Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:1999:AE9571

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
28-04-1999
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
R9900216
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Alsnog verschijnen in hoger beroep leidt tot toepassing van schuldsaneringsregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Hertogenbosch

Rekestenkamer

Arrest van 28 april 1999

in de zaak van X.

wonende te P.,

appellant, nader te noemen X.

procureur mr T.W.H.M. Weller,

Op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank te Roermond van 31 maart 1999.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar voormeld vonnis van de rechtbank, waarvan de inhoud bij X. bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.1. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie d.d. 8 april 1999 heeft X. het hof verzocht het vonnis waarvan beroep te vernietigen en opnieuw rechtdoende de schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing te verklaren.

2.1. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 23 april 1999.

Bij die gelegenheid is gehoord X. en zijn advocaat. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

de producties overlegd bij het beroepschrift;

de oproeping van de rechtbank d.d. 9 maart 1999, overgelegd ter terechtzitting.

3. De gronden van het hoger beroep

3.1 De grief richt zich tegen de overweging van de rechtbank dat verzoeker niet in staat moet worden geacht zijn gemaakte afspraken na te komen en dat er derhalve de vrees bestaat dat verzoeker zijn uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen niet zal nakomen.

4. De beoordeling

4.1. Op 8 maart 1999 is het faillissement aangevraagd van X. door de besloten vennootschap PON Mobiel B.V. te Leusden. X. verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen.

4.2. X. heeft bij inleidend verzoekschrift van 22 maart 1999 de rechtbank verzocht de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.

4.3. Bij vonnis van 31 maart 1999 heeft de rechtbank het verzoek van de man afgewezen. Tegen die beslissing komt X. op.

De rechtbank heeft hierbij overwogen dat X. ondanks behoorlijk te zijn opgeroepen, niet ter terechtzitting is verschenen en derhalve X. - niet geacht moet worden in staat te zijn gemaakte afspraken na te komen, en dat derhalve de vrees bestaat dat verzoeker zijn uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen niet zal nakomen.

4.4. X. heeft verklaard dat hij, na het verzoekschrift met de vereiste stukken bij de rechtbank te Roermond te hebben overhandigd, in de veronderstelling verkeerde al het nodige te hebben gedaan en dat het hem ontgaan is dat de op 9 maart 1999 door de rechtbank toegezonden brief tevens de oproeping bevatte voor de mondelinge behandeling van het mogelijk door hem in te dienen verzoek. Door alle spanningen rondom het aanstaande faillissement c.q. schuldsanering heeft het een en ander verzoeker niet meer helder voor ogen gestaan.

Verder heeft X.verklaard zeer goed in staat te zijn gemaakte afspraken na te komen, zoals hij al jarenlang gewend is bij de uitoefening van zijn bedrijfsvoering.

4.5. Ter terechtzitting is aannemelijk geworden dat er kennelijk een misverstand is ontstaan met betrekking tot de gang van zaken bij de oproeping.

Er zijn het hof geen andere omstandigheden gebleken die erop wijzen dat de man zijn afspraken niet zal nakomen.

De vrees dat verzoeker zijn uit de schuldsanering voortvloeiende verplichtingen niet zal nakomen acht het hof dan ook in hoger beroep niet aannemelijk geworden.

De grief van verzoeker slaagt derhalve.

4.6. Al het voorgaande in aanmerking nemend komt het hof tot na te melden beslissing.

5. De beslissing

Het hof:

vernietigt het vonnis waarvan beroep,

spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

X.

geboren te S. op 19 augustus 1937, wonende te P.

verwijst de zaak met dat doel en met inachtneming van de wettelijke bepalingen naar de rechtbank te Roermond.

Dit arrest is gewezen door mrs. Koens, Vlaardingerbroek en Bary-van der Putt en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 28 april 1999 door mr. Koens in tegenwoordigheid van de griffier.