Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:2000:AA5987

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
11-02-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
97/00395
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

BELASTINGKAMER

Nr. 97/00395

HET GERECHTSHOF TE ’s-HERTOGENBOSCH

PROCES-VERBAAL MONDELINGE UITSPRAAK

Uitspraak van het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, tweede meervoudige Belastingkamer, op het beroep van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid H. te M tegen de uitspraak van het Hoofd van de eenheid particulieren/ondernemingen te Q van de rijksbelastingdienst op haar bezwaarschrift betreffende de haar zonder verhoging opgelegde naheffingsaanslag in de omzetbelasting over het tijdvak 1 januari 1991 tot en met 31 december 1995, aanslagnummer 000.000.00.000

De mondelinge behandeling:

De mondelinge behandeling van de zaak heeft met gesloten deuren plaatsgevonden ter zitting van het Hof van 19 januari 2000 te ’s-Hertogenbosch. Aldaar zijn toen verschenen en gehoord de heer P, directeur van belanghebbende, de heer Y, als gemachtigde van belanghebbende, alsmede, namens het Hoofd van de eenheid ondernemingen te Q (de thans ten aanzien van belanghebbende voor de omzetbelasting bevoegde Inspecteur), de heer mr. X.

Na behandeling van de zaak heeft het Hof heden, 31 januari 2000, de volgende mondelinge uitspraak gedaan.

De beslissing:

Het Hof bevestigt de bestreden uitspraak.

De gronden:

(1) Naar het oordeel van het Hof kunnen de Algemene verkoop- en leveringsvoorwaarden, mede in aanmerking genomen de omstandigheid dat de in die voorwaarden genoemde "ontdoeners" zich slechts van de onderhavige afvalstoffen mogen ontdoen door afgifte van deze stoffen ter inzameling en/of verwerking aan vergunninghouders zoals belanghebbende, slechts in die zin worden uitgelegd dat belanghebbende aan de ontdoeners een prestatie verricht, hierin bestaande dat belanghebbende de ontdoeners in staat stelt zich van deze afvalstoffen te ontdoen. Deze prestatie vormt een dienst in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet) van belanghebbende aan de ontdoeners, waarbij de enkele omstandigheid dat aan deze prestatie inherent is dat de ontdoeners de afvalstoffen aan belanghebbende afgeven, niet met zich brengt dat deze afgifte naast evenbedoelde dienst een levering in de zin van de Wet is. Een en ander niet alleen in de onderhavige situatie waarin de opbrengst van het uit de afvalstoffen gewonnen zilver lager is dan het bedrag van de verwerkingskosten, doch ook in de situatie waarin de opbrengst van dat zilver hoger is dan de verwerkingskosten.

(2) De door belanghebbende ter zake van haar onder (1) bedoelde dienst aan ziekenhuizen in rekening gebrachte omzetbelasting komt bij die ziekenhuizen niet voor aftrek als voorbelasting in aanmerking, nu die dienst door het ziekenhuis rechtstreeks wordt gebezigd ten behoeve van het nemen van röntgenfoto’s, welke laatste activiteit indien verricht door artsen of ziekenhuizen onderdeel vormt van vrijgestelde prestaties van die artsen of ziekenhuizen.

(3) Het vorenstaande brengt, gelet op de procesafspraak van partijen, met zich dat de bestreden uitspraak dient te worden bevestigd.

(4) Beide partijen hebben afgezien van het aanspraak maken op vergoeding van proceskosten.

(5) Gelet op al het vorenstaande moet worden beslist als eerder vermeld.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

Aldus vastgesteld op 31 januari 2000 door J.A. Meijer, voor-zitter, M.E. van Hilten en A.L.C. Simons, en op die datum in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van Th.A.J. Kock, waarnemend-griffier.

Aangetekend in afschrift aan partijen verzonden op: 11 februari 2000