Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:GHSHE:1999:AE9557

Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-03-1999
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
R9900123
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Serieuze verandering in het gedrag na eerdere maatschappelijke ontsporing - ex-drugsverslaafde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Gerechtshof te 's-Hertogenbosch

Rekestenkamer

Arrest d.d. 24 maart 1999

in de zaak van:

X.,

wonende te E.,

appellant, nader mede X. te noemen,

procureur mr B.G.J. de Rooij,

op het hoger beroep tegen de op 8 februari 1999 door de rechtbank te 's-Hertogenbosch gewezen uitspraak.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de inhoud van de bestreden beslissing van de rechtbank, waarvan de inhoud aan partijen bekend is.

2. Het geding in hoger beroep

2.l. Bij beroepschrift, ingekomen ter griffie op 16 februari 1999, heeft X. het hof verzocht - zo begrijpt het hof - de bestreden beslissing te vernietigen, en, opnieuw rechtdoende, het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling toe te wijzen, althans gedeeltelijk toe te wijzen.

2.2. Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van:

de bijlagen bij het beroepschrift,

de brief met bijlage van 16 februari 1999 van mr ing. J.P. Bos aan mr de Rooij,

de brief, gedateerd 19 februari 1999, van de procureur van X.,

de stukken, ingekomen ter griffie op 26 februari 1999, van de behandeling in eerste aanleg, toegezonden door de griffier van voormelde rechtbank.

2.3. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter terechtzitting van het hof van 17 maart 1999. Bij die gelegenheid zijn gehoord X., zijn procureur, alsmede (namens X.) mr ing. J.P. Bos van Bos Consulting Adviesbureau.

3. De gronden van het hoger beroep.

De grief van X. heeft betrekking op de overweging van de rechtbank dat X. ten aanzien van het ontstaan en/of het onbetaald laten van de schulden niet te goeder trouw is geweest.

4. De beoordeling

4.1. Bij zijn inleidend verzoekschrift heeft X. de rechtbank te 's-Hertogenbosch het verzoek tot definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling gedaan. De rechtbank heeft dit verzoek afgewezen. Tegen die beslissing komt X. op.

4.2. De schulden van X. bedroegen ca. f. 71.000,=. Veel van die schulden zijn ontstaan in de tijd dat hij aan drugs verslaafd was, en komen onder andere voort uit strafrechtelijke veroordelingen.

Ter zitting heeft Bos verklaard dat X. thans ongeveer 2 á 3 jaar geen drugs meer gebruikt waardoor de kans op terugval klein is, dat X. sinds eind 1997 gehuwd is met een vrouw die niet uit de drugswereld komt, en dat X. een intensieve pastorale cursus volgt. Volgens Bos hebben X. en zijn echtgenote de intentie alle schulden volledig af te lossen en is inmiddels reeds ongeveer f. 10.000,= aan schuldeisers voldaan.

In 1998 is X. zijn baan als taxichauffeur kwijtgeraakt door inneming van zijn rijbewijs als gevolg van bekeuringen die nog voortvloeiden uit de tijdens zijn verslaving gepleegde katvangerij. Volgens Bos biedt sanering van de schulden X. de mogelijkheid zijn schulden af te lossen. Zo kan het Diaconaal Fonds namens X. onderhandelen met diens schuldeisers en het uiteindelijk af te lossen bedrag aan X. voorschieten, die dat tegen milde voorwaarden aan het Fonds terugbetaalt. Veel schuldeisers zijn volgens Bos pas bereid tot onderhandelen nadat X. tot de schuldsaneringsregeling is toegelaten.

4.3. Ingevolge het tweede lid van artikel 288 onder b Fw kan het verzoek van een natuurlijk persoon de schuldsaneringsregeling uit te spreken worden afgewezen, indien aannemelijk is dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van schulden niet te goeder trouw is geweest.

Naar het oordeel van het hof is komen vast te staan, dat het ontstaan der schulden samenhangt met de toenmalige drugsverslaving van X. Vast staat voorts dat X., die zegt sinds 2 á 3 jaar geen drugs meer te gebruiken, serieus is begonnen met het afbetalen van zijn schulden. Dat X. zijn baan als taxichauffeur is kwijtgeraakt vanwege intrekking van zijn rijbewijs en daardoor uit dien hoofde uit dat beroep geen inkomsten meer kan verwerven, is een later opgetreden uitvloeisel van de toenmalige verslaving. Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van het hof niet worden gezegd dat het gedeeltelijk onbetaald blijven van de schulden aan X. te verwijten valt. Van belang is tevens dat X. de schulden reeds voor een deel heeft betaald en de intentie heeft de resterende schulden ook af te betalen. Onder die omstandigheden acht het hof het inleidend verzoek voor toewijzing vatbaar.

4.4. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de bestreden beslissing zal worden vernietigd en dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling alsnog wordt uitgesproken. Het verzoek van X. bij toelating tot de regeling de benoeming van de rechter-commissaris aan te houden dient, gelet op het bepaalde in artikel 292 lid 8 Fw, te worden verworpen.

5. De beslissing

Het hof:

Vernietigt de beslissing, waarvan beroep.

Spreekt de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

X.

geboren te Eindhoven op 24 mei 1955,

wonende te Eindhoven aan de ...

Verwijst de zaak met dat doel en met inachtneming van de wettelijke bepalingen naar de rechtbank te 's-Hertogenbosch.

Deze beschikking is gegeven door mrs Lo-Sin-Sjoe, Koens en Spliet en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van 24 maart 1999 door mr Koens in tegenwoordigheid van de griffier.