Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2000:AA6291

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-06-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
98/00990
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2000, 1063
Belastingblad 2000/1103

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 98/00990

HET GERECHTSHOF TE 's-HERTOGENBOSCH

U I T S P R A A K

Uitspraak van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch, negende enkelvoudige Belastingkamer, op het verzoek van X te Y tot veroordeling van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Y (hierna: de ambtenaar) in de kosten die belanghebbende bij het gerechtshof heeft moeten maken in verband met de behandeling van zijn beroep tegen de uitspraak van de ambtenaar op het bezwaarschrift betreffende zijn aanslag in de hondenbelasting voor het jaar 1997, aanslagnummer 1.

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij brief van 3 oktober 1998 heeft belanghebbende het beroep ingetrokken en daarbij het hiervoor bedoelde verzoek gedaan.

De ambtenaar heeft een vertoogschrift ingediend.

Belanghebbende en de ambtenaar hebben er schriftelijk in toegestemd dat het Hof zonder mondelinge behandeling uitspraak doet.

2. Feiten

Het Hof stelt op grond van de stukken, als tussen partijen niet in geschil de volgende feiten vast.

2.1. De ambtenaar is alsnog aan belanghebbende tegemoetgekomen nadat belanghebbende het in 1 bedoelde beroep had ingesteld.

2.2. Het betwiste bedrag was ƒ 99,60.

3. Geschil en standpunten van partijen

3.1. Tussen partijen is in geschil of in dit geval plaats is voor een proceskostenveroordeling ten laste van de gemeente Y, hetgeen belanghebbende verdedigt en de ambtenaar betwist.

3.2. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken.

4. Gronden voor de beslissing

4.1. Blijkens belanghebbendes brief van 27 juni 1998 aan de ambtenaar wil belanghebbende het door hem ter zake van het beroep betaalde griffierecht, een bedrag van ƒ 500,-- voor gemaakte kosten en ƒ 1,-- als symbolische compensatie vergoed krijgen.

Het Hof merkt ten aanzien van deze posten het volgende op.

4.2. Gelet op het bepaalde in artikel 5, zesde lid, van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken dient de ambtenaar bij intrekking van het beroep op grond van het feit dat geheel of gedeeltelijk aan de bezwaren van belanghebbende is tegemoetgekomen op eigen initiatief -derhalve zonder beslissing daarover van het Hof- aan belanghebbende het gestorte griffierecht te vergoeden

4.3. Belanghebbende heeft tegenover de gemotiveerde betwisting door de ambtenaar niet aannemelijk gemaakt dat hij uitgaven had tot een bedrag van ƒ 500,-- noch dat die uitgaven kosten betreffen in de zin van artikel 1 van het Besluit proceskosten fiscale procedures.

4.4. Belanghebbendes verzoek om ƒ 1,-- symbolische compensatie betekent een aanspraak op een schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad. Voor deze aanspraak dient belanghebbende zich te wenden tot de burgerlijke rechter. De administratieve rechter in belastingzaken is immers niet bevoegd een dergelijke schadevergoeding toe te kennen.

4.5. Gelet op al het vorenoverwogene acht het Hof geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten als bedoeld in artikel 5a van de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken.

5. Beslissing

Het Hof wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld op 9 juni 2000 door R.J. Koopman, lid van voormelde kamer, in tegenwoordigheid van C.A.F.M. Stassen, waarnemend-griffier, en op die dag in het openbaar uitgesproken.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden

op: 9 juni 2000

Het aanwenden van een rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum van deze uitspraak beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. Het instellen van beroep in cassatie geschiedt door het indienen van een beroepschrift bij dit gerechtshof (Postadres: Postbus 70583, 5201 CZ 's-Hertogenbosch).

2. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van de bestreden uitspraak overgelegd.

3. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. de dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is een griffierecht verschuldigd.

Na het instellen van beroep ontvangt U een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. Indien U na een mondelinge uitspraak griffierecht hebt betaald ter verkrijging van de vervangende schriftelijke uitspraak van het gerechtshof, komt dit in mindering op het griffierecht dat is verschuldigd voor het indienen van beroep in cassatie.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.