Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:1999:AE9578

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-06-1999
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
R9900255
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Onbetaald laten van schulden door psychische nood is geen grond voor afwijzing gezien verbetering situatie en gedeeltelijke terugbetaling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

GERECHTSHOF TE 'S-HERTOGENBOSCH, REKESTENKAMER,

ARREST VAN 9 JUNI 1999

IN DE ZAAK VAN:

X

wonende te P.

appellante, nader te noemen X

procureur, mr drs D.D. Breukers,

op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 21 april 1999.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar voormeld vonnis van de rechtbank, waarvan de inhoud bij X bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie d.d. 26 april 1999 heeft X het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen en opnieuw rechtdoende de schuld-saneringsregeling op verzoekster van toepassing te verklaren.

2.2. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 21 mei 1999. Bij die gelegenheid is gehoord X en haar advocaat.

De behandeling van de zaak is hierop aangehouden tot 11 juni 1999 pro forma, teneinde de procureur van de vrouw in de gelegenheid te stellen een aantal stukken over te leggen.

2.3 Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van de navolgende stukken:

het proces-verbaal van de terechtzitting van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 21 april 1999;

een brief van mr drs Breukers met als bijlagen afschriften van de vonnissen van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 29 maart 1999 en 21 april 1999.

een faxbrief van mr drs Breukers d.d. 20 mei 1999 met als bijlage een verklaring van de psychotherapeut van X, G.P. van de Berk d.d. 29 april 1999.

een brief van mr drs Breukers met bijlagen d.d. 1 juni 1999, waarin zij de in het procesverbaal d.d. 21 mei 1999 opgevraagde informatie verstrekt.

Door de tijdige inzending van deze laatste brief is de uitspraak van het hof vervroegd en wordt dit arrest op 9 juni 1999 gewezen.

3. De gronden van het hoger beroep

De grief richt zich tegen de overweging van de rechtbank dat X. niet te goeder trouw een schuld aan haar toenmalige werkgever onbetaald heeft gelaten in 1996.

4. De beoordeling

4.1. X. heeft bij inleidend verzoekschrift van 1 maart 1999 de rechtbank verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken. Op 29 maart 1999 is de voorlopige toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van X.

4.2. Bij vonnis van 21 april 1999 heeft de rechtbank het verzoek van X afgewezen. Tegen die beslissing komt X op. De rechtbank heeft hierbij overwogen dat X niet te goeder trouw is geweest door in 1996 een schuld aan haar toenmalige werkgever, die door haar terstond had moeten worden voldaan gezien de wijze van ontstaan van die schuld, onbetaald te laten .

4.3. X heeft verklaard dat zij door de psychische nood waarin zij verkeerde niet juist en adequaat heeft gereageerd op de overmakingen, die zij ten onrechte ontving van haar voormalige werkgever.

Zij heeft er na 1995-1996 voor gezorgd dat er geen nieuwe schulden zijn ontstaan en zij is op schulden gaan aflossen.

4.4. Ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat hetgeen in te proces-verbaal d.d. 21 april 1999 van de rechtbank 's-Hertogenbosch staat ten aanzien van het derde bedrag ad f 5.402,65 juist is. X heeft echter nader toegelicht onder welke privé omstandigheden het niet terugbetalen gebeurd is. Dit hield verband met ernstige problemen met de kinderen waardoor de situatie boven haar hoofd groeide.

Ten aanzien van de aflossing van de schulden is duidelijk geworden dat X vanaf november 1996 met grote regelmaat betalingen is gaan verrichten ter aflossing op de vordering van de ex-werkgever resulterend per 11-5-1999 in een totaal terugbetaald bedrag van f 8.274,82 en sedert 1 november 1998 f 210,- per maand aan het LBIO. Daardoor heeft X die afhankelijk was en is van een bijstandsuitkering zich zeer veel moeten ontzien.

Uit de brief van G.P. van de Berk, psychotherapeut, d.d. 29 april 1999, blijkt de psychische situatie en de verbetering daarin van X.

Tenslotte heeft de procureur van X de uitspraak van de politierechter in de rechtbank te 's-Hertogenbosch d.d. 10 juli 1997 overgelegd, waaruit blijkt dat X is vrijgesproken van het haar tenlastegelegde (kennelijk het misdrijf van verduistering).

Al het bovenstaande leidt naar het oordeel van het hof tot de conclusie dat X in aanmerking dient te komen voor de schuldsaneringsregeling. De grief van X slaagt, het vonnis van de rechtbank van 21 april 1999 dient te worden vernietigd en beslist dient te worden, zoals hierna vermeld.

5. De beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep,

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

X.

geboren te P. op ...

wonende te P.

Verwijst de zaak met dat doel en met inachtneming van de wettelijke bepalingen naar de rechtbank te 's-Hertogenbosch.

Dit arrest is gewezen door mrs. Van Teeffelen, Van Loo en Rutten en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 juni 1999 door mr. Koens in tegenwoordigheid van de griffier.