Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:1999:AE9583

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-11-1999
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
R9900606
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Ondanks het niet naar behoren nakomen van bijzondere voorwaarden van het saneringsplan toch geen beëindiging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Hertogenbosch,

Rekestenkamer

Uitspraak van 3 november 1999

Op het hoger beroep - ingeleid bij het op 14 oktober 1999 ter griffie ingekomen verzoekschrift - in de zaak van:

X.,

wonende te P.

appellant, hierna te noemen: X.

procureur mr R.C.J. Theuns,

tegen de uitspraak van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 8 oktober 1999, waarbij de toepassing van de schuldsaneringenregeling is beëindigd, met benoeming van een rechter-commissaris en een curator met ingang van de dag dat die uitspraak in kracht van gewijsde zal zijn gegaan, nu door die beëindiging van rechtswege in staat van faillissement komt te verkeren.

1. Het geding in eerste aanleg.

Het hof verwijst naar voormelde beschikking van de rechtbank, die zich bij de stukken bevindt.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij voormeld beroepschrift heeft X. het hof verzocht de bestreden beschikking te vernietigen, met instandhouding van de uitspraken van eerder genoemde rechtbank van 22 maart en 28 april 1999.

2.2. Met hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

de producties overgelegd bij het beroepschrift;

een afschrift van het rechtbank dossier inzake X.

de brief met bijlage van de procureur van d.d. 19 oktober 1999;

de brief van de door voornoemde rechtbank benoemde curator, inhoudende dat hij op dit moment nog geen taak heeft en hij niet op de zitting zal verschijnen;

de brief met bijlagen van de procureur van X. d.d. 25 oktober 1999;

de ter zitting door X. overgelegde bescheiden.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 29 oktober 1999.

Bij die gelegenheid zijn X. en zijn advocaat gehoord.

3. De gronden van het hoger beroep.

X. is van mening, dat de bestreden beschikking behoort te worden vernietigd en dat de te zijnen name door de rechtbank gegeven uitspraken van 22 maart en 28 april 1999 dienen te worden gehandhaafd.

4. De beoordeling.

4.1. Bij uitspraak van voornoemde rechtbank d.d. 22 maart 1999 is ten aanzien van X. de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken.

4.2. Bij daarop volgende uitspraak van 28 april 1999 is bepaald, dat X. gedurende de looptijd van de schuldsanering:

mee zal werken aan een intakegesprek bij de Stichting Novadic te Eindhoven en aan het opstellen van een behandelingsplan voor zijn dwangneurose c.q. alcoholproblematiek;

mee zal werken aan het opgestelde behandelingsplan en zich zal houden aan de aanwijzingen hem door of namens zijn behandelaars te geven;

actief zal deelnemen aan een door de Stichting Maatschappelijk Werk Dommelregio op te stellen regeling in het kader van budgetbeheer en zich zal houden aan de aanwijzingen hem door of namens deze stichting in het kader van budgetbeheer te geven.

4.3. Bij de bestreden uitspraak heeft de rechtbank op een daartoe strekkende voordracht van de rechter-commissaris, de toepassing van de schuldsaneringsregeling beëindigd op grond van het feit dat X. zijn uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen niet naar behoren is nagekomen.

Tegen deze uitspraak is X. opgekomen.

4.4. Op grond van de voorhanden bescheiden en hetgeen X. in dit verband ter zitting naar voren heeft gebracht, in het hof tot de conclusie gekomen, dat op zich genomen de rechtbank geen onjuiste beslissing heeft gegeven.

4.5. Het hof is echter op basis van de namens X. verstrekte informatie, die is voorzien van de nodige bescheiden, van oordeel dat aan de kant van X. sprake is van een gewijzigde opstelling, waardoor de schuldsaneringsregeling - mede gelet op de daaruit voortvloeiende consequenties - thans nog niet beëindigd dient te worden.

Immers, gebleken is dat X. inmiddels contacten met de stichting Novadic heeft opgenomen en dat er in het kader van zijn dwangneurose c.q. alcoholproblematiek afspraken zijn gemaakt, aan welke afspraken X. zich wil houden.

Voorts heeft X. voldoende aannemelijk gemaakt, dat hij een aantal keren contact heeft ondernomen met Stichting Maatschappelijk Werk Dommelregio, doch die contacten hebben mogelijk buiten zijn schuld nog niet geleid tot het beoogde resultaat.

X. heeft tenslotte toegezegd zich onvoorwaardelijk te houden aan zijn verplichting om alle benodigde inlichtingen te verstrekken aan de rechter-commissaris.

4.5.1. Het zojuist overwogen brengt met zich, dat het hof de bestreden uitspraak zal vernietigen teneinde X. een laatste kans te geven zijn verplichtingen voortvloeiende uit de hiervoor omschreven schuldsaneringsregeling na te komen.

5. De uitspraak

het hof:

vernietigt de bestreden uitspraak van voornoemde rechtbank;

Wijst alsnog af het verzoek tot beëindiging van de schuldsaneringsregeling.

Deze uitspraak is gegeven door mrs. Van Teeffelen, Bary-van der Putt en Poeth, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerechtshof op 3 november1999, in tegenwoordigheid van de griffier.