 2000 is vastgesteld.

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij brief van 9 februari 1999 heeft belanghebbende het beroep, bij het Hof ingekomen op 22 april 1998, ingetrokken en daarbij het hiervoor bedoelde verzoek gedaan.

Bij brief van 11 mei 1999 heeft belanghebbende op verzoek van het Hof zich uitgelaten over de kosten die hij vergoed wil hebben.

De ambtenaar heeft geen vertoogschrift ingediend.

Belanghebbende en de ambtenaar hebben er schriftelijk in toegestemd dat het Hof zonder mondelinge behandeling uitspraak doet.

De ambtenaar heeft bij zijn mededeling dat hij toestemt dat het Hof zonder mondelinge behandeling uitspraak doet een mededeling geplaatst waarop het Hof geen acht slaat nu die mededeling buiten de procesorde is gedaan. De ambtenaar is daarbij niet in zijn procespositie geschaad nu hij een vertoogschrift in had kunnen dienen dan wel geen toestemming had kunnen geven zonder mondelinge behandeling uitspraak te doen.

2. Feiten

Het Hof stelt op grond van de stukken, als tussen partijen niet in geschil de volgende feiten vast.

De ambtenaar is alsnog aan belanghebbende tegemoetgekomen nadat belanghebbende het in 1 bedoelde beroep had ingesteld.

3. Standpunten van partijen

Belanghebbende stelt zich op het standpunt dat in dit geval plaats is voor een proceskostenveroordeling ten laste van de gemeente Y. De ambtenaar heeft geen standpunt ingenomen.

4. Gronden voor de beslissing

4.1. Het Hof acht termen aanwezig de ambtenaar te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van zijn beroep bij het Hof redelijkerwijs heeft moeten maken. Het Hof stelt die kosten als volgt vast.

4.2. Belanghebbende verzoekt om vergoeding van de door hem gemaakte verletkosten, wegens opgenomen verlof, in verband met de taxatie van de onroerende zaak in het kader van het beroep in december 1998. Hij begroot deze kosten op een bedrag van ƒ 159,53. Het Hof neemt hierbij in aanmerking dat belanghebbende met het gebruik van het $-teken in de in 1 vermelde brieven het ƒ-teken bedoelt. In zijn beroepschrift vermeldt belanghebbende voor de waarde van de onroerende zaak hetzelfde bedrag als in zijn verzoekschrift waarbij in het beroepschrift het ƒ-teken staat vermeld en in het verzoekschrift het $-teken. Tevens neemt het Hof hierbij in aanmerking, nu bij de verletkosten eveneens een $-teken is vermeld, dat belanghebbende in Nederland werkt bij een Nederlandse werkgever.

Belanghebbende overlegt ter onderbouwing van het eerdergenoemde bedrag zijn salarisspecificatie van december 1998. Nu de duur van het door belanghebbende gestelde verlof, 2 maal 3,5 uur, naar het oordeel van het Hof niet onredelijk is stelt het Hof de verletkosten van belanghebbende vast op ƒ 159,53.

4.3. Belanghebbende verzoekt tevens om vergoeding van de kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Hij stelt dat het een vriendendienst betreft en hij de kosten derhalve niet kan bewijzen. Belanghebbende voegt daaraan toe dat aan de rechtsbijstand kosten zijn verbonden in de vorm van tijd zowel door hemzelf als de desbetreffende vriend. Het Hof maakt hieruit op dat aan belanghebbende geen kosten ter zake van beroepsmatig verleende rechtsbijstand in rekening zijn gebracht. Voor een vergoeding van dergelijke kosten is daarom geen plaats.

4.4. Op grond van al het vorenstaande moet de ambtenaar worden veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van ƒ 159,53.

5. Beslissing

Het Hof veroordeelt de ambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van ƒ 159,53 en wijst de gemeente Y aan als de rechtspersoon die de kosten moet vergoeden.

Aldus vastgesteld op 18 augustus 2000 door R.J. Koopman, lid van voormelde kamer, in tegenwoordigheid van C.A.F.M. Stassen, waarnemend-griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 18 augustus 2000

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.